...en Atjeh

Een dertig jaar durende burgeroorlog met duizenden slachtoffers eindigde deze week vreedzaam in Helsinki. Vertegenwoordigers van de Indonesische regering en leiders van de Beweging Vrij Atjeh tekenden in de Finse hoofdstad in aanwezigheid van bemiddelaar Martti Ahtisaari, oud-president van Finland, een vredesakkoord. Dat is een mooi verjaardagscadeau voor Jakarta, dat zich in Atjeh tot nu toe voornamelijk gewelddadig manifesteerde. Het was drie decennia lang tobben tussen Indonesië en Atjeh. En niet alleen met Indonesië had dit voormalige islamitische vorstendom op de punt van Noord-Sumatra een problematische verhouding. Onder Nederlands koloniaal bewind al was het een opstandige provincie die afscheiding en onafhankelijkheid nastreefde. De Nederlandse militairen Köhler, Van Heutsz en Colijn – de latere minister-president van Nederland – hebben in hun tijd heel wat met de separatisten te stellen gehad.

Het Helsinki-akkoord is niet de eerste overeenkomst die over Atjeh is gesloten. Over de houdbaarheid ervan kan men met verwijzing naar het verleden twijfels hebben. Maar voorlopig zwijgen de wapens. Sinds het begin van de vredesgesprekken begin dit jaar in Helsinki is het geweld sterk afgenomen. Het bijzondere hieraan is dat een natuurramp – de tsunami van Kerstmis 2004 – de oorlogvoerenden nader tot elkaar bracht. De Indonesische president Yudhoyono pakte zijn kans toen die zich voordeed. Na de vloedgolf was er behoefte aan een bestand; aan overleg en samenwerking. Pressie van de Verenigde Staten en de Europese Unie resulteerde in maandenlange onderhandelingen in Finland, nu dus bekroond met een vredesakkoord. De rol van Ahtisaari hierin is opmerkelijk en een compliment waard.

De praktijk zal uitwijzen of het akkoord werkt. De strijders van de Beweging Vrij Atjeh moeten eerst ontwapenen. Alle opstandelingen krijgen amnestie, maar moeten hun eis tot onafhankelijkheid laten vallen. De beweging mag wel op lokaal niveau een eigen politieke partij oprichten. De aanwezigheid van het Indonesische leger in Atjeh wordt aanzienlijk beperkt. Op papier oogt dit verstandig. Maar de belangen in Atjeh zijn groot en worden niet alleen door onafhankelijkheidsdenken bepaald. Drugshandel, piraterij, illegale houtkap en de strijd om grondstoffen, waarbij ook militairen zijn betrokken, spelen op de achtergrond mee en kunnen voor verstoring storen. Ook blijft er een latente dreiging van terreur door moslimfundamentalisten.

Voor de VS en de EU is er alle reden om het er nu niet bij te laten zitten. De Unie stuurt samen met Noorwegen, Zwitserland en vijf Aziatische landen een tweehonderd man sterke, onbewapende (burger)missie naar Atjeh die toeziet op ontwapening. Het is een missie met risico's, maar de leiding is in handen van een old hand die zich in de Balkan bewezen heeft: de Nederlandse diplomaat Pieter Feith, adviseur van EU-buitenlandcoördinator Solana. In zijn persoon keert Nederland terug naar het front van Atjeh – nu met vreedzame motieven.