`Mijn werk is niet om thuis op te hangen'

Deze zomer studeren aan de kunstacademies weer honderden kunstenaars af. In een korte serie vandaag Johan de Jonge van de kunstacademie in Zwolle.

Soms moet je er tien meter vandaan lopen maar op een gegeven moment weet je het zeker: een gezicht! Slechts bij één van de zes schilderijen van Johan de Jonge op de examenexpositie moet je toegeven dat het ook van veraf een landschap blijft.

De Jonge (25) studeerde deze zomer af in de richting Autonoom aan de Zwolse kunstacademie Artez. Hij schildert grote doeken met forse halen, altijd monochroom en donker en met beelden die uit een getormenteerde wereld lijken te komen. Mensen in pijn met Bacon-achtige verdraaiingen. Op één van zijn schilderijen gaat het gezicht deels verscholen achter een koraalvormige explosie vanuit een in pijn geopende mond. Een groot portret lijkt het resultaat van gewiste pogingen een gezicht te treffen. De contouren van de probeersels zijn tussen groenig-zwarte vegen zichtbaar gebleven. De rest lost op in een waas van verfsporen.

,,Ik werk soms te lang door en dan verdwijnt de magie'', zegt De Jonge. ,,Ik maak een schilderij binnen een dag. Daarna doe ik misschien nog wat kleine dingen als een schaduw of een lijn om het bij elkaar te trekken.''

Als een schilderij gelukt is, moet hij weken wachten voor er plotseling weer iets goeds op het doek verschijnt. ,,Door die tevredenheid raak ik in een dal en loop dan een hele tijd troep te maken.''

Als het grote schilderen niet lukt, maakt hij met kwast en olieverf schetsen op A4-papier. Portretten, donkere gezichten. ,,Door te schetsen kom ik weer op de rails. Soms is het Jezus, of het gezicht van een beeld uit een kunstgeschiedenisboek. Meestal komt het uit mijn hoofd. De lijnen vormen zelf het gezicht. Met een neus, een wang en een jukbeen ontstaat snel een karakter dat vertrouwd lijkt.''

Portretten zijn voor hem een beginpunt. ,,Ik wil het daarna altijd naar het landschappelijke trekken, dat maakt het ruimtelijker.'' Soms bereikt hij dat door in een vroeg stadium het doek een kwartslag te draaien, zoals bij het schilderij met een grot waar in het midden een kribbe staat met een groot aureool er omheen. ,,Mensen zien er van alles in. Het Kind in de kribbe, een liggende vrouw, maar het is een oor.'' Hij vindt het fijn dat mensen naar betekenis speuren, maar wil geen houvast geven. Ook daarom zijn alle doeken titelloos.

Voor het monochrome van zijn werk heeft De Jonge een praktische verklaring. ,,Ik knijp altijd de tube verf leeg in een fles terpentine. Als ik een tweede kleur zou gebruiken verlies ik te veel tijd, want dan moet het eerst drogen. Ik wil snel reageren.'' Hij spoelt tijdens het werk vaak zijn schilderijen af met terpentine, zodat er nieuwe open plekken ontstaan waaraan hij verder kan werken. Dat laat soms sporen na, zoals de koraalvormen op het doek met de open mond.

De Jonge wil het komende jaar doorgaan met schilderen en daarna aan een academie een tweede fase doen. Aan de examenexpositie heeft hij niets concreets overgehouden, behalve dat een paar galeries naar de prijzen informeerden. ,,Het is ook niks om thuis op te hangen'', zegt De Jonge over zijn werk. ,,Op het examen waren er zelfs mensen die niet in mijn ruimte wilde komen. Ze vonden het te angstig of zoiets, ik heb het maar niet precies gevraagd. Ik heb geen flauw idee wat de mensen met mijn schilderijen moeten, ik maak ze alleen maar.''

Eerdere afleveringen uit deze serie op www.nrc.nl

    • Dirk Limburg