Gaza en daarna

Een drama voor de joodse kolonisten, een kans voor de Palestijnen. Een mijlpaal in de geschiedenis van Israël. Aan superlatieven en grote woorden geen gebrek bij de sluiting van de 21 Israëlische nederzettingen in de strook van Gaza. Het is zeker een opmerkelijke gebeurtenis, en in strikte zin ook een historische: vanaf nu zijn de omheinde en streng bewaakte joodse vestigingen in Gaza geschiedenis. De man die de kolonisatiepolitiek als minister ooit bevorderde, Ariel Sharon, zet er als premier een punt achter, in die kleine reep land tussen ruwweg Ashkelon en Rafah. Naar zijn precieze motieven blijft het gissen. Het gaat om een eenzijdige actie, dat wil zeggen zonder overleg met de Palestijnen. Demografie, geld, logistiek – het zal allemaal een rol hebben gespeeld bij Sharons overwegingen om uit Gaza te vertrekken. En wellicht waren er nog andere, tactische, redenen voor dit ingrijpende besluit. Men kan hier cynisch over doen, maar het zijn de feiten die tellen. Israël ontruimt de Gazastrook. Het is hoe dan ook een stap vooruit in het proces van de vorming van een Palestijnse staat en dat is toe te juichen.

Maar het is slechts een eerste stap. Bij de ontruiming van Gaza kan het niet blijven. Voor een `levensvatbare Palestijnse staat', de aanduiding is in de loop der jaren sleets geworden, is het nodig dat Israël eveneens op de Westelijke Jordaanoever territoriale concessies doet. De ontruiming van enkele kleine nederzettingen hier biedt nog te weinig houvast om te kunnen zeggen dat ook wat de Westoever betreft sprake is van een doorbraak. Geenszins; op deze voor veel Israëliërs heilige grond (het oude Judea en Samaria) zijn de echt grote kolonies gevestigd met hun vele tienduizenden inwoners. Sluiting hiervan ligt aanzienlijk gevoeliger dan de ontruiming van Gaza, die al met de nodige emoties gepaard gaat. Om maar te zwijgen over een zo mogelijk nog moeilijker onderwerp: wat moet er met Jeruzalem gebeuren?

Intussen blijven Israël en de Palestijnen tot elkaar veroordeeld over de toekomst van de Gazastrook. Er dienen arrangementen te komen over het grensverkeer, over de verwijdering van de woningen die er nog staan en over tal van andere zaken die in beider belang zijn. Anders gezegd: de ontruiming van Gaza dwingt tot gedachtevorming over de toekomst van het gebied. Onder leiding van James Wolfensohn, oud-president van de Wereldbank, wordt gewerkt aan een economisch herstelplan. Dat is hard nodig. De Gazastrook is nu nog een grote zandbak die, met dank aan terreurgroepen, weinig perspectief biedt voor zijn 1,4 miljoen inwoners. De drie miljard dollar die Wolfensohn op de G8-bijeenkomst in Gleneagles werd beloofd, is slechts een begin. Economische bloei is pas mogelijk als de infrastructuur in orde is (haven, vliegveld, goede wegen), als investeerders er brood in zien (geen terreur) en als de Palestijnen zelf hun visie op een welvarende toekomst willen en kunnen waarmaken. Dat is een zware verantwoordelijkheid voor een volk dat zo verdeeld is.

De ontruiming van de Gazastrook schept vooral verplichtingen. Voor Israël, om het hier niet bij te laten en om te voorkomen dat de sluiting van nederzettingen uitloopt op een interne cultuurstrijd. Voor de Palestijnen, om hun lot in eigen hand te nemen. En voor de Verenigde Staten, de Europese Unie en landen uit de regio, om met politieke druk en financiële steun dit moeizame maar noodzakelijke proces in goede banen te leiden.