VS: tegenslag in Irak is eigenlijk heel positief

De Amerikanen houden het hoofd hoog: het overleg over de Iraakse grondwet zit muurvast, maar die tegenslag is `eigenlijk' een hoopvolle ontwikkeling.

De Verenigde Staten hebben haast in Irak, heel veel haast, en geen Amerikaanse diplomaat die dat zo dwingend onder woorden kan brengen als Zalmay Khalilzad, de 54-jarige Amerikaanse ambassadeur in Bagdad. Voortdurend zette hij de afgelopen weken de onderhandelaars voor een nieuwe Iraakse grondwet onder druk om zich echte ,,staatslieden'' te betonen en hun politieke, etnische en religieuze meningsverschillen terzijde te schuiven. ,,Een mislukking is geen optie voor de Irakezen, noch voor ons'', zei de ambassadeur afgelopen weekeinde nog.

Maar gisteravond laat vertrok Khalilzad met stille trom nadat het Iraakse parlement had besloten de stemming over de grondwet met een week uit te stellen. Volgens de vorig jaar maart van kracht geworden interim-grondwet had de ontwerptekst voor de definitieve grondwet uiterlijk gisteren klaar moeten zijn. Na goedkeuring door het parlement zou dan het proces van politieke wederopbouw van Irak pas goed op gang moeten komen: met een referendum over de grondwet in oktober, en met nieuwe parlementsverkiezingen in december. Daaraan zouden dan ook de sunnieten, die de verkiezingen van begin dit jaar nog boycotten, massaal moeten deelnemen.

Door het missen van de deadline dreigt dat schema niet gehaald te worden, en ligt ontbinding van het huidige parlement in het verschiet, zoals in de interim-grondwet is voorzien. Maar vooralsnog weigert de Amerikaanse regering die consequentie te aanvaarden en zal zij de komende dagen de druk tot het uiterste opvoeren om een Iraaks akkoord af te dwingen. In plaats van uiting te geven aan teleurstelling sprak de Amerikaanse president Bush gisteren vanaf zijn ranch in Texas manmoedig over de ,,heroïsche pogingen van de Iraakse onderhandelaars (..) om de openstaande onderwerpen via voortgaande onderhandelingen en dialoog op te lossen''. Hun pogingen, zei hij, zijn ,,een eerbetoon aan democratie en een voorbeeld dat moeilijke problemen vreedzaam kunnen worden opgelost door middel van discussie, onderhandeling en compromissen''.

De tegenslag van gisteravond is dus eigenlijk een hoopvolle ontwikkeling. Die redenering is heel begrijpelijk. De Verenigde Staten kunnen zich geen vertraging in het politieke proces in Irak veroorloven, want dat is, in de woorden van minister van Defensie, Donald Rumsfeld, ,,rampzalig''. Dat zou immers het openlijk falen van de Amerikaanse democratiseringsmissie in Irak inhouden. Het zou de weerstand in de publieke opinie van de VS tegen de oorlog verder versterken. Én het zou een spoedige terugkeer van Amerikaanse troepen op zijn minst ongewis maken. Dat laatste is ook voor Irak niet goed, want de aanwezigheid van de Amerikaanse en andere coalitietroepen draagt niet alleen bij aan de veiligheid in Irak, maar ook aan het geweld, zei de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, eerder deze maand in de Financial Times.

De politieke, etnische en religieuze leiders in Irak zijn onder de indruk van deze argumentatie, maar onvoldoende om het al eens te zijn over de grondwet. Geen van de betrokken onderhandelaars kon gisteravond beredeneren waarom er over een week wel een akkoord zou zijn.

De grootste conflictpunten betreffen de invloed van de islam op de wetgeving in Irak, maar vooral de toekomstige afbakening van regionale autonomie en de daarbij behorende controle over de olierijkdommen. De eenheid van Irak staat of valt daarmee. De Koerden willen een sterk federaal model, dat wil zeggen: met een grote mate van onafhankelijkheid voor het de facto al onafhankelijke noordelijke Koerdistan, en het liefst met de oliestad Kirkuk als hoofdstad. Een deel van het shi'itische blok, maar niet alle sh'itische leiders, voelen voor een soortgelijke shi'itische autonomie in het zuidoosten en midden.

In het parlement kunnen shi'ieten (60 procent van de bevolking) en Koerden (20 procent) gemakkelijk hun autonomie-wil opleggen aan de tegenstribbelende sunnieten (20 procent). Maar zo'n machtspolitiek zou de (Amerikaanse) bedoelingen van de grondwet volledig ondermijnen. Het is immers juist de bedoeling de sunnieten, onder Saddam nog de baas, voortaan volop te betrekken bij het politieke proces, ook om de rebellie uit sunnitische kring te doven. Een Koerdisch-shi'itische Alleingang helpt dan niet echt.

In normale omstandigheden worden in een grondwet de ambities van een natie weerspiegeld en legt zij de wettelijke contouren voor staatsinrichting duurzaam vast. Maar de Amerikanen zullen al opgelucht adem halen als er binnen een week een document op tafel komt waarmee iedereen kan leven, of op zijn minst waartegen niemand in opstand komt.

    • Wim Brummelman