Regering Sofia niet werkelijk stabiel

De nieuwe regering van Bulgarije is getalsmatig zeer stabiel. Maar onder de geruststellende getallen ligt een mijnenveld van potentiële conflicten tussen de coalitiepartners.

De gisteren aangetreden regering van Bulgarije is getalsmatig de meest stabiele die het land sinds de val van het socialisme heeft gehad: de coalitie van de socialistische premier Sergej Stanisjev kan rekenen op de steun van 169 van de 240 parlementariërs, méér dan welke regering ook sinds 1989.

De coalitie van de drie grootste partijen in het parlement, de Bulgaarse Socialistische Partij (BSP), de Nationale Beweging Simeon II (NDSV) en de Beweging voor Rechten en Vrijheden (DPS), heeft bovendien heldere prioriteiten. Bulgarije wil op 1 januari 2007 lid worden van de Europese Unie. Dat betekent dat er nog deze herfst een reeks cruciale hervormingen moet worden doorgevoerd. Er liggen alleen al dertig wetten voor de hervorming van het rechtssysteem klaar, inclusief een nieuw wetboek van strafvordering.

Premier Stanisjev somde gisteren de andere prioriteiten nog even op: een toegankelijke gezondheidszorg, een economische groei van zes tot acht procent per jaar, een modernisering – afslanking – van de staatsbureaucratie, een harde strijd tegen corruptie en de georganiseerde misdaad, bevordering van de werkgelegenheid en particulier initiatief, verdere privatisering, het bevorderen van economische liberalisering zonder de openbare belangen uit het oog te verliezen.

Niemand in Bulgarije zet daar vraagtekens bij. En de benoeming of handhaving van markt- en Europa-gezinde ministers (de partijloze Plamen Oresjarski op Financiën, Ivailo Kalfin op Buitenlandse Zaken, Meglena Koeleva op Europese Integratie) lijkt een garantie dat deze regering die prioriteiten niet uit het oog verliest.

En toch staan niet veel Bulgaren te juichen over de nieuwe regering. Er lijken in de alliantie tussen de socialistische BSP en de Nationale Beweging van ex-premier (en ex-koning) Simeon Sakskoburgotski te veel valkuilen ingebouwd om een smooth ride tot 2009 te garanderen.

Het is sowieso een vreemde combinatie: hier gaat de partij van de ex-koning in zee met de erfgenamen van de communisten die hem in 1947 van zijn troon beroofden, zijn familieleden executeerden en duizenden van zijn aanhangers doodschoten of opsloten. De vader van de nieuwe premier speelde een prominente rol in die communistische partij en de premier zelf werd zelfs vlak voor de ondergang van het socialisme nog lid van die partij.

Het verklaart mede waarom de BSP en de Nationale Beweging zeven weken ruzieden over deze coalitie. Toch kwamen ze uiteindelijk voor de dag met een pact dat vrijwel identiek is aan het pact dat Simeon Sakskoburgotski weken geleden nog afwees. Veel Bulgaarse media reageerden gisteren dan ook boos. ,,Waarom moesten we deze lange soap bekijken, met de kussen, de gebroken huwelijken en de gevechten? Wat in twee minuten had gekund heeft bijna twee maanden geduurd'', aldus het dagblad Sega. ,,De tijd die in de onderhandelingen verloren is gegaan, komt niet terug. Net zo min als het vertrouwen van de kiezer.''

Die zeven weken ruziën tekenen de sfeer in de relaties tussen de coalitiepartners, alle mooie woorden over stabiliteit en duidelijke doelstellingen ten spijt. Na de verkiezingen van eind juni was een samengaan van BSP en Nationale Beweging rekenkundig de enige mogelijkheid voor een meerderheidsregering, gezien de samenstelling van het parlement. Maar al die weken hebben politici – en dan vooral Simeon Sakskoburgotski, die het pact met de BSP lang afwees omdat hij zelf premier wilde worden – persoonlijke en partijbelangen boven die van het land gesteld, ondanks de haast die was geboden.

En dat kan de regering nog opbreken. ,,Er zijn zo veel ongeziene struikelblokken dat moeilijk te voorspellen valt hoe de regering aan permanente instabiliteit ontkomt'', oordeelde gisteren het blad Monitor.

Premier Stanisjev zei gisteren dat de regering ,,een redelijker evenwicht zal zoeken tussen de belangen van de samenleving en die van de markt''. Dat is precies de grens waarlangs de strijd tussen de BSP (verdedigster van `de belangen van de samenleving', anders gezegd: voor een socialer gericht beleid) en de Nationale Beweging (verdedigster van de belangen van de markt) zich zal afspelen. De Nationale Beweging heeft de economie gefatsoeneerd door vier jaar lang de belangen van de markt voorrang te geven, met een strak financieel-economisch beleid en sluitende begrotingen. Dat beleid was succesvol, maar de gewone Bulgaar merkte weinig van de vooruitgang: het gemiddeld loon is maar 150 euro per maand, reden waarom veel van die `gewone' Bulgaren in juni op de oppositionele BSP hebben gestemd. De druk op de BSP om de koers nu bij te stellen is groot – en daar schuilt gevaar van ruzie met de Nationale Beweging. Dat elk besluit van de regering met consensus moet worden genomen maakt het gevaar van instabiliteit nog groter.

Nog kan alles onder vage en wollige woorden worden verborgen. Worden controversiële privatiseringen van de vorige regering (die van de Nationale Beweging) herzien – zoals de BSP steeds heeft geëist toen ze in de oppositie was –, zo werd premier Stanisjev gisteren gevraagd. ,,Er kan en zal geen politieke paraplu voor onregelmatigheden zijn'', antwoordde die. ,,De zaak zal volgens de wet worden benaderd en worden overgelaten aan de discretie van de ministerraad en de parlementaire meerderheid, niet met het oogmerk van vergelding, maar met inachtneming van feiten en omstandigheden.'' De `ongeziene struikelblokken' waar Monitor van repte, zijn al zichtbaar.