`Mijn vrouw wordt doodmoe van mij'

Er kan veel fout gaan in startende bedrijven. Ondernemers Job Franken en Johan van Mil hebben theorie en praktijk van een aantal bekende en onbekende entrepreneurs naast elkaar gezet in hun boek.

Topkok Robert Kranenborg had nooit het idee gehad om voor zichzelf te beginnen. Hij had restaurant La Rive, in het Amsterdamse Amstelhotel, met twee Michelin-sterren tot grote culinaire hoogten gebracht en wilde er graag nog jaren doorgaan. Maar hij wilde wel de garantie van zijn werkgever dát hij nog jaren kon blijven. En die kreeg Kranenborg niet toen hij op zijn 49ste vroeg om een contract van minimaal zeven jaar. ,,Het was echt een shock om na negen jaar te horen dat ik wel weg mocht als ik dat wilde.''

Kranenborg besloot met zakenpartner John Vincke de sprong naar het ondernemerschap te wagen. Ze zetten Vossius op, een veelbesproken designrestaurant aan de rand van het Vondelpark. Met eigen geld en hun huizen als onderpand konden ze aardig wat lenen bij de bank, waarmee ze het wat versleten pand grondig konden verbouwen. Het leek allemaal zo veelbelovend dat Kranenborg en Vincke al plannen hadden om in Amsterdam, Maastricht en Den Haag een traiteurswinkel te openen.

De afloop van Kranenborgs sprookje is bekend: het veelbesproken designrestaurant eindigde in een net zo veelbesproken faillissement. De redenen zijn talrijk, vertelt Kranenborg in het boek Ondernemen doe je! van Job Franken en Johan van Mil, zelf allebei ondernemer. Op het moment dat Vossius de eerste partijen boekte, was het 11 september 2001. Maar er ging meer mis, volgens Kranenborg, die al weer een paar jaar werkt in het restaurant van het Circustheater van Joop van den Ende en daar een Michelin-ster in de wacht heeft gesleept. ,,Achteraf gezien is het levensgevaarlijk dat je zo enthousiast kunt vertellen over je vak en de mogelijkheden, dat je andere mensen gek maakt. Ik heb niet gezien [...] dat er niet een nuchtere figuur tussen zat die tegen me zei: ,,Eh, Kraan, [...] wat als die verbouwing een miljoen gulden tegen gaat vallen? Iedereen is mee gaan zweven. Ikzelf had nog nooit anders meegemaakt in mijn carrière dan een stijgende lijn met meer omzet en winst.''

Kranenborgs terugblik op het Vossius-debacle is op zijn plaats in een boek dat inspiratie, tips en ervaringen wil meegeven aan startende ondernemers. Want zijn ondernemersavontuur bevat zo'n beetje alle ingrediënten van de klassieke mislukking. Een economische recessie, een te luxueuze aanpak, te weinig reserves, een te groot pand en te weinig nuchterheid leidden twee jaar na de opening tot de ondergang van het restaurant. Kranenborgs advies aan starters: ,,Ik denk dat je een commissie van twee of drie wijze heren moet hebben die geen gevoel hebben bij het bedrijf en er meer objectief naar kunnen kijken dan de direct betrokkenen. [...] En je moet te allen tijde financiële reserves aanhouden. [...] Door alle verbouwingen zijn we zeven maanden later opengegaan dan gepland en is er 900.000 gulden meer uitgegeven dan gepland. [...] Dan maar geen lounge, geen wijnkelder of geen extra zaaltje, maar wel klandizie.''

Er kan veel fout gaan bij ondernemen, zo blijkt uit de dertien interviews met (top)ondernemers die alle tips en feitelijke informatie over benodigde karaktereigenschappen, financiële en fiscale zaken, personeel, businessplan en klanten in dit boek larderen. En dat alles maakt deze persoonlijke verhalen nog leerzamer dan alle praktische informatie in dit boek.

Neem het relaas van Iris, een studente bedrijfskunde die vanuit haar studentenkamer een handeltje begon in merkkleding. Ze kon zo goedkoop leveren dat de kleding niet aan te slepen was. Financieel ging het echter minder goed: veel klanten betaalden niet binnen dertig dagen, terwijl het wel ging om bedragen van tienduizenden euro's. Iris zelf moest intussen wel aan haar financiële verplichtingen voldoen. Ze had bedrijfsruimte moeten huren, personeel aangenomen en geïnvesteerd in computers, een telefooncentrale en een automatisch bestelsysteem. Toen de accountmanager van de bank een andere baan kreeg, bleek zijn opvolger minder welwillend te staan tegenover risicovolle kledingbedrijven. Iris moest op zoek naar andere investeerders. En die wilden eerst een goed businessplan zien. Daarvoor had Iris door alle drukte helemaal geen tijd. Het tekort aan krediet begon inmiddels voelbaar te worden en toen de grootste toeleverancier de leveranties stopzette wegens achterstallige betalingen, was Iris' bedrijf binnen een paar weken failliet: de schulden bleken te groot.

Uitgever Maarten van den Biggelaar schetst de emoties van een ondernemer die om welke reden dan ook moet stoppen met een bedrijf. ,,Kappen, rigoureus stoppen en wegwezen. Met Veronica NieuwsRadio had ik dat op een andere manier willen doen. Maar bij ons was het gewoon kappen. Jongens, niet lullen, heel vervelend, maar kappen. Hard, hard, hard. [...] Biertje drinken en dan ernaartoe. Doorbijten. Verschrikkelijk, maar ja.''

Maar zelfs als het goed gaat, is ondernemen een hard vak, als we cosmetica-ondernemer Ariane Inden mogen geloven. ,,Je staat er als ondernemer [...] alleen voor. Niemand interesseert het als je financieel weinig overhoudt, geen vakantie hebt of ziek bent. Er is ook niemand die jou motiveert als het nodig is. Ik denk dat ondernemers een grote dosis optimisme moeten bezitten om goed staande te blijven.'' En dan het Nederlandse ondernemersklimaat waar veel van de geïnterviewden weinig goede woorden voor over hebben. Inden: ,,Kijk alleen al naar de gevolgen voor een ondernemer met een zieke werknemer.''

Gedrevenheid, optimisme en creativiteit zijn steekwoorden die veelvuldig terugkomen. Zonder die eigenschappen red je het niet, zeggen zij die het kunnen weten. En dat levert vermakelijke passages op in dit boek, dat zijn nut bewijst door theorie en praktijk naast elkaar te zetten. ,,Ik had in een meubelfabriek geïnvesteerd die failliet ging'', vertelt vastgoedondernemer en investeerder Evert Kroon. ,,Daarnaast kreeg ik een paar tikken van de beurs omdat deze onderuitging. Ik raakte toen in één jaar tijd 10 miljoen kwijt. [...] En als het dan verkeerd gaat, dan leer je ook creatief zijn en de problemen weer op te lossen. Alle problemen zijn namelijk op te lossen.'' Toch zou Kroon niet anders willen dan ondernemen, vertelt hij. ,,Ik ben [...] twintig uur per dag bezig om te bedenken hoe ik geld kan verdienen. Dat is wat mij drijft. Ik doe het voor de poen. Je kiest ondernemerschap omdat je je niet wilt onderwerpen aan een ander. [...] Ik zou gek worden zonder handel. Als ik op vakantie ben, koop ik weer een jachthaven, een boot of wat ik ook tegenkom. Mijn vrouw wordt doodmoe van mij.''

Ondernemen doe je! Job Franken en Johan van Mil. Uitgeverij Business Contact. ISBN 90-470-0041-2, €17,50.

    • Friederike de Raat