Van spits en rebel tot president van Burundi

Presidenten die afkomstig zijn uit de Hutu-meerderheid leven in Burundi doorgaans niet lang. De eerste Hutu-president, Melchior Mdadaye, in juni 1993 gekozen, werd in november van datzelfde jaar vermoord door Tutsi-militairen. Zijn Hutu-opvolger, Cyprien Ntaryamira, kwam samen met de Rwandese president Juvenal Habyarimana in april 1994 om het leven toen hun vliegtuig boven de Rwandese hoofdstad Kigali werd neergeschoten, wat het startsein voor de genocide in Rwanda was. Zijn Hutu-erfgenaam, Sylvestre Ntibantunganya, moest in juli 1996 opstappen na een geweldloze staatsgreep. Hij bracht het er tenminste levend vanaf.

De 41-jarige oud-rebellenleider Pierre Nkurunziza wordt morgen de vierde Hutu die het land mag leiden sinds de onafhankelijkheid van België in 1962. Dat parlementsleden en senatoren hem als president kiezen, staat bij voorbaat vast omdat zijn partij CNDD-FDD bij verkiezingen in juni en juli de absolute meerderheid in de twee kamers van het parlement heeft behaald. Hij is de enige kandidaat.

De voormalige spits van de Burundese voetbalvereniging New Sporting Club kent de gevaren van de politiek in zijn land. Zijn vader, die gouverneur en parlementariër was, werd in 1972 vermoord bij het bloedbad dat het door Tutsi's gedomineerde leger aanrichtte onder 200.000 Hutu's. Die slachting was een van de vele – in 1965, in 1988, in 1991 – etnische confrontaties tussen de Tutsi-minderheid (14 procent van de bevolking) die de macht had, en de achtergestelde Hutu-meerderheid (85 procent). Tijdens de burgeroorlog tussen 1993 en 2003 verloor hij vijf van zijn zes broers en zussen.

Zelf ontkwam hij maar net aan de dood toen het leger in 1995 de campus van de Universiteit van Bujumbura binnenviel en 200 studenten en medewerkers over de kling joeg. De hoogleraar Sportwetenschappen sloot zich bij de rebellen aan als gewoon soldaat. Pas als rebellenleider zag hij na de ondertekening van een bestand met de regering in december 2003 zijn vrouw en twee kinderen terug. Ruim een jaar geleden trad hij toe tot de overgangsregering als minister van Goed Bestuur.

De spelregels van een machtsdeling tussen Hutu's en Tutsi's werden al vijf jaar geleden in het vredesakkoord van het Tanzaniaanse Arusha vastgelegd. Hutu's bezetten zestig procent van de zetels in het parlement, Tutsi's de resterende veertig procent. Partijen die bij de parlementsverkiezingen meer dan vijf procent van de stemmen krijgen (CNDD-FDD plus de twee Tutsi-partijen Frodebu en Uprona), moeten een coalitie vormen. Hutu's en Tutsi's houden elkaar in leger en politie keurig in evenwicht.

Die machtsdeling is volgens de aanstaande president niet meer dan het begin van een verzoeningsproces, dat het sterk verdeelde land nodig heeft om zich te herenigen. Zijn partij die voortkomt uit een Hutu-rebellenbeweging, heeft zich het afgelopen jaar nadrukkelijk opgeworpen als partij voor iedereen, die zich sterk maakt voor het nationaal belang, niet voor groepsbelang. Op haar kandidatenlijsten voor verkiezingen stonden naast Hutu's ook Tutsi's.

,,Etniciteit is niet de oorzaak van de problemen in Burundi'', zei hij eind vorig jaar al tijdens een gesprek in Nederland met NRC Handelsblad. ,,Wanbeleid en gebrek aan visie zijn de echte oorzaken. Etniciteit werd gebruikt als instrument in een verdeel- en heerspolitiek. Wederopbouw is het enige wat nu belangrijk is.''

Verzoening en wederopbouw, dat is de monumentale taak die de aanstaande president zich heeft gesteld. Geen gemakkelijk opgave met een regering vol oud-rebellen die onervaren en slecht opgeleid zijn. Hoogst lastig in een van de armste landen ter wereld waar de economie al jaren krimpt. Een land bovendien waar het wantrouwen tussen bevolkingsgroepen nog altijd smeult. ,,Veel voormalige Hutu-rebellen zijn ontevreden'', zegt analist Willy Nindorera. ,,Ze hadden zich het leven als burger mooier voorgesteld. Veel Tutsi's zijn bang en willen worden gerustgesteld.''

Daarbij is de burgeroorlog nog steeds niet helemaal voorbij. De FNL, de laatst overgebleven groep van Hutu-rebellen, heeft drie maanden geleden weliswaar een bestand getekend met de regering. Maar het vechten gaat door. Zoals Nkurunziza deze week nog zei: ,,Burundi kan alleen gedijen als de bewoners zich aan hun gewelddadige geschiedenis ontworstelen.''

    • Dick Wittenberg