Zwaar kind is vaker meteen veel te zwaar

Een op de acht kinderen in Nederland is te dik. Dat cijfer komt uit 1997, van de vierde landelijke groeistudie. De huidige stand van zaken wordt waarschijnlijk volgende maand bekend, als hoogleraar jeugdgezondheidszorg Remy Hira Sing bij TNO Preventie en Gezondheid GGD-gegevens uit de schooljaren 2002-2003 en 2003-2004 heeft verwerkt.

Op basis van die eerste analyses heeft de professor goed én slecht nieuws. Zo groeit het aandeel te dikke kinderen niet zo hard als verwacht. Maar tegelijkertijd – en dat is slecht nieuws – hebben de kinderen die te zwaar zijn veel vaker ernstig overgewicht, obesitas. Bovendien kampen ze daar al eerder mee dan in 1997. Vooral meisjes zijn er vroeg bij, vaak al op hun vijfde. En allochtone kinderen zijn oververtegenwoordigd. Een op de tien Turkse meisjes heeft op haar veertiende obesitas.

Een verklaring hebben Hira Sing en zijn onderzoekers daar niet voor. Jeugdarts Anneke Bulk: ,,Jongens zijn beweeglijker en spelen meer buiten. Meisjes zijn rustiger, stiller en worden meer binnen gehouden. Als ze dan ook uit een cultuur komen waar voedsel vroeger beperkt voorradig was en waar ze beloond worden met eten, kan het snel gaan.''

Vergeleken met andere Europese landen scoort Nederland niet slecht. In Italië, Noorwegen, Frankrijk en Spanje zijn verhoudingsgewijs meer tienjarigen te zwaar dan in Finland en Nederland. Hoe dat zit met de Duitse, Britse en Belgische tienjarigen is niet bekend. Zij worden op die leeftijd niet onderzocht. In westerse landen zijn de lagere sociaal-economische klassen oververtegenwoordigd als het gaat om overgewicht.