Stagflatie dreigt door stijging van de olieprijs

De olieprijs is vorig jaar met 45 procent gestegen en de afgelopen twee jaar met 130 procent. Die enorme stijging lijkt eindelijk enige invloed op de economie uit te gaan oefenen.

De winstgroei over het tweede kwartaal van Wal-Mart zou 9 procent in plaats van 6 procent zijn geweest als 's werelds grootste detailhandelsconcerm niet méér had moeten betalen voor brandstof en elektriciteit. Bovendien heeft topman Lee Scott gewaarschuwd dat de klanten van het Amerikaanse concern, die meestal tot de armere bevolkingsgroepen behoren, beginnen te merken dat hun koopkracht wordt aangetast. In reactie daarop daalde de S&P-index voor de Amerikaanse detailhandelssector met 3 procent.

Waarschijnlijk is er meer slecht nieuws in aantocht met betrekking tot de consumentenvraag. De afgelopen twee jaar heeft de stijging van de olieprijs het bedrag dat Amerikaanse consumenten aan andere zaken dan brandstof en energie kunnen uitgeven, met zo'n 2 procent doen dalen. Kredieten hebben een deel van die pijn uitgesteld, maar niet weggenomen, terwijl een ander deel van de pijn gewoonweg nog niet wordt gevoeld.

De prijs van ruwe olie is de afgelopen twee maanden met 20 procent gestegen, en die explosie is nog niet helemaal verwerkt in de prijzen aan de benzinepomp, laat staan in de kosten van bijvoorbeeld elektriciteit en plastic.

Het zijn niet alleen de consumenten die last hebben van de hogere energieprijzen. Het lijkt erop dat het hele prijsstelsel in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië erdoor wordt beïnvloed. De detailhandelsprijzen in de Verenigde Staten stegen in juli met 0,5 procent, waardoor de inflatie over het hele jaar uitkwam op 3,2 procent. In Groot-Brittannië nam de inflatie in juli met 2,3 procent toe, ruim boven het door de Bank of England beoogde niveau van 2 procent.

Veel economen betogen dat de olieprijsexplosie slechts een eenmalige schok is. Zij zeggen dat de vraag snel weer zal aantrekken en dat de inflatie zal terugvallen.

Maar het Amerikaanse inflatiecijfer staat al acht van de afgelopen vijftien maanden op 3 procent of hoger. En de combinatie van een tragere groei en een hogere inflatie kent uiteraard een historisch precedent. De vorige keer dat de olieprijs scherp steeg, in de jaren zeventig, leidde dat tot vijf jaar van stagflatie. Beleggers in obligaties onderkennen dat risico nog niet. Rendementen van net iets boven de 4 procent in zowel de Verenigde Staten als Groot-Brittannië gaan nog steeds uit van een laag inflatiepeil.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.