`Excuses zijn gemakkelijk'

Nederland stond in Indië aan de verkeerde kant van de geschiedenis, aldus minister Bot. ,,Dat is beter dan de onzin van Kok.''

Het gebaar van minister Bot zal zeker worden gewaardeerd in Indonesië, denkt historicus Wim van den Doel. ,,Maar we moeten het wel in de juiste proporties zien. Het deze week gesloten vredesverdag tussen de Indonesische regering en de rebellen in Atjeh zal men echt belangrijker vinden.''

De aanwezigheid van minister Bot (CDA) van Buitenlandse Zaken bij de onafhankelijkheidsviering vandaag in Jakarta ,,mag worden gezien als een politieke en morele aanvaarding'' van 17 augustus 1945 als datum van de Indonesische onafhankelijkheid. Aldus Bot in twee toespraken, maandag in Den Haag en gisteren in Jakarta. Dat is een breuk met het regeringsbeleid van de afgelopen decennia. Tot nu toe hield men officieel vast aan 27 december 1949, de datum van de soevereiniteitsoverdracht.

Wim van den Doel is hoogleraar algemene geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde veel over Nederlands-Indië. Voor Nederland heeft het gebaar van Bot een dubbele betekenis, denkt Van den Doel. ,,Ten eerste wordt nu klip en klaar gezegd dat de onafhankelijkheid de facto begon op 17 augustus. Bovendien rekent Bot af met de onzin die premier Kok tien jaar geleden, bij het staatsbezoek van koningin Beatrix aan Indonesië, debiteerde. Kok noemde het Nederlandse militaire ingrijpen toen onderdeel van een `geleidelijke dekolonisatie'. Door de formulering `aan de verkeerde kant van de geschiedenis' geeft Bot nu aan dat het een achterhaalde strijd was met een verkeerde inzet. Dat is een heel andere toon. Een mooie vondst overigens, die verkeerde kant van de geschiedenis.''

Het kabinet spreekt van `aanvaarding', niet van `erkenning'. Wat is het verschil?

,,Dat is een juridische kwestie. Aanvaarden betekent dat je je neerlegt bij de historische feiten. Erkennen betekent in dit geval dat je de soevereniteitsoverdracht annuleert. Dat heeft enorme consequenties, bijvoorbeeld voor claims op schadevergoeding.''

Had Bot niet nog een stap verder moeten gaan en excuses moeten aanbieden voor het militaire ingrijpen tussen 1945 en 1949?

,,Excuses zijn gemakkelijk, het zegt weinig. Achteraf is het makkelijk praten. Het heeft iets goedkoops om voorgaande politici te desavoueren. Ik vind morele aanvaarding waardevoller.''

In een opinieartikel in de Volkskrant van vandaag schrijft u dat Nederlandse politici het beste voor hadden met Indonesië. Tegelijk spreekt u van een dekolonisatieoorlog. Hoe kan dat samengaan?

,,Men was er oprecht van overtuigd dat het ook in het belang was van Indonesië om in een Nederlands staatsverband te blijven. Daarom moest de Republik Indonesia van de kaart worden geveegd. Niet per se uit militaire agressie, maar uit roepingsbesef. Men wilde goed doen.''

Goed doen leidde, in de woorden van Bot, tot een ingrijpen ,,met meer militair geweld dan nodig was geweest''. Verwijst hij daarbij naar de excessen die door Nederlandse militairen zijn begaan?

,,Dat denk ik niet, hij bedoelt de hele oorlog. Individuele Indië-veteranen zou je kunnen aanspreken op excessen, maar de meeste daders liggen op het kerkhof. Er zijn over en weer oorlogsmisdaden gepleegd, zoals in elke oorlog.''

Zijn we nu klaar met ons afscheid van Indië? Wordt het postkoloniale ongemak eindelijk afgesloten?

,,Indonesië zal nooit een gewoon buitenland zijn. Maar aan beide zijden zijn nieuwe generaties een zakelijke relatie aan het opbouwen. Voor Indonesië is Nederland de toegang tot Europa. Voor het in bedwang houden van het postkoloniale ongemak zijn vooral Nederlandse politici verantwoordelijk. Iemand als Bot treft de juiste toon, maar Jan Pronk loopt als een olifant door de porseleinkast. De vooruitzichten voor een zakelijke relatie zijn gunstig, maar één onhandige politicus is genoeg om het broze evenwicht te verstoren.''

    • Mark Duursma