IMF: hulp Irak naar beveiliging

Van de investerings- en hulpgelden voor Irak wordt volgens aannemers en donors 30 tot 50 procent besteed aan beveiligings- en verzekeringskosten. Dat schrijft het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in een gisteren verschenen rapport. Het was de eerste keer in 25 jaar dat het IMF een analyse van de Iraakse economie publiceerde.

Het voortdurende geweld in Irak is, zo concludeert het IMF, een obstakel voor het economische en sociale herstel van het land. Handel en investeringsstromen worden erdoor belemmerd.

Desondanks is het bruto binnenlands product van Irak in 2004 naar schatting met 50 procent gestegen, vooral dankzij de weer op gang gekomen olieproductie: van 1,2 miljoen vaten per dag in 2003 naar 2 miljoen in 2004. Voor de oorlog was het niveau 2,5 miljoen.

Het IMF schrijft in het rapport dat het moeilijk is om aan cijfermateriaal over de Iraakse economie te komen. Zo functioneert het verzamelen van statistieken nog onvoldoende. ,,De informatie die het fonds krijgt van de Iraakse autoriteiten is maar net genoeg voor een verkenning. Gegevens over de oliesector – driekwart van de economie – vormen daarop een uitzondering.''

De schattingen over de werkloosheid in Irak lopen sterk uiteen. In een verkenning van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) wordt een percentage van 10,5 procent van de beroepsbevolking gehanteerd. Maar andere schattingen vallen aanzienlijk hoger uit: 28 procent volgens het Iraakse ministerie van Planning, 30 procent volgens de coalitieautoriteiten, 30 tot 45 procent volgens de Amerikaanse denktank Brookings Institution en zelfs 70 procent volgens de Universiteit van Bagdad.

Het IMF wijst erop dat volgens het UNDP de indicatoren voor de menselijke ontwikkeling in de afgelopen twintig jaar in Irak alleen maar achteruit zijn gegaan. Vergeleken met andere landen in het Midden-Oosten scoort Irak laag op de meetlat van de Millennium-doelen van de VN voor bestrijding van de armoede.