Een kasteel dat sist, springt en strompelt

Dat de animatiefilms van de Japanse grootmeester Hayao Miyazaki de laatste jaren bestaan uit felgekleurde prenten die nog het meeste op illustraties van negentiende-eeuwse Engelse kinderboeken lijken, wil niet zeggen dat zijn films ook het meest geschikt zijn voor kinderen. Ja, wel voor eigenwijze kinderen natuurlijk, met een beetje filosofische inslag en een smaak die nog niet helemaal gedisneyficeerd is – daar lopen er in de volwassenenwereld ook nog wel een paar van rond. Maar in filmland lijkt het misverstand hardnekkig dat een tekenfilm een kinderfilm is. Zeker als hij, zoals in het geval van Howl's Moving Castle, ook nog eens gebaseerd is op een kinderboek van de Engelse schrijfster Diana Wynne Jones uit 1986.

Howl's Moving Castle ging vorig jaar in première in Venetië en sloot eerder dit jaar het Filmfestival Rotterdam af. Bij die gelegenheden trok de film minder aandacht dan zijn alleszins betoverende voorganger Spirited Away uit 2002. Die film sleepte zo'n beetje overal waar hij werd vertoond een prijs in de wacht, tot en met de Oscar voor beste lange animatiefilm aan toe. Maar in thuisland Japan brak de nieuwste productie van Miyazaki's anime-studio Ghibli toch nog steeds een box office record of twee.

Howl's Moving Castle is wat weerbarstiger dan Miyazaki's vorige film en dat heeft alles te maken met de hoofdpersoon: het wandelende kasteel uit de titel. Niet de twee mensfiguren, tovenaar Howl en de achttienjarige Sophie die door een jaloerse heks is veranderd in een stokoud vrouwtje, stelen de show, maar een zich steeds transformerende bouwval van trappen en torentjes, die zo van de tekentafel had kunnen komen van schroothoopkunstenaar Jean Tinguely om daarna nog eens duchtig te pakken genomen te worden door Terry Gilliam.

Gilliam tovert in zijn later dit jaar in de bioscopen verwachte The Brothers Grimm een nostalgisch aandoend negentiende-eeuws Europa tevoorschijn om een niet zo sprookjesachtige politieke noot te kraken. Iets vergelijkbaars gebeurt in Howl's Moving Castle, dat in de eeuw van Hans Christian Andersen is gesitueerd. De Europese landen maken zich op voor een reeks oorlogen en allemaal willen ze zich verzekeren van de hulp van oppertovenaar Howl. Maar Howl is net zo'n pacifist als zijn (her)schepper Miyazaki. Howl neemt het ook nog eens heel milieubewust op tegen de `Wicked Witch of the Waste'.

Met behulp van zijn steltlopende burcht draait Howl rondjes om zijn eigen as en houdt iedereen te vriend. Handig zo'n huis waarin de kleur van de deurknop bepaalt of je een Franse grootvorst of een Duitse keurvorst te woord moet staan over kanonnen met varkenskoppen en bommenwerpers met een eigen wil. In geen enkel tableau is de geest van Alice in Wonderland ver weg. Achter elk deurtje of raampje kan zich een konijnengang met onzeker eindpunt bevinden.

De sterkste troef van de anime uit de Ghibli-stal is de eindeloos consequente manier waarop niet alleen alle levende wezens tot personages zijn uitgewerkt, maar ook de voorwerpen bezield zijn geraakt. En dat grotendeels nog op de ouderwetse, handgetekende manier. De vogelverschrikker Kabu kan weliswaar niet praten als Sophie hem op weg naar het kasteel van Howl ontmoet, maar uit de manier waarop hij op zijn houten staak heen en weer springt kan ze toch opmaken dat zij hem moet volgen. En niet dat alleen. Een beetje snel ook graag. Ongeduldig hupst hij op zijn staak op en neer. Zal de vogelverschrikker als hij later groot is misschien ook uitgroeien tot een heel kasteel, dat sist en stoomt en als een roestbak voortstrompelt op vier van die springveren?

Howl's Moving Castle maakt gebruik van een concept dat de verbeelding prikkelt, het bewegende huis. En zet daarna de fantasie aan het werk.

Howl's Moving Castle (Hauru no ugoko shiro). Regie: Hayao Miyazaki. Met de stemmen van: Jean Simmons, Christian Bale, Lauren Bacall, Blythe Danner, Billy Chrystal. In: 8 bioscopen.

    • Dana Linssen