Günters zeebaars

Lekker snorkelen bij de Maldiven. Maar eerst op duikcursus bij een overjarige hippie.

Op het Maldiveneiland Nakatcha Fushi storten we ons na een lange dag snorkelen op een verrukkelijke tweepersoons zeebaars, die bereid is door een tweetal inlandse koks met vertrouwde namen voor de talrijke Duitse toeristen die hier komen. Günter Zedelmayer, een overjarige hippie uit Beieren die de duikschool van het eiland runt, en bij wie het duo overdag werkt, heeft hen Karl Heinz en Hans Joachim gedoopt. Günter houdt wel van een geintje.

Regelmatig zien we hem met zijn boot vol opgewekt duikvolk uitvaren. Ze komen terug met wildenthousiaste verhalen. Op een dag kan ik de verleiding niet langer weerstaan en meld me aan. Mijn vrouw gaat voor geen goud mee. Ze gaat liever gewoon dood, zegt ze.

Het enige wat Günter Zedelmayer van zijn leerlingen verwacht, is dat ze adem blijven halen. Kom hem niet aan boord met uitgebreide keuringen, oefeningen en een compleet studieprogramma voordat je een keer de diepte in mag: ,,Dass ist alles Quatsch.'' In volle duikuitrusting loop ik voor de eerste les met Günter mee door de branding naar de rand van een diepe kuil. Vlak voordat het water zich boven onze hoofden sluit, merkt hij langs zijn neus weg op dat ik altijd langzaam op moet stijgen, anders kon ik wel eens met mijn longen op mijn rug boven komen. Terwijl ik afdaal, word ik overvallen door een verlammende angst. Günter pakt mij bij mijn schouders en kijkt me diep in mijn ogen. In mijn blikveld verschijnt het gezicht van Catweazle. Zijn lange haren zweven in slierten rond zijn hoofd, zijn ogen puilen uit. Kennelijk heeft Günter mijn wegtrekker aangezien aan voor koelbloedigheid. Hij is althans tevreden. Morgen mag ik mee voor het echte werk op zee.

Elke keer als we uitvaren voor weer een duik raak ik in paniek, maar goed en wel onder water kom ik tot rust en geniet met volle teugen. Günter mag dan niet te spreken zijn over mijn vorderingen (ik spartel meer dan ik flipper en ik haal gejaagd adem), mijn instelling bevalt hem wel. Dat je nieuwsgierigheid het wint van je angst, is beter dan roekeloos gedrag.

De duikschool heeft zijn vaste stekken. Ze zijn het leefgebied van bepaalde vissoorten, die door Günter en zijn hulpjes gevoerd worden. Als voor een superbreedbeeld-tv gezeten, zien we hoe de haaien hapklare brokken verslinden. De murenen een paar mijl verderop kronkelen van genot als ze geaaid worden. Günter's uitgesproken favoriet is Ludwig, een monsterlijke zeebaars, die traag en waardig op hem af zwemt.

Bij een van de duiken zweven we met z'n allen een grot in. Mijn fles met perslucht blijft aan het plafond haken, omdat ik de zweeftechniek nog steeds niet beheers. Günter leidt me naar buiten, plakt me tegen het koraal en gebaart dat hij me zo op komt ophalen. `Nu vooral niet nadenken, maar gewoon doorgaan met ademhalen', spreek ik mezelf toe en concentreer me op een zeespinnetje dat van me weg wandelt.

Ik ben een hopeloos geval. Op de voorlaatste dag wordt onze groep onderwater gekruist door een andere duikschool. In verwarring zwem ik achter de verkeerde man aan, die ik ook nog eens uit het oog verlies. Ik schrik me wezenloos van Karl Heinz en Hans Joachim, die ineens links en rechts van mij opduiken en mij tussen hen in naar de oppervlakte brengen. Even later krijg ik de volle laag van hun baas: ,,Du Otto, Mensch Meier!'' Daar gaat mijn duikbrevet.

De laatste dag moet ik noodgedwongen in de boot blijven. Een van mijn duikbrilglazen is bij het schoonmaken overboord gevallen. Plotseling verschijnt Günter boven de reling. Hij kijkt me verwilderd aan. Zijn lieveling Ludwig is weg. Na een lange stilte vraag ik of hij mijn duikbrevet al klaar heeft, want we gaan morgenochtend vroeg terug naar Nederland. Günter gromt dat hij geen brevetten meer heeft. Het is wel duidelijk: bij gebrek aan bewijs zal niemand ooit mijn heldendaden geloven. We zijn alweer maanden thuis als er een brief uit Duitsland komt. Mijn brevet! Wie zei daar dat Günter Zedelmayer een waardeloze duikinstructeur is?

    • Otto Holzhaus