`Indonesië is nog niet bevrijd'

Zestig jaar geleden riep Indonesië de onafhankelijkheid uit. Maar bevrijd is het nog lang niet, vinden velen – niet zolang corruptie, armoede en schendingen van de mensenrechten voorkomen.

Op het podium naast de reusachtige bronzen beelden van Soekarno en Hatta zit een stelletje straatmuzikanten een visje te verorberen. Verder ligt het proclamatiepark in de oude diplomatenwijk Menteng er verlaten bij. Deze voormalige voortuin van Soekarno, waar de twee nationalistische leiders zestig jaar geleden de onafhankelijkheid van de republiek uitriepen, verdient hoognodig een opknapbeurt. ,,We hebben niet genoeg duiten'', zucht de gepensioneerde luitenant-generaal Ali Sadikin vanuit zijn villa aan de overkant van het park.

Hij is somber gestemd over het huidige Indonesië dat kampt met ,,torenhoge schulden en een ingekankerde corruptie''. Maar zijn ogen gaan schitteren als hij vertelt over zijn relatie met president Soekarno in de hoedanigheid van `kroegmaatje', minister en later gouverneur van Jakarta. Sadikin bleef de president trouw, ook toen het Volkscongres Soekarno in 1968 afzette. `Bang' (broer) Ali, zoals de Jakartanen hem met respect aanspreken, wil geen woord van kritiek over Soekarno horen. ,,Bung Karno leerde ons te vechten tegen de koloniale bezetters. Hij joeg ons de dessa (dorpjes) in en zei: Sla ze, die Hollanders.''

Over de koloniale bezetting heeft Bang Ali geen goed woord over. Hij vertelt hoe de `feodale bestuurders' slechts de `kampung' (de Indonesische buurtschappen) achter de Hollandse wijken schoonhielden uit angst voor tyfus. Als marinier vocht Sadikin in 1948 en 1949 tegen de Nederlanders tijdens de `Militaire Agressie', zoals in de Indonesische geschiedenisboekjes de politionele acties worden genoemd. ,,Bung Karno leerde ons niet de Hollanders te haten, maar het koloniale systeem'', aldus de 79-jarige Bang Ali.

,,We hebben te veel aan ons hoofd om over de kolonisatie na te denken'', zegt de 23-jarige student Hubertus. Hij studeert aan de Pancasila Universiteit, die tegenover het huis van Sadikin ligt. Zijn vriendin Shelly vertelt dat ze bijna niets van de Nederlandse koloniale periode afweet. Op de basisschool leerde ze slechts dat Nederland Indonesië 350 jaar bezette.

Gisteren maakte minister Bot van Buitenlandse Zaken bekend, dat Nederland na zestig jaar 17 augustus 1945 erkent als de dag waarop Indonesië onafhankelijk werd. Tot voor kort hield onze regering vast aan 27 december 1949, het moment waarop Nederland de soevereiniteit aan de republiek overdroeg. De studenten zeggen niet van dit diplomatieke getouwtrek op de hoogte te zijn. Ook niet van het feit dat dit jaar voor het eerst een Nederlandse minister bij de officiële herdenking op het paleis aanwezig is. ,,Jullie houding interesseert ons eerlijk gezegd niet zoveel'', lacht de student Joshua. Hij weet ook bijna niets van Nederland. ,,Het land van de tulpen, de windmolens en waar twee mannen mogen trouwen.'' Het groepje barst in een onbedaarlijke lachbui uit.

In haar warung (kraampje) om de hoek van de universiteit wil de 70-jarige verkoopster Mak (moeder) niets van 60 jaar onafhankelijkheid weten. ,,We zijn nog steeds niet bevrijd. We leven in armoede'', schreeuwt ze. Met haar kraampje staat ze hier al 50 jaar. Ze verwijt de Nederlanders niets. ,,Ach kind, ik was tien toen ze weggingen.'' Ze noemt de Indonesische politici luilakken die het volk valse beloften doen. ,,Revolutie!'', gilt ze. ,,Mocht ik sneuvelen dan is dat niet erg. Ik ben al oud.''

Advocaat Usman Hamid, die als directeur voor de mensenrechtenorganisatie Kontras werkt, moet glimlachen om de ferme taal van de bejaarde verkoopster. Hij vindt ook dat Indonesië nog niet is bevrijd. Ook al koos het volk vorig jaar voor het eerst rechtstreeks een president, een volwaardige democratie is Indonesië nog lang niet. ,,In de provincies zoals Papoea en Atjeh worden de mensenrechten geschonden. Burgers strijden hier wegens de sociaal-economische onrechtvaardigheid. Militairen schenden de mensenrechten.'' Net zoals tijdens het militaire regime van Soeharto worden kritische mensen uit de weg geruimd. Hij noemt als voorbeeld de moord op Munir, de voormalige directeur van Kontras, die vorig jaar op weg in een vliegtuig naar Nederland werd vergiftigd. Vermoedelijk zit de Geheime Dienst (BIN) achter deze moord. Maar volgens Usman durft justitie vervolging van dit machtige instituut niet aan. Mensenrechtenactivisten en de media zwijgen uit angst. Voor hen is een goede relatie met Nederland belangrijk. ,,Nederland kan hier de mensenrechten bevorderen. Nederland kan druk op de Indonesische regering uitoefenen'', zegt Usman stellig.

Maar Usmans buurman Imam Prasodjo, socioloog aan de Universiteit van Indonesië, denkt dat wegens de historie deze rol niet voor Nederland is weggelegd. ,,De Indonesiërs hebben geen hekel aan de Nederlanders omdat wij het te druk hebben met onze binnenlandse problemen.'' Toch zijn volgens hem die gevoelens wel latent aanwezig. Hij noemt het voorbeeld van de voormalige minister Pronk van Ontwikkelingssamenwerking die in 1991 de mensenrechtensituatie in de toen nog Indonesische provincie Oost-Timor bekritiseerde. President Soeharto bedankte daarop voor de Nederlandse `grijpstuivers'. Het zou beter zijn als Nederland zijn excuses voor de koloniale bezetting aanbood. ,,Hoe kunnen jullie je anders met de mensenrechten in een ander land bemoeien? Wij zitten niet op excuses te wachten. Voor jullie zou het goed zijn. Het dwingt respect af. Het is een teken van moed.''

    • Wilma van der Maten