`In de VS stikt het van de Europese farmaceuten'

Ook in Nederland moeten bedrijven en universiteiten samen medicijnen ontwikkelen. Minister Hoogervorst wil daar geld voor geven.

Het is nu zes maanden geleden dat een Amerikaanse handelsdelegatie ,,vrij fors'' de werkkamer van minister Hoogervorst van Volksgezondheid betrad. Het waren belangenbehartigers van de farmaceutische industrie – een directeur van een farmaceutisch bedrijf, de directeur van een national intstitutes of health. In zo'n instituut werken universiteiten met farmaceutische bedrijven samen om sneller innovatieve geneesmiddelen op de markt te kunnen brengen.

De Nederlandse regering zou net als alle andere Europese landen te weinig besteden aan geneesmiddelen, was de boodschap van de Amerikanen ,,en zie wat er gebeurt''. Hoogervorst ging kijken, een maand geleden tijdens een werkbezoek in de Verenigde Staten en Mexico. Onder meer in New Jersey, waar veel farmaceutische bedrijven zich hebben gevestigd. ,,Het stikt daar van de Europeanen'', zegt Hoogervorst. Helemaal nieuw was dat niet voor de minister. Akzo Nobel-topman Hans Wijers had hem in een brief al eens gewaarschuwd voor ,,de enorme zuigkracht van de Verenigde Staten'' op farmaceutisch onderzoekers. Hoogervorst: ,,Er is een enorme braindrain aan het ontstaan van farmaceutisch onderzoekers naar de VS. Bedrijven concurreren er om Europese hersenen.''

De eerste directe kritiek van de Amerikanen op het Europese medicijnbeleid hoorde Hoogervorst vorig jaar op de bijeenkomst van gezondheidministers van de Oeso-landen. Toen was het de Amerikaanse minister van Volksgezondheid die opmerkte dat Amerikaanse patiënten meer betalen voor dezelfde geneesmiddelen da Europese patiënten. Volgens de Amerikanen komt dat omdat zij opdraaien voor de onderzoeks- en ontwikkelingskosten van die geneesmiddelen. Hoogervorst beaamt dat: ,,Het is duidelijk dat er een probleem is.'' Maar tijdens zijn werkbezoek aan de VS zag hij in dat er meer aan de hand is.

Het onderwijs- en ondernemingsklimaat in de Verenigde Staten is nu eenmaal gunstiger, zegt Hoogervorst. ,,Het is niet waarschijnlijk dat Nederland binnen vijf jaar ineens drie universiteiten in de toptien heeft staan.''

Amerikanen geven meer uit aan de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen, zegt Hoogervorst ook. De Amerikaanse overheid investeert jaarlijks 30 miljard euro in de ontwikkeling van die nieuwe geneesmiddelen. Dat gebeurt via de zogenoemde national institutes of health, verspreid over het land. En, de Amerikaanse farmaceutische industrie profiteert nu eenmaal van een ongekende schaalgrootte, waar ieder Europees land zijn eigen medicijnbeleid kent met in ieder land andere toelatingseisen en andere vergoedingsvoorwaarden. Zorg in Europa blijft vooralsnog een nationale aangelegenheid, zegt de minister. ,,En daar ben ik ook eigenlijk wel voor.'' Wel zegt hij met gezondheidsministers van andere Europese landen ,,bezig te zijn miljarden vrij te maken voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen.''

,,En die hoge medicijnprijzen in Amerika'', zegt Hoogervorst, ,,daar zou de Amerikaanse regering eens zelf naar moeten kijken.''

Om de ontwikkeling van innovatieve geneesmiddelen toch te stimuleren wil het kabinet 130 miljoen euro investeren in een farmaceutisch instituut, als poging om net als in de VS fundamenteel wetenschappelijk onderzoek mogelijk te maken, zoals gebeurt in de national institutes of health.

Het nieuwe bestuur van het Topinstituut Pharma, zoals het vooralsnog zal gaan heten, moet ervoor zorgen dat de farmaceutische kennis in Nederland beter en sneller wordt benut. Het instituut gaat de kennis die er in Nederland is op het gebied van geneesmiddelenontwikkeling bundelen en `precompetitief onderzoek' stimuleren – bijvoorbeeld naar een methode waarmee bedrijven sneller toxicologisch onderzoek kunnen doen. Daarvan kunnen alle bedrijven profiteren. Negen bedrijven hebben inmiddels een intentieverklaring getekend, waaronder Organon, Solvay, en Octoplus. Ook zullen Amerikaanse wetenschappers naar Nederland worden gehaald, zegt Hoogervorst. ,,Zij kunnen ons op weg helpen, door te vertellen hoe industrie en universiteiten het best kunnen samenwerken. Zo moet bijvoorbeeld geregeld worden wie het intellectueel eigendom krijgt van onderzoek dat via dit instituut wordt gedaan.''

    • Esther Rosenberg