Kleffe boel

De wereld volgens de commerciële televisie is een schouwtoneel voor volksvermaak, een verzameling van shows: de spermashow, bevallingshow, liefdesshow, oorlogsshow, autoshow, hongershow, voetbalshow, geldshow, familieshow, zelfmoordshow, woonshow, sterrenshow, nieuwsshow.

Daar is allemaal niets tegen. Het maakt niet uit of ik dat Talpa maar een kleffe boel vind. Als er voldoende publiek is voor de zichzelf feliciterende en elkaar likkende winkeliers in lief en leed, dan moet dat publiek vooral fijn bediend worden.

Ze mogen hun infotainment voor mijn part journalistiek noemen dat is nu eenmaal terecht geen beschermd beroep. Hoogstens frons ik even een wenkbrauw wanneer ik lees dat de bekende opinieleider Beau van Erven Dorens (`Vera Keur is een kutwijf') zijn programma met nieuws, sport en entertainment ook maar meteen, zonder zelfspot, aanmerkt als resultaat van ,,de hoogste journalistieke benadering''. Als dit de nieuwe standaard is voor topjournalistiek, krijg ik acuut heimwee naar de `Ditjes en Datjes' van Donald Duck.

Bezwaarlijk zou de handel in nepartikelen pas worden, als de real stuff niet meer voorhanden is. Als men voor zijn informatie over de echte wereld zou zijn aangewezen op de families De Mol of Van Westerloo. Als de kijker in zijn rol van staatsburger die niet samenvalt met zijn rol van consument afhankelijk is van namaak, show en pseudo-journalistiek.

Volgens de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid bestaat op dit punt reden tot grote bezorgdheid. In zijn advies aan staatssecretaris Van der Laan over het mediabeleid signaleert de raad een `toenemende kwaliteitsonzekerheid' in de informatievoorziening via de televisie. Die kwaliteitsonzekerheid (,,kijk ik nu naar nieuws of amusement?'') doet afbreuk aan het functioneren van samenleving en democratie, luidt de conclusie. Zeer juist. Vandaar het grote belang dat de WRR terecht toekent aan de publieke omroep.

Het is met het advies van de WRR eigenaardig gesteld. Op de diagnose is weinig aan te merken, maar de remedie deugt van geen kant.

Eerst de diagnose. Als gevolg van de commercialisering van de media is een mogelijk risico voor de maatschappelijke en politieke democratie ontstaan, stelt de raad vast. De professionele kwaliteit van de informatievoorziening (eisen als waarheidsgetrouwheid, inzichtelijkheid, betrouwbaarheid en verantwoording) kachelt achteruit. ,,Het probleem is niet de afwezigheid van goede kwaliteitscodes, maar de mate waarin de journalistieke beroepsgroep bij toenemende economische afhankelijkheid in staat wordt gesteld zich daarnaar ook feitelijk te gedragen.''

Zo is het maar net. De enige garantie tegen afbraak van de kwaliteit van de informatie via de televisie een risico voor de democratie is dus gelegen in de journalistieke onafhankelijkheid van de programmamakers. Maar dan komt de WRR met een redenering die geheel is toegeschreven naar een motie van de Tweede Kamer waarin het systeem van omroepverenigingen tot uitgangspunt van het mediabeleid wordt verklaard. Journalisten in dienst van de omroepverenigingen en andere non-profit-organisaties hebben de kleur van hun werkgevers aan te nemen. Zij moeten rode, groene, paarse of blauwe journalistiek bedrijven. Hoe valt dat te rijmen met het beginsel van journalistieke onafhankelijkheid?

Van diverse kanten is al opgemerkt dat deze benadering neerkomt op een terugkeer naar het aloude zuilensysteem. Alleen, de zuilen bestaan niet meer en daar kan het mediabeleid niets aan veranderen. Hoeveel jonge ijveraars zich ook op een EO-landdag vervoegen om zich te laten zegenen door de minister-president. Hoeveel wonderen de KRO ook laat geschieden. En ook al zou Vara-voorzitter Vera Keur eigenhandig in Vierhouten op de Paasheuvel een meiboom planten, de `rode familie' zal niet herleven. Voor een herzuiling bestaat geen enkele maatschappelijke, politieke of culturele basis.

Maar dan komen de WRR en staatssecretaris Van der Laan met een adembenemende goocheltruc: het nieuwe bestaansrecht van de omroepverenigingen wordt hun journalistieke functie. Zij moeten de duiding en de context van het nieuws voor hun rekening nemen, in onderscheid met de NOS die de nieuwsvoorziening sec verzorgt.

Dit is werkelijk te bizar voor woorden. Alle vormen van journalistiek bestaan bij de gratie van duiding en context. Alleen al de selectie van het nieuws vereist duiding en elk nieuwsfeit vraagt verklarende uitleg, tenzij men een warboel van betekenisloze feiten over de kijkers heen wil kieperen. De scheiding van nieuws en opinie is een professionele journalistieke vaardigheid maar waar haalt de overheid het recht vandaan zich in de selectie en presentatie van journalistieke informatie te mengen? WRR-medewerker Hoefnagel, een van de opstellers van het advies over het mediabeleid, zei in Trouw dat achtergronden bij nieuws exclusief bij de omroepverenigingen thuishoren. ,,Want de keuze welke achtergronden bij een nieuwsfeit van belang zijn, is subjectief.'' Ja, alle selectie is in zekere zin subjectief. Maar het kan wel zo onpartijdig mogelijk gebeuren.

Er is al een politieke ruzie uitgebroken over de vraag of de NOS programma's als Nova en Buitenhof van de NPS mag overnemen. Een omineus teken: alles wat naar meningsvorming riekt moet te allen tijde onderworpen zijn aan de levensbeschouwelijke visie van de omroepverenigingen. Waaraan ontlenen deze hun identiteit? Aan hun meningen. Waarom krijgen zij een exclusief recht op het naar voren brengen van meningen? Op grond van hun identiteit. Dit is de drogreden van de cirkelredenering.

Het probleem van de `kwaliteitsonzekerheid' in de televisiejournalistiek wordt hiermee niet opgelost, integendeel: de journalisten bij de omroepverenigingen en andere non-profit-organisaties krijgen de taak vooral te preken voor de eigen parochie. Zij moeten weer het familiegevoel terugbrengen. Zij moeten ervoor zorgen dat katholieken zich thuis voelen bij de KRO, progressieven bij de Vara, enzovoort. Wat dat betreft verschilt het plan van staatssecretaris Van der Laan voor de publieke omroep niet of nauwelijks van de klefbekkerij bij Talpa: wat zitten we hier gezellig, wat zitten we hier oké. Roept u maar!

Bij welke non-profitorganisatie past kritiek op de regering? Dat hangt dan straks uiteraard van de samenstelling van de regering af, niet van de argumenten van onafhankelijke opiniemakers. Het is van een diepe ironie dat uitgerekend de partij die haar bestaan aan de ontzuiling te danken heeft, D66, zich verantwoordelijk maakt voor de beoogde herzuiling-zonder-zuilen.

    • Elsbeth Etty