Iraks Koerden solidair met PKK

De ogen zijn gericht op de moeizame pogingen van Irak een nieuwe grondwet op te stellen. Maar in het noorden, in Koerdistan, sluimert een andere crisis.

Minister Hameed Afendi van de Koerdische regering in Arbil in het de facto autonome Noord-Irak is een beminnelijk man die graag en trots vertelt over de naar eigen zeggen 70.000 peshmerga's (Koerdische strijders) aan wie hij leiding geeft. Maar ondanks die beminnelijkheid zouden zijn opmerkingen Turkse bezoekers tot een staat van razernij brengen.

Turkije wordt de laatste maanden getroffen door een reeks bomaanslagen en andersoortig geweld, waarvoor de regering in Ankara aanhangers van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) verantwoordelijk houdt. In het noorden van Irak, en zeker ook in het gebied waarvoor minister Hameed Afendi verantwoordelijk is, verblijft een groot aantal PKK-strijders die van daaruit in Turkije opereren.

Volgens veel Turken moet het `probleem' van de PKK daarom bij de wortel, dat wil zeggen: in Noord-Irak, worden aangepakt. Hoeveel van Afendi's peshmerga's zijn betrokken bij militaire actie tegen de PKK? ,,Geen enkele'', zegt de minister, terwijl hij een slok van zijn koffie neemt. ,,De PKK'ers zitten aan de grens. Zij bemoeien zich verder niet met ons en wij ons niet met hen.''

De Koerdische minister klinkt ontspannen. Maar in Turkije wordt minder zorgeloos over Noord-Irak gedacht. Hoe hoog de emoties weer oplopen, bleek enkele weken geleden toen op het dak van een gebouw van een politieke partij in de Noord-Iraakse oliestad Kirkuk een Koerdische vlag begon te wapperen. Volgens de Turkse media ging het om de vlag van de PKK, en in Turkije brak een storm los. Een lange rij sprekers verklaarde op televisie dat Noord-Irak een roversnest is, waar alleen maar ellende vandaan komt. Het Turkse leger moest er maar weer eens binnentrekken om orde op zaken te stellen.

Hameed Afendi heeft met enige verbazing naar de opwinding gekeken. De vlag in kwestie, zo verklaart hij met nadruk, was helemaal geen PKK-vlag maar een Koerdische vlag die al was gemaakt voordat de PKK werd opgericht. (Maar wel een vlag, zegt een Koerd uit Arbil, waarop alle delen van Koerdistan zijn vertegenwoordigd, dus inclusief het deel dat in Turkije ligt). De minister is het ook oneens met de Turkse opvatting dat het PKK-probleem in Noord-Irak opgelost moet worden. ,,Turkije geeft Koerden geen rechten. Laat het dat maar eens doen, dan is het hele probleem zo opgelost. Turkije ziet Koerden als tweederangsburgers.''

Die opmerking verklaart waarom de spanning tussen Turkije en Noord-Irak vervaarlijk begint op te lopen, en ook premier Erdogan inmiddels openlijk over interventie praat. In Turkse ogen willen de Noord-Irakezen niets aan het probleem doen omdat Koerden Koerden de hand boven het hoofd houden, ook al zijn het terroristen. Maar in feite ligt de situatie gecompliceerder. Koerdistan stond vroeger bekend om zijn quasi-feodale structuren waarbij de leider bepaalde wat het volk zou gaan doen. Maar de laatste paar jaren, zo zeggen Koerden in Arbil, is dat veranderd. De leiders worden nog steeds gerespecteerd maar er is ook een publieke opinie die eist dat besluiten worden uitgelegd. En die publieke opinie zou een besluit om peshmerga's in te zetten tegen de PKK moeilijk begrijpen. ,,Zij zijn Koerden en wij ook. Wij moeten ze [de PKK] juist helpen'', zegt de 21-jarige Dzengi in een internetcafé in het centrum van Arbil. ,,En ik haat elk leger dat ons probeert te bezetten'', voegt hij daaraan toe.

Daar komt nog bij dat de regering in Arbil met heel andere problemen wordt geconfronteerd: al zou ze de PKK willen aanpakken, ze zou het waarschijnlijk niet eens kunnen. In Arbil zijn de laatste maanden immers tientallen doden gevallen bij twee zware aanslagen. Zo erg als in het naburige Mosul is het nog niet, maar veel mensen verkeren in shock dat `hun' Arbil het toneel van moslimextremistisch geweld werd.

Alsof dat niet genoeg was bleek onlangs dat niet alleen de door veel Koerden verfoeide Arabieren verantwoordelijk waren voor zulke gruweldaden. In Arbil werd een (overigens zelfbenoemde) Koerdische sjeik opgepakt die aan het hoofd stond van een bende die half-crimineel, half-moslimextremistisch was maar in ieder geval een spoor van ellende door Arbil trok. Seksorgieën (waarbij de sjeik naar verluidt enthousiast meedeed), mensen de keel afsnijden, aanslagen – het maakte allemaal deel uit van het repertoire van de groep, aldus de door de staat gecontroleerde Koerdische televisie. Pijnlijk genoeg bleek de minister van Binnenlandse Zaken, die moet toezien op de orde in Arbil en omgeving, door familiebanden aan de sjeik gerelateerd. Iedereen in Arbil, dat vroeger zo kalm-provinciaal was, is bang. In zo'n klimaat is actie tegen de PKK wel het allerlaatste punt op het prioriteitenlijstje van de Koerdische regering.

Of gaat dat veranderen? Aan de grens tussen Turkije en Noord-Irak blijkt dat de frustratie van Turkije flink oploopt. ,,Wapens, explosieven, je weet niet half wat we hier vinden'', zegt een soldaat die er werkt. ,,Alle rotzooi sturen ze daar [de Koerden in Noord-Irak] op ons af.'' De komende weken gaat Turkije opnieuw praten met de Amerikanen, die niet alles te zeggen hebben in Noord-Irak maar wel zware druk kunnen uitoefenen op de Koerden, in de hoop zo toch actie te kunnen ondernemen tegen de PKK. Mocht dat mislukken, dan zal de roep om interventie ongetwijfeld weer oplaaien in Turkije. ,,Laat ze maar komen'', zegt minister Hameed Afendi en wijst op zijn persoonlijke assistent op de bank: dertien keer werd de peshmerga gewond in de strijd tegen Saddam, hij verloor zelfs een hand, maar hij is er nog steeds en glimlacht. ,,Wij vechten tegen iedereen die ons aanvalt'', zegt de minister.

    • Bernard Bouwman