Fatale haastklus in het Catshuis

Bij werk in het Catshuis, vorig jaar, is een verboden oplosmiddel gebruikt. Er ontstond brand en er viel een dode. Was er haast bij?

Het zou de laatste vloer zijn die nog moest worden gedaan. Met zijn collega was de 49-jarige Aart de Lijster die bewuste zaterdagmorgen in mei 2004 alweer vroeg uit de Alblasserwaard naar het Catshuis in Den Haag gereden. Daar waren ze al de hele maand bezig met aanvullende werkzaamheden, nadat kort ervoor de ambtswoning van de minister-president geheel vernieuwd was opgeleverd. De tijd drong, want Nederland zou het voorzitterschap van de Europese Unie gaan vervullen.

De Lijster en zijn collega moesten voor het schildersbedrijf De Goede uit Vlaardingen een klus opknappen. Bij de omvangrijke verbouwing van het Catshuis die 16 miljoen euro had gekost, was er een en ander mis gegaan. De vloeren moesten opnieuw worden gelakt. Intussen maakte het kabinet al wel gebruik van de ambtswoning; ook in de week voor het ongeluk was er vergaderd. Om de vloeren goed te kunnen bewerken moest eerst de oude verflaag worden verwijderd.

Het werk werd gedaan in opdracht van de Rijksgebouwendienst (RGD), maar de wijze waarop en met welke middelen dat moest gebeuren, staat volgens betrokkenen niet op papier. De Goede had al meer opdrachten voor de overheid uitgevoerd en daarover bestond tevredenheid. De twee schilders waren sinds de vroege morgen druk bezig, toen de beheerder en de marechaussee rond acht uur een ontploffing hoorden, waarna een hevige brand volgde. De Lijster werd hierbij gedood, zijn collega bleek ongedeerd.

De weduwe van de schilder heeft haar man na het ongeluk niet meer mogen zien. Ze heeft ook nooit een rapport ontvangen over wat er precies is gebeurd. ,,Ik heb alleen uit een brief van de officier van justitie begrepen dat er hoogstwaarschijnlijk een waakvlam van een kachel heeft gebrand'', zegt mevrouw De Lijster. De brandweer stelde diezelfde morgen al vast dat de mannen thinner hadden gebruikt om het werk sneller te laten verlopen. Minister Dekker (VROM) bezocht de herdenkingsdienst, en ook de minister-president liet zijn medeleven blijken. ,,Later ben ik nog wel een keer gebeld door een ambtenaar die namens de minister vroeg hoe het ging en daar is het bij gebleven'', zegt de weduwe.

Letselschade-advocaat De Geus heeft zich afgevraagd waarom de schilders zo'n haast hadden dat ze thinner gingen gebruiken. ,,Heeft iemand in loondienst daar belang bij? Mij lijkt dat De Goede [werkgever, red.] aan een deadline zat, het werk moest klaar'', aldus De Geus. Een familielid van het slachtoffer weet: ,,Er zat ontzettend veel druk op het werk, want een week later werden er al gasten verwacht.'' Mevrouw De Lijster bevestigt dat op basis van wat ze van haar man heeft gehoord: ,,Er was haast bij.''

Precies om die reden gingen de schilders het oplosmiddel gebruiken. Op de morgen van het ongeluk bleek ,,de hele vloer besprenkeld met het spul'', zegt De Geus. Thinner is volgens FNV Bouw niet alleen hoogexplosief maar ook schadelijk voor de gezondheid bij inademen. Daarom staat het spul sinds 2000 op een lijst van stoffen die niet meer binnenshuis mogen worden gebruikt. De bouwbond wees daar hetzelfde weekeinde al op. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan er toestemming voor worden gegeven, maar dan moet tevoren vaststaan dat er goede ventilatie mogelijk is. En dat was na de renovatie waarbij kogelwerend glas werd aangebracht, geen eenvoudige zaak.

Volgens de vrouw van het slachtoffer hebben de schilders voor deze klus vaker en ook weken achter elkaar het middel gebruikt. ,,Ik had al eens tegen mijn man gezegd dat ik helemaal high werd van het rijden in ons busje.'' Hij zei toen dat het kwam door de lappen met thinner, die in een vuilniszak zaten. Die zak moest hij weer inleveren op de zaak, zei hij. Haar man nam voorzorgsmaatregelen. Zo droeg hij een masker tijdens het werk. ,,En volgens de collega heeft hij die zaterdagmorgen nog aan de kachels gevoeld of ze heet waren. Maar een waakvlam voel je natuurlijk niet.'' Broer Klaas Dillema begreep er niks van dat zijn zwager zoiets deed: ,,Daar was hij veel te serieus voor.''

Brandweer en Arbeidsinspectie vonden later de bewijzen voor het gebruik van thinner, ook bij het schildersbedrijf: ,,Er zijn papieren gevonden waaruit blijkt dat het middel is geleverd'', weet Dillema. In de brief van de officier van justitie wordt dat bevestigd, zegt de weduwe. Maar de baas van het schildersbedrijf lijkt vol te willen houden dat hij niet op de hoogte was van het gebruik van thinner. ,,Dat is een rare zaak, want een week voor het ongeluk is hij nog met zijn kinderen in het Catshuis langs geweest om mijn man een tractatie te brengen.'' De Goede geeft geen commentaar: ,,Het is zo al erg genoeg.''

Het gezin van het slachtoffer is door de werkgever gedeeltelijk schadeloos gesteld. ,,Het civielrechtelijke deel is afgerond'', zegt advocaat De Geus. Hij bevestigt dat de werkgever te laag verzekerd was, waardoor over het uit te keren bedrag stevig moest worden onderhandeld. Uiteindelijk hebben de nabestaanden rond de 150.000 euro ontvangen, een kwart minder dan ze hadden berekend.

De familie ergert zich aan het feit dat de Rijksgebouwendienst nog geen verantwoordelijkheid heeft genomen. ,,De dienst wil de handen wassen in onschuld, maar dat kan volgens ons echt niet. De RGD is de opdrachtgever en hield volgens ons toezicht op de werkzaamheden'', zegt Dillema. Zijn zus vindt dat de RGD ,,een fout heeft gemaakt'' door het gebruik van thinner toe te staan. ,,De dienst houdt zich niet aan de eigen regels.'' In de procedure die nu al meer dan een jaar loopt doet ook de landsadvocaat mee. Een woordvoerder van VROM beaamt dat, maar noemt het ,,niks bijzonders''. Als de eigen juristen van de RGD er niet helemaal uitkomen, wordt automatisch het kantoor van de landsadvocaat ingeschakeld, zegt hij.