Maymouna's genadeloze bestaan

De akkers liggen er groen bij en op de markt is volop graan te koop. Maar schijn bedriegt. De honger in Niger is ,,dit jaar veel erger dan anders''.

Het leven van Maymouna ziet er precies zo uit als dat van de andere vrouwen met wie ze samen op een vlekje schaduw onder een boom zit. De 40-jarige moeder woont in een hut, werkt op een akker, wast haar kleding in een rivier en baart kinderen. Het is het genadeloze bestaan van vrouwen die de pech hebben dat ze op het barre platteland van Niger worden geboren.

Maar zoveel tegenslag als dit jaar heeft ze lang niet gehad. De voedselvoorraad voor het gezin is op, Maymouma eet maar drie à vier keer per week. Haar kinderen dus ook. Behoedzaam tilt ze het broodmagere kind in haar schoot op als bewijs: een baby zonder babyvet, een trappelend scharminkeltje met de schedel van een buitenaards wezen. Naast Maymouma zit een vrouw met een uitgeteerd kind aan haar slappe, lege borst.

Omdat ze hoorde dat er vandaag gratis medicijnen en voedsel uitgedeeld zouden worden, heeft Maymouma meer dan twee uur gelopen. Het kind – haar zesde – op haar rug. Een kannetje water op haar hoofd. ,,Mijn man heeft een ezel, maar ik kan niet ezelrijden'', legt ze uit in Haoussa, de enige taal die ze machtig is.

De hongersnood in Niger is niet alleen een crisis die maandenlang veronachtzaamd werd, het is ook een grotendeels onzichtbare crisis. De akkers liggen er groen bij nu de regens weer vallen op dit uitgestrekte Sahelland, de boeren zijn aan het werk, en op sommige markten wordt graan, uien en rijst aangeboden.

Op het eerste gezicht lijkt er niets aan de hand, maar schijn bedriegt. Volgens het VN-voedselprogramma WFP lijden 2,5 miljoen mensen honger, bijna een kwart van de bevolking. De toch al schaarse oogst van vorig jaar verdween door een sprinkhanenplaag van haast bijbelse proporties. De nieuwe oogst gaat pas in oktober van start. En als de graanschuren leeg zijn, valt de bodem onder het wankele bestaan van de boerenbevolking weg. Het zwaarst getroffen zijn kinderen onder de vijf jaar. Kindersterfte is normaal in Niger. Eén op de vier zuigelingen haalt zijn vijfde levensjaar niet. Maar dit jaar is een rampjaar. Artsen zonder Grenzen schat dat momenteel ten minste twee kinderen per dag aan de gevolgen van ondervoeding overlijden. Het is een voorzichtige schatting, want degelijke cijfers bestaan niet. Goede gezondheidszorg evenmin.

Alleen met noodhulp kan de plattelandsbevolking de periode overbruggen tot de komende oogst. Hulporganisaties leggen baby's aan het infuus in haastig opgezette voedselcentra. Het WFP heeft na verscheidene vergeefse oproepen aan donorlanden eindelijk genoeg geld om binnen de meest noodlijdende gebieden van bonen en graan te voorzien.

Tillabery, een dor en verwaarloosd plaatsje op honderd kilometer afstand van de hoofdstad Niamey, is zo'n gebied. Ook hier is gewoon brood te koop, en gierst, en schapenvlees. Maar de zojuist nog zo ernstige Aboubacar, een 55-jarige boer, barst in lachen uit op de vraag wanneer hij voor het laatst vlees heeft gegeten. ,,Wat? Ik? Vlees?'' roept hij, en hij geeft zijn buurman een por, want hij wil zich ervan verzekeren dat die de grap ook heeft gehoord.

Door de crisis zijn de voedselprijzen omhoog geschoten. Een zak gierst kost vijf keer zoveel als vorig jaar, omgerekend twintig euro. Sommige mensen hebben hun toevlucht gezocht tot planten, anderen wroeten in termietenheuvels naar korrels graan.

Aboubacar heeft een ezeltocht van vijftien kilometer achter de rug. Gisteren kwam iemand op de fiets naar zijn dorp om te vertellen dat er voedsel te geef zou zijn. Omdat Aboubacar zelf geen gierstvoorraad heeft kunnen aanleggen, moet hij voor anderen werken. ,,Als er werk is, verdien ik 1.000 frank Cfa (1,50 euro) per dag'', zegt hij. ,,Maar dat is niet genoeg om mijn gezin te onderhouden, dus soms eten we één dag niet. Of twee dagen.'' Ach ja, honger, zegt hij relativerend, honger hebben we altijd. Honger hoort bij het leven. ,,Alleen, dit jaar is veel erger dan anders.''

Misschien dat president Mamadou Tandja daarom vindt dat Niger helemaal niet geteisterd wordt door hongersnood. ,,Zoals u zelf kunt constateren, ziet de bevolking er weldoorvoed uit'', zei Tandja afgelopen week tegen de BBC. Terecht merkte hij op dat voedselcrises niet ongebruikelijk zijn in Niger. Maar hij haalde redeloos fel uit naar de VN en buitenlandse hulporganisaties. Die zouden leugenachtige propaganda verspreiden om zoveel mogelijk donorgeld binnen te harken.

De meeste Nigeranen zoeken een verklaring in de bittere politieke rivaliteit tussen Tandja en premier Hama Amadou, die een voortrekkersrol speelt in het nationale voedselcrisiscomité. Het WFP, dat in samenspraak met de regering handelt, blijft diplomatiek. Dit land is heel lang verstoken geweest van hulp, terwijl andere landen met een hoger welvaartsniveau wèl hulp kregen, zegt Gian Carlo Cirri, het hoofd van WFP in Niger. ,,Ook wij hebben het woord hongersnood nooit gebruikt. Maar dat neemt niet weg dat dit een echte noodsituatie is die al het geld vereist dat wij aan de donorlanden hebben gevraagd.'' Volgens Cirri is nog zeker dertig miljoen dollar nodig om de voedselstroom de komende weken op gang te houden en te garanderen dat ook de meest afgelegen dorpen worden bereikt.

Scharminkel met de schedel van een buitenaards wezen

`Soms eten we één dag niet,

of twee dagen'

    • Pauline Bax