Maartje Apenstaartje

Vanaf zondag ligt op het nachtkastje van de gasten van Hotel New York in Rotterdam een cadeautje: een bundel korte verhalen over hartstocht en verlangen van Maria Heiden, geïllustreerd met een groot aantal foto's van Paul Kooiker en Arno Nollen. Een voorpublicatie.

Sinds notaris L. van de stad naar de Veluwe was verhuisd en daar alleen ging wonen, was zijn bestaan veranderd. Ooit was hij in zijn jeugd hier in een vakantiekamp geweest. Hij herinnerde zich de doodstille wandelingen die ze om vijf uur 's morgens maakten om te kijken of ze in de ochtendnevel herten zagen. Hij liep naast zijn buurmeisje Joyce, die iets ouder was. Ze had blonde krullen en bovendien een mond die naar boven krulde. Aan haar ringvinger droeg ze een ringetje met een lieveheersbeestje. Hij had haar als het erg spannend werd wel eens een hand gegeven. Misschien had hij daarom de Veluwe uitgekozen.

Hier kende niemand hem. Zonder lang na te denken had hij het ouderwetse bakstenen huis gekocht. Aan de zijkanten zaten twee bolle erkers die hem aan een vrouwenlichaam deden denken. Er waren veel ramen die onderverdeeld waren in ruitjes. Kleine ijzeren balkons die aan de buitenkant bemost waren. De hoge deur was precies in het midden. Een lange uitgesleten trap leidde ernaartoe. Achteraf dacht hij dat dat hem zo beviel aan het huis. Symmetrisch klopte het helemaal.

Omdat hij aantrekkelijk en erudiet was, en niet lang zonder een vrouw kon, kreeg hij binnen de kortste tijd een vriendin. Het was de vrouw van slager O. die hem altijd zo guitig aankeek als hij daar zijn tartaartje ging halen. Ze had vergeet-mij-nietjesblauwe ogen en een blonde paardenstaart.

Onder haar schort was haar lichaam mollig. En ze droeg altijd hoge hakken waar hij van hield. Bij elk stukje leverworst of karbonaadje dat hij bestelde, klikten haar hakken. Het klonk notaris L. als muziek in de oren.

Op een dag vroeg ze advies over het vruchtgebruik van een stuk grond.

En of ze dat bij hem thuis kon bespreken.

Toen ze in de erker zaten en ze hem vanuit haar handtas een stukje Zeeuws spek had gegeven zei ze dat ze zelf het vruchtgebruik was. ,,Zeg maar Maartje'', zei ze. ,,Ik ben de verboden vrucht.'' Notaris L. was geschokt. Nog nooit had een vrouw zich zo rechtstreeks aangeboden.

Ze giechelde en schopte haar pumps door de kamer. Daarna trok ze haar kousen uit en kwam overdreven heupwiegend naar hem toegelopen. Even waande notaris L. zich in een goedkope nachtclub. Maar toen hij in haar lichtblauwe ogen keek, en zich realiseerde dat er geen toonbank tussen hen in stond, dat ze geen wit bloederig schort droeg maar een korte geruite rok, voelde hij zijn bloed koken.

,,Maartje Apenstaartje'', zei hij schor. Ze trok haar slipje uit en ging wijdbeens op zijn schoot zitten. Haar gezicht gloeide. Notaris L. begroef zijn hoofd in haar hals. Hij voelde haar aderen kloppen en rook een vage geur van gehakt en parfum.

De verhalenbundel van Maria Heiden is ook verkrijgbaar via de boekhandel: Maria Heiden: Hooked, een uitgave van Hotel New York Rotterdam, ISBN 90-805235-3-4, €10