Erkenning van `17 augustus' had al in 1947 plaats

Dat minister Bot als eerste Nederlandse minister in Indonesië de viering van de Indonesische onafhankelijkheidsproclamatie bijwoont, verdient alle lof. Het is een belangrijke stap in de geschiedenis van de Nederlands-Indonesische relaties. Overal is er dan ook terecht waardering en hulde.

Bij alle bijval ontbreekt echter een belangrijke notie. Hoe belangrijk Bots stap ook is, de de facto erkenning van 17 augustus 1945 was reeds in 1947 een feit. In 1995 hield premier Kok ter inleiding op het staatsbezoek van koningin Beatrix een toespraak voor de Indonesische tv waarin hij dit nog eens memoreerde.

Wat bracht de premier tot dat standpunt? Het werd glashelder in een brief die het kabinet in januari 1995 aan het parlement zond. Men argumenteerde kort en goed dat Nederland weliswaar de soevereiniteit over Indonesië pas op 27 december 1949 had overgedragen, maar diezelfde op 17 augustus 1945 uitgeroepen Republiek Indonesië reeds via het akkoord van Linggadjati (november 1946, maart 1947) de facto had erkend.

De vraag hoe Nederland nu aankijkt tegen de onafhankelijkheidsverklaring vindt hierin zijn antwoord. Nederland erkent de onafhankelijkheidsverklaring van 17 augustus 1945 als een historisch vaststaand feit en geeft daaraan reeds sinds jaar en dag uitdrukking.

In NRC Handelsblad van 17 augustus richt historicus Wim van den Doel een scherpe aanval op Kok. Deze schilderde namelijk in zijn speech het Nederlands beleid af in termen van een proces van geleidelijke dekolonisatie. Ik weet dat deze stelling niet in Van den Doels toko past. Hij is er immers sinds jaar en dag van overtuigd dat Nederland er op uit was zijn oude koloniale positie te handhaven. Hierover woedt onder dekolonisatiehistorici al enige tijd een enerverende discussie. Van den Doel is daarbij een geheide traditionalist, terwijl ik de revisionistische stroming ben toegedaan. Ik geloof inderdaad op grond van alle onderzoek dat ik heb verricht dat Nederland wilde dekoloniseren, zij het met een stevige Multatuliaanse vinger aan de pols.

Maar ik kom terug op het uitgangspunt. Wat is er op Koks destijds bejubelde speech tegen? Vooral als men zich realiseert dat het ook door Van den Doel gewaardeerde akkoord van Linggadjati (waarin dat proces van geleidelijke dekolonisatie lag opgesloten) er de stille onderstroom van vormt. Bot, die herhaaldelijk stelde dat hij zich bij eerdere spijtbetuigingen aansloot, had de toespraak zo weer kunnen afsteken. Dat had meer helderheid gebracht in wat nu alleen nog meer verwarring oplevert.

Joop de Jong is historicus. Hij publiceerde onder meer `De waaier van het fortuin. De geschiedenis van de Nederlanders in Azië en de Indonesische archipel'. (1998).

www.nrc.nl/binnenland Interview met Van den Doel

    • Joop de Jong