...maar meer zit er niet in

De hoop op een herleving van de `routekaart' naar vrede getuigt van weinig realisme. Er zal nog moeten worden onderhandeld over de definitieve grenzen tussen Israël en Palestina, het lot van de 200.000 joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever, de status van Jeruzalem en het vraagstuk van de Palestijnse vluchtelingen van 1947-1948. Op al deze punten is de kloof tussen de Israëlische en Palestijnse standpunten sinds de mislukte onderhandelingen van Camp David in 2000 niet verminderd, terwijl de angst en achterdocht zijn toegenomen.

Onderhandelingen onder deze omstandigheden zijn niet alleen bij voorbaat vruchteloos, maar zouden de verwijdering en argwaan in beide kampen nog wel eens kunnen vergroten. Dat het plan van Kofi Annan voor Cyprus is mislukt, laat zien dat goede bedoelingen niet voldoende zijn en vergeleken met wat Israëliërs en Palestijnen verdeelt, zijn de geschillen op Cyprus minuscuul.

Het enige redelijke uitgangspunt is waarschijnlijk om te erkennen dat verdere eenzijdige stappen van weerszijden bevorderlijk zouden zijn voor deëscalatie en uiteindelijke verzoening. Aan Israëlische kant zou een verdere ontruiming van de tientallen geïsoleerde en kleine nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever – en de bijbehorende evacuatie van 20 à 30 duizend kolonisten – politiek misschien haalbaar zijn, waarmee de Palestijnen daar een aaneengesloten grondgebied zouden krijgen.

Van Palestijnse kant zou het een belangrijke stap zijn als de Palestijnse Autoriteit vaste greep zou krijgen op de reeks veiligheidsdiensten en milities. De Palestijnse leider Mahmoud Abbas is zich hiervan bewust, maar de vraag is of hij iets kan afdwingen. Ook zou de Palestijnse leiding de moeilijke taak op zich kunnen nemen om de vluchtelingen te vertellen dat ze – in strijd met bijna 50 jaar Palestijnse propaganda – niet meer naar Israël zullen terugkeren maar zich zullen moeten vestigen op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza, de gebieden die onderdeel zullen worden van de uiteindelijke Palestijnse staat.

In een ideale wereld eindigen conflicten door akkoorden en verdragen. Maar in de echte wereld – met wellicht als voorbeelden Cyprus, Bosnië en Kosovo – is hetzelfde doel soms ook zonder officieel akkoord te bereiken: door middel van stabilisatie en een langzame deëscalatie van het geweld. Nu plausibele alternatieven ontbreken, valt te hopen dat zoiets ook mogelijk is voor Israëliërs en Palestijnen.

Shlomo Avineri is hoogleraar politicologie aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem en ex-directeur-generaal van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken. © Project Syndicate