Verboden middel bij schilderwerk in ambtswoning

Bij de renovatie van het Catshuis in Den Haag is vaker en gedurende langere tijd gewerkt met het verboden middel thinner. Dat blijkt uit een verklaring van het Arrondissementsparket in Den Haag dat belast is met het onderzoek naar de brand in de ambtswoning van de premier, vorig jaar. Hierbij kwam schilder A. de Lijster om het leven. Het werk gebeurde in opdracht van de Rijksgebouwendienst (RGD).

De kosten voor de herstelwerkzaamheden aan het Catshuis bedragen ruim zeven miljoen euro. Dat bevestigt een woordvoerder van het ministerie van VROM, waar de RGD onder valt. De RGD verwacht de ambtswoning begin volgend jaar weer gereed te hebben voor gebruik.

In het strafrechtelijk onderzoek door Justitie is gebleken dat het ongeluk is veroorzaakt door ontploffing van het verboden oplosmiddel thinner. De directeur van het schildersbedrijf De Goede in Vlaardingen is officieel aangemerkt als verdachte, zo bevestigt zijn raadsman, de Rotterdamse advocaat Staderman. De Goede wil zelf niet reageren. Uit de brief van de hoofdofficier van justitie aan de weduwe van de schilder blijkt dat het schildersbedrijf diverse wettelijke bepalingen en besluiten heeft overtreden. In totaal is volgens de hoofdofficier 65 liter thinner gebruikt.

Op zaterdagmorgen 15 mei 2004 vloog de benedenverdieping van het Catshuis na een explosie in brand. Daarbij kwam een van de twee schilders die op de bewuste morgen bezig waren met de vloer, om het leven. Het Catshuis was kort vóór het ongeluk ingrijpend gerenoveerd en zou gebruikt worden voor ontvangsten tijdens het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie. Premier Balkenende en andere leden van het kabinet moesten na het ongeluk hun Europese gasten ontvangen in andere representatieve gebouwen in Den Haag, zoals de Ridderzaal en het Johan de Witthuis. Voor de premier werd vervangende woonruimte gehuurd.

De rapporten van de Arbeidsinspectie en de brandweer zijn nog niet openbaar. De weduwe van de schilder zegt: ,,Mijn man verzamelde de lappen met thinner in zijn busje en leverde die telkens in op zijn werk.'' Nadat volgende maand nog enkele getuigen zijn gehoord op verzoek van de werkgever, neemt het openbaar ministerie een beslissing over al of niet vervolgen van het schildersbedrijf.

Het kabinet is terughoudend met een besluit om de zeven miljoen aan kosten voor herstel te verhalen op het schildersbedrijf. Minister Dekker (VROM, VVD) is verantwoordelijk voor de Rijksgebouwendienst en zij heeft binnenskamers laten weten dat het gezin van de schilder op geen enkele manier extra financieel nadeel mag ondervinden door het ongeluk. De woordvoerder van VROM zegt: ,,Of er een claim komt hangt onder meer af van wat justitie gaat doen.''