`Ons' Indië...

Woorden hebben hun betekenis, om met oud-VVD-leider Bolkestein te spreken. Dus als minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) zegt dat Nederland de uitroeping van de Indonesische republiek op 17 augustus 1945 ,,aanvaardt'', zegt hij niet dat Nederland dat feit erkent. Aanvaarden is je schikken in de realiteit. Erkennen is inzien en toegeven dat je het eerder mis had. Politiek is Nederland er dus nog niet. De formele erkenning door een Nederlandse minister van de officiële Indonesische onafhankelijkheidsdag, impliceert voor veel landgenoten het achteraf fout verklaren van de Nederlandse militaire acties tussen 1945 en 1949 in Indonesië. Dat was precies de reden waarom tot nu toe geen vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de officiële viering van 17 augustus aanwezig was in Jakarta. In 1995 leidde deze gevoeligheid er nog toe dat koningin Beatrix haar bezoek aan Indonesië enige dagen na het verstrijken van die datum begon.

Vandaag is minister Bot echter wél aanwezig in Jakarta. En hij heeft daar gisteren, aan de vooravond van de onafhankelijkheidsdag, gezegd dat de Nederlandse regering door middel van zijn aanwezigheid voor het eerst haar politieke en morele aanvaarding uitdrukt van de Indonesische `Proklamasi', de datum dat Soekarno en Hatta Indonesië onafhankelijk verklaarden. Hij bracht namens de regering diepe gevoelens van spijt tot uitdrukking over al het leed dat het optreden van Nederlandse troepen met name in 1947 heeft veroorzaakt. Ook hier dus een nuanceverschil: wel spijt maar geen excuses. Het is ook de vraag of de Nederlandse staat zich in historisch perspectief kan of zelfs móet excuseren voor excessen die aan het eind van de koloniale periode plaatshadden. Bot gebruikte in dit verband terecht de vergelijking met het beklimmen van een berg: achteraf kun je makkelijker zien dat een andere weg naar boven eenvoudiger en korter was geweest.

Maar Bot verklaarde verder dat ,,wij Nederlanders'' aan onszelf moeten toegeven ,,en aan u Indonesiërs'' dat gedurende de koloniale periode en vooral in de finale fase schade is berokkend aan de belangen en de waardigheid van het Indonesische volk. ,,Ook al waren de bedoelingen van individuele Nederlanders niet altijd slecht''. Dit is een diplomatiek figuurzagen op hoog niveau. De vraag is wie of welke belangen met zoveel overdreven omzichtigheid zijn gediend. Is het koloniale verleden van Nederland een zaak van `oude mensen, de dingen die voorbijgaan'? Een ruiterlijke erkenning met zoveel woorden zou beter zijn.

Van Indonesische zijde verklaarde Bots ambtgenoot Wirajuda niet op erkenning van de onafhankelijkheidsdatum te hebben aandrongen. Een Indonesische diplomaat schrijft in de Jakarta Post dat de Nederlandse aanvaarding van 17 augustus in de praktijk voor Indonesië weinig uitmaakt. Het belangrijkste nieuws vandaag in Indonesië was dan ook niet de aanwezigheid van minister Bot, maar het vredesverdrag met de opstandelingen in Atjeh. Voor Nederland zijn goede relaties met Indonesië belangrijker dan omgekeerd, zeker economisch gezien. Vandaar wellicht dat Bot in zijn verklaring gisteren het eind van de koloniale periode situeerde aan het eind van de jaren veertig. Daarmee liet hij de pijnlijke kwestie Irian-Jaya, tegenwoordig Papua Barat, buiten beschouwing. Met name het onderzoek dat Bots ambtsvoorganger Van Aartsen liet instellen naar de wijze waarop dat gebiedsdeel bij Indonesië werd gevoegd, ligt zeer gevoelig. Wat dat betreft zijn de dingen nog altijd niet voorbij.