Wee de Kaap van de Armoe

Leiders als Mandela en Mbeki werden er geboren. Maar nergens in Zuid-Afrika is de bevolking zo slecht af als in de Oostkaap. Apartheid wordt niet langer als excuus aanvaard.

De kleinzoon van Nelson Mandela is geen prater. De gebroken stem van Domiso Mandela verzuipt in het geknor van de varkens in zijn achtertuin. ,,Wel trots'', is hij op die achternaam die de bloedband met 's werelds meest geliefde politicus bevestigt. ,,Maar wat koop je er voor? Geen werk en geen geld'', bromt hij als hij met een piepende kruiwagen de stront uitrijdt over het land achter de begraafplaats van de Mandela's, een dynastie van herders.

Die vraag geldt niet alleen voor de talloze kleinzonen, de neefjes, nichten, ooms en tantes die nog in Qunu wonen. Mandela's geboortedorp in het hart van de Oostkaap provincie. Wieg van Zuid-Afrika's bekendste anti-apartheidsstrijders: Tambo, Sisulu, Mbeki. Die vraag geldt voor alle achterblijvers in de geboortestreek van de huidige politieke elite, elf jaar na het einde van apartheid.

In Qunu zijn weliswaar allerlei musea verrezen, gebouwd volgens de moderne regels van de architectuur van na de apartheid: ruimtelijk, luchtig. Nelson Mandela Heritage Centres heten ze, uitgestrooid over de plekken waar de `Old Man' is geboren, naar school ging, of zijn eerste meisje zoende. Maar elders gaat de provincie over de tong als de Kaap van Armoe. In geen provincie is de werkeloosheid zo hoog als hier (80 procent van de beroepsbevolking heeft geen permanente baan). In geen provincie zijn de inkomens zo laag en de inkomensverschillen zo groot. In geen provincie scoren de middelbare scholen jaar na jaar zo slecht op het landelijk examen. In geen provincie sterven jaarlijks nog zoveel kinderen van de honger.

De verklaring voor de misère van de Oostkaap is niet dat de huidige elite haar wortels heeft verloochend, lacht de voormalige provinciale minister van Financiën en Ontwikkeling Enoch Godongwana. Godongwana is lid van het dagelijks bestuur van regeringspartij ANC, vice-partijvoorzitter in de Oostkaap ook, en dat is hem aan te zien. Op een parkeerplaats een paar uur rijden van Qunu heeft hij zojuist zijn golftas in de achterbak van zijn gloednieuwe Mercedes gegooid ,,om mijn sabbatsjaar te vieren''.

,,Het is alles de schuld van de speciale planning van het apartheidsregime, als u begrijpt wat ik bedoel'', knipoogt de oud-bewindsman. De Oostkaap was tenslotte de proeftuin van `Groot-apartheid', het opus magnum van de blanke nationalisten. In de Oostkaap construeerden zij in de jaren zestig en zeventig de `onafhankelijke' thuislanden, de Transkei in het oosten en de Ciskei in het westen. Daar mocht de bevolking van zwarten zichzelf regeren, met een eigen vlag en een eigen grondwet.

,,Een politiek van uitsluiting en verwaarlozing'', noemt Godongwana dat. ,,Er werd geen cent geïnvesteerd in de thuislanden. Wij mochten alleen de goedkope arbeid voor de mijnen in het noorden leveren. Daar dragen we nu nog steeds de lasten van.''

Maar de tijd dat Zuid-Afrikanen het apartheidsverleden als alibi aanvaardden voor hun slechte leefomstandigheden nu, is voorbij. Dat werd vorige week nog duidelijk, toen 100.000 gemeenteambtenaren en 100.000 mijnwerkers en duizenden personeelsleden van supermarkt Pick and Pay en luchtvaartmaatschappij South African Airways woedend het werk neerlegden uit onvrede over hun lage lonen.

Dat werd ook duidelijk in de Oostkaap, ondanks alles nog altijd de provincie van de trouwste aanhang van het ANC. In Port Elizabeth en East-London brandden de straten in de armste wijken dagenlang nadat de bewoners degelijke huisvesting en stromend water eisten van de regering.

,,De prestaties op die terreinen zijn werkelijk ontstellend'', zegt Adrienne Carlisle, die namens de Rhodes Universiteit in Grahamstown het provinciaal bestuur in de gaten houdt. Volgens onderzoek van haar Public Accountability Monitor is bijna 80 procent van de 20 miljard euro die de minister van Financiën jaarlijks aan de Oostkaap ter beschikking stelt ,,onverantwoord'' of ,,onverklaard''.

Op de belangrijkste departementen Gezondheidszorg, Huisvesting en Onderwijs is 60 procent van de vacatures niet vervuld. ,,En de verantwoordelijke bestuursleden kunnen ondanks overduidelijke wanprestatie gewoon aanblijven. Dat is nog het meest beschamend.''

President Thabo Mbeki, kind van Govan Mbeki en Ma Mofokeng, geboren in Mbewuleni aan de Grote Kei-rivier die de Transkei in tweeën splitst, schaamt zich ook. Hij orkestreerde eerder dit jaar het ontslag van de premier van de Oostkaap en een aantal ondeugdelijke ministers. Hij stuurde aan op een onderzoekscommissie die de corruptie in de provincie moet bestrijden. En hij dreigt nu zelfs buitenlandse managers naar die vermaledijde Oostkaap te sturen om gemeentes en provincies op te schudden.

Maar Mbeki's offensief hinkt op twee gedachten, die niet te verenigen zijn volgens Glen Hollands, politiek analist in East-London. ,,Mbeki moet de schijn van controle over zijn eigen thuisland ophouden, zonder dat hij op de tenen gaat staan van degenen die in de Oostkaap werkelijk de dienst uitmaken.''

Tenslotte is de Oostkaap ook de provincie van de `Kingmakers', de Xhosa-sprekende partijleden die in het ANC de dienst uitmaken, die presidenten en vice-presidenten aanwijzen of klaarstomen. Dat zijn ook de clans en netwerken van besluitvormers die volgens Hollands hun baan niet danken aan wat ze kunnen maar aan wie ze kennen. ,,De cultuur van nepotisme en vriendjespolitiek die onder het apartheidsregime ontstond, woekert zo voort onder de club van mensen die zeggen tegen dat systeem te hebben gestreden. Het zijn niet dezelfde clans maar wel dezelfde principes.''