Het Indië van Ot en Sien was schoon en vredig

De opdracht aan tekenaar Cornelis Jetses in september 1908 klinkt zo eenvoudig. Hij moest de Nederlandse leesplank van Hoogeveens leesmethode, uitgegeven door J.B. Wolters uit Groningen, met behulp van enkele ingrepen bewerken voor Nederlands-Indië. Zijn uitgever schreef hem: ,,U behoeft dan alleen te tekenen, waar de voorstellingen anders worden, de rest laten wij voor 't Indisch leesplankje zo.'' Dus maakte Jetses bij Hok een kippenhok van gevlochten bamboe, en veranderde hij de Hollandse Zus in een meisje in koloniaal schoolkostuum.

Helaas zijn deze klassikale leesplanken, voor zover bekend, verloren gegaan. Op de tentoonstelling Bij de les. Indische schooplaten en ander onderwijsmateriaal van Wolters-Noordhoff in het boeken- en handschriftenmuseum Meermanno uit Den Haag prijkt wel een klassenfoto met prominent tegen de wand zo'n leesplank. Het Museum heeft geen origineel exemplaar kunnen achterhalen.

Twee Nederlandse educatieve uitgeverijen, J.B. Wolters (1836) en P. Noordhoff (1858), beide uit Groningen, hadden vestigingen in het toenmalige Batavia. Rond 1900, na de invoering van de Leerplichtwet, moesten kinderen uit diverse maatschappelijke klassen deelnemen aan het onderwijs. Dat gold ook voor Oost-Indië. Inmiddels waren de twee uitgeverijen gefuseerd tot Wolters-Noordhoff, verantwoordelijk voor de publicatie van onderwijsmateriaal in de kolonie. Er verscheen een keur aan aanschouwelijk lesmateriaal, van schoolplaten tot leesplankjes en lesboeken. Leidraad voor de expositie is het boek Bij de les. Schoolplaten van Nederlands-Indië (Uitg. Contact) door Hella Haasse.

Een voltreffer van J.B. Wolters was de serie leesboekjes Nog bij moeder, die gewoonlijk Ot en Sien (1911-1914) heet. Ook de groeiende Indische markt vroeg erom. In de vitrines liggen uitgaven waarin de kleuters opgroeien in een koloniale ambiance met een in het wit geklede vader als ambtenaar, een moeder die leiding geeft in het huishouden en voorts een stoet aan bedienden. Het opmerkelijke is de vanzelfsprekendheid van de afbeeldingen, gemaakt door de vaste tekenaar Cornelis Jetses. Samen met bewerker A.F.Ph. Mann, die in Oost-Indië woonde, wilde de tekenaar de kinderen in de koloniën ,,het sympathiekste bieden'' wat de jeugd in het moederland te lezen kreeg. De sfeer van de tekeningen is vredig. De Indonesische en Nederlandse kinderen spelen op onberispelijk schoongeveegde erven en de toko is een feest van ordelijk en kleurig uitgestalde koopwaar. Jetses was verbluffend goed in staat de entourage van zijn werk te transformeren tot een Indische.

Wolters-Noordhoff blijkt uiterst kundig in het uitgeven daarginds van typisch door vaderlandse opvoeders bedachte lesmethoden. Het befaamde boek voor aardrijkskunde, Insulinde in Woord en Beeld door de Groningse leraar Henri Zondervan, is een van de interessantse documenten van de expositie. Het toont Nederland als hart van de wereld, waar de kolonie onverbrekelijk mee is verbonden. Van Indonesische soevereiniteit is nauwelijks een spoor te ontdekken. Het vaderlandse gedachtengoed overheerst. Koloniaal en Nederlands belang vielen samen. Nederland en Indonesië schuiven op wonderbaarlijke wijze ineen.

Tentoonstelling: Bij de les. Indische schoolplaten en ander onderwijsmateriaal van Wolters-Noordhoff. Museum Meermanno, Prinsessegracht 30, Den Haag. T/m 11/9. Inl.: 070-3462700, www.meermanno.nl

    • Kester Freriks