Semi-geheim archief

De toestemming van koningin Beatrix aan Wilhelmina-biograaf Fasseur om in het archief van het koninklijk huis het tot nu toe geheime rapport van de commissie-Beel te bestuderen, is op zich een eerste stap in de goede richting. Immers, bij verdere geheimzinnigheid over de Greet Hofmans-affaire die in 1956 door voormalig minister-president Beel werd onderzocht, is niemand gediend. De kwestie heeft evenwel bredere betekenis.

Zo is het onjuist dat de koningin zelf als bestuurder van de Stichting Archief van het Huis Oranje-Nassau een historicus aanwijst aan wie zij het archief kennelijk toevertrouwt. De openbaarheid van overheidsarchieven krijgt zo een ongewenst particulier tintje. Maar het gaat hier niet om een klusje waarvoor de vaste winterschilder kan worden gebeld.

Het feit dat de Rijksvoorlichtingsdienst nu laat doorschemeren dat het rapport-Beel na het werk van Fasseur wél publiek zal worden, maakt het probleem alleen maar groter. Want kennelijk zijn er dus geen principiële redenen om het rapport-Beel niet direct te publiceren.

Feit is dat toestemming aan de Leidse historicus komt op het moment dat de Tweede Kamer de minister-president gevraagd heeft om alle relevante stukken uit het Koninklijk Huisarchief over te brengen naar het Nationaal Archief, opdat de algemeen geldende regels omtrent de openbaarheid van archieven ook voor deze stukken van toepassing worden. De premier heeft geprobeerd die boot af te houden, maar vanuit de Tweede Kamer zijn nadere vragen gesteld. Het Kamerlid Kalsbeek (PvdA) diende eerder een motie in om de openbaarheid van de koninklijke archieven te moderniseren. Die motie werd door een meerderheid van de Tweede Kamer gesteund. En naar het zich laat aanzien zal de Tweede Kamer in september op deze zaak doorgaan.

Aanleiding voor de bemoeienis van de Tweede Kamer was dat de Beel-biograaf Giebels tevergeefs om toestemming had gevraagd het rapport van de commissie-Beel in te zien. Die toestemming krijgt Fasseur nu wel. Vandaag erkende deze historicus in de Volkskrant dat hij daarmee Giebels passeert. Dit is precies nog een reden waarom het rapport van de Commissie-Beel voor iedereen tegelijk publiek moet zijn: nu wordt openbaarheid een paardenrace tussen grijze historici. En bovendien wekt premier Balkenende, verantwoordelijk voor het optreden van de koningin, de schijn dat de aanwijzing van Fasseur geschiedt om te voorkomen dat andere, minder `goed ingevoerde' historici, als gevolg van de opstelling van de Tweede Kamer eerder de hand leggen op een kennelijk nog altijd zo gevoelige kwestie als de Greet Hofmans-affaire.

Deze hele gang van zaken illustreert nog eens het staatsrechtelijk ongemak van de constructie waarin het Nederlands staatshoofd en de minister-president gevangen zitten. Het historische belang van bepaalde gegevens die nu nog in het formeel particuliere archief van het koninklijk huis worden bewaard, vergt dat deze conform de regels van de Archiefwet publiek worden. In de motie-Kalsbeek wordt in dit verband gewezen op mogelijk informatie uit brieven van prinses Juliana en prins Bernhard aan de Amerikaanse president Kennedy inzake de kwestie-Nieuw-Guinea. Voorlopig moet de Kamer erop vertrouwen dat de mededeling van de minister-president hierover, namelijk dat zulke correspondentie al eerder naar het Nationaal Archief is overgebracht, juist is. Werkelijk onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek verdient evenwel de voorkeur.