Chic Brits operahuis haalt hiphop binnen

Glyndebourne, het elitaire operahuis op een landgoed ten zuiden van Londen, brengt in maart volgend jaar een hiphop-versie van Mozarts Così fan tutte om nieuw, jong publiek te trekken. Het particuliere theatertje trekt 's zomers een chic publiek met Bentley's, Rolls-Royce's, een enkele Jaguar of helikopter. Kaartjes kosten tot 225 euro, in de extra lange pauze geniet men in avondkleding van een picknick, vaak vanuit de kofferbak geserveerd door een butler.

Mozarts Così fan tutte gaat in de hiphop-versie School4lovers heten en is een coproductie met operagezelschappen in Finland en Duitsland, zegt Katie Teale, het hoofd van de educatieve afdeling van Glyndebourne in de Engelse krant The Guardian. Mozarts melodieën worden op gesamplede drumbeats en ritmische baslijnen gezet. Meer details wil Teale nog niet geven, behalve dat de kaartjes zeven euro zullen kosten.

Het theatertje in Glyndebourne werd in 1934 gebouwd door de aannemer John Christie om er zijn vrouw, de sopraan Audrey Mildmay, te laten optreden. Klein maar fijn en duur was Glyndebourne altijd, met wat Nederlandse inbreng. Gré Brouwenstijn zong er, ook Charlotte Margiono. Ed Spanjaard zat in de muzikale staf en dirigeerde, Bernard Haitink was van 1977 tot 1988 muzikaal leider.

Hoe conservatief Glyndebourne ook lijkt, er heeft ook altijd non-conformisme en zelfs avant-gardisme geheerst. In 1946 ging daar de wereldpremière van The rape of Lucretia van Benjamin Britten met Kathleen Ferrier in de titelrol.

De omstreden Amerikaanse regisseur Peter Sellars maakte er furore met zijn enscenering van Händels oratorium Theodora. In 1975 schreef Glyndebourne operageschiedenis met Stravinski's The Rake's Progress in decors van David Hockney. Die Rake is inmiddels een klassieker.

    • Kasper Jansen