De angst om verpulverd te worden

Detailhandel is een van de laatste beschermde bastions in India. Maar niet voor lang. De Indiase overheid wil op korte termijn de detailhandel openstellen voor buitenlandse investeerders.

New Morning Store is de opwekkende naam van een van de winkeltjes in Golf Links, een woonwijk in Zuid Delhi. Sigaretten, oestersaus, kindervoeding, schoonmaakmiddelen, make-up, spaghetti, koekjes, chips, ijsjes, rijst; bijna alles kan je er krijgen, alleen niet altijd. New Morning Store beslaat een ruimte van misschien maximaal veertien vierkante meter, met een plafond dat naar beneden lijkt te komen onder het gewicht van de producten die eraan hangen. De winkel puilt letterlijk uit. Overal staan stapels dozen met van alles en nog wat. Alle grote merken, van Nestlé tot Kellogg's, zijn vertegenwoordigd.

Twee verkopers staan achter de toonbank, waar ook nog telefoons op staan voor mensen uit de buurt die willen telefoneren. Ajay, een tiener, staat aan de buitenkant; hij wordt ingeschakeld wanneer er geklommen moet worden, als ergens van een hoge plank een product moet worden gepakt. Hij is tevens verantwoordelijk voor de gratis thuisbezorging: op zijn fiets en met een rafelige tas brengt hij de bestelde spullen naar de klant.

De New Morning Store is een zogenoemde Kirana-winkel of mom-and-pop-shop, eentje waarvan India er miljoenen heeft. Maar hoe lang zullen ze nog bestaan in zulke grote hoeveelheden, deze karakteristieke familiebedrijfjes? De detailhandel is een van de laatste industrieën in India die nog niet is geliberaliseerd, nog niet is opengesteld voor buitenlandse investeerders.

De econome Arpita Mukherjee onderzocht in opdracht van het ministerie van Consumentenzaken, Voeding en Openbare Distributie waartoe het openstellen van de detailhandelsector voor buitenlandse investeerders kan leiden. Volgende maand neemt de Indiase regering naar verwachting een positief besluit met betrekking tot het opengooien van deze sector.

Mukherjee: ,,Detailhandel is in ons land een gepolitiseerd onderwerp. Veel detailhandelsorganisaties waren tegen de komst van internationale detailhandelsketens omdat zij vrezen verpulverd te worden. Politieke partijen spelen daar op in. Het levert ze stemmen op, want er werken veel mensen in die sector.''

De detailhandel (voedingsmiddelen en non-food) is de grootste industrie en de op een na grootste werkgever van India. De sector staat voor 10 procent van het bruto binnenlands product en voor 6 tot 7 procent van de werkgelegenheid in India. Het netwerk van meer dan 15 miljoen winkels heeft de hoogste dichtheid ter wereld, volgens Mukherjee.

Volgens de vorige maand gepubliceerde Global Retail Development Index (een jaarlijkse graadmeter) van het Amerikaanse adviesbureau A.T. Kearny is India de nummer één van opkomende markten, waar buitenlandse detailhandelsbedrijven naar toe zouden moeten gaan. Reden: vorig jaar zette de detailhandel in dit land voor ruim 300 miljard dollar (242 miljard euro) om, waarvan 61 miljard dollar aan kleding.

Deze laatste sector is naar verwachting goed voor een omzet van 100 miljard dollar over vijf jaar als gevolg van de toegenomen koopkracht van vrouwen – steeds meer vrouwen hebben tegenwoordig een baan.

,,Als een economie groeit zal de komst van buitenlandse concerns per saldo niet leiden tot banenverlies. Dat toont onderzoek aan. Politieke partijen kunnen zich daar nu niet meer achter verschuilen. De tijd is rijp voor liberalisering'', zegt Mukherjee. India moet ook wel. Fijntjes wijst Mukherjee erop dat de druk groot is. Tijdens onderhandelingen in het kader van de wereldhandelsorganisatie WTO hebben onder meer de Verenigde Staten, Japan, China, Zuid-Korea, Singapore en Europa druk uitgeoefend op India om de sector te liberaliseren.

Ondanks de afwezigheid van buitenlandse investeerders is de detailhandel bezig aan een transformatieproces, traag weliswaar, maar de verandering is zichtbaar. De aanhoudende snelle groei van India's economie (7 procent) is hier verantwoordelijk voor. De middenklasse blijft uitdijen en consumentengedrag wordt versterkt als gevolg van stijgende lonen en toegenomen koopkracht. Het Indiase Shoprite Checkers introduceerde bijvoorbeeld zelf hypermarkten, waar zo'n beetje alles te koop is tegen lagere prijzen dan in de Kirana-winkels. En dan zijn er ook bedrijven als Big Bazaar (supermarkten) en My Dollar Store (discounter) die volgens westerse formules werken.

In miljoenensteden als Mumbai, Delhi en Chennia kom je steeds vaker winkelcentra tegen die ontwikkeld zijn door Indiase ondernemers. Op dit moment zijn er volgens schattingen zo'n 300 winkelcentra in aanbouw in India. De kleine winkeliers beseffen dat zij op een gegeven moment wel mee moeten met de vernieuwing. ,,En dan maakt het ook weinig uit of ze daarbij gedwongen worden door ondernemers uit eigen land of uit het buitenland'', zegt de onderzoekster.

Niettemin is de detailhandel een van de minst ontwikkelde industrieën in India. Het land loopt achter op bijvoorbeeld Brazilië en China als het gaat om de overgang naar een meer georganiseerde detailhandel. In Brazilië groeide de sector de afgelopen tien jaar naar 40 procent, in China naar 20 procent, terwijl het percentage in India blijft steken op 2 procent.

Een winkelier in India heeft geen inkoopcombinatie achter zich. Hij heeft vijf tot zes tussenpersonen – ze hebben allen hun eigen adresjes – die ervoor zorgen dat hij zijn goederen op de een of andere manier krijgt. Veel geld blijft aan de strijkstok hangen van deze tussenpersonen. Grote distributiecentra zijn een noviteit. ,,Wij hebben hier geen mooie opslagfaciliteiten met koelboxen. De infrastructuur is slecht. Van al het fruit en groente haalt 40 procent het niet naar de winkel'', zegt de econome Mukherjee.

Het Duitse Metro is daarop ingesprongen. Het detailhandelsconcern uit Duitsland heeft in de zuidelijke stad Bangalore een groothandel (een sector die wel toegankelijk is voor buitenlanders) geopend (Metro Cash & Carry), waar het kleine winkeliers de mogelijkheid biedt tot one-stop-shopping zonder tussenkomst van een agent. Het bedrijf wil deze formule ook lanceren in Delhi, Mumbai, Hyderbad en Chennai.

Het Nederlandse Spar is vanuit Europa via een andere sluiproute India binnengekomen. In Mumbia heeft Spar zijn eerste winkel geopend op basis van franchising, waarbij de formule van Spar is, maar de winkel een Indiase eigenaar heeft. Nog dit jaar moeten er zeven nieuwe Spar-vestigingen bijkomen. Franchising is overigens een onbekend fenomeen in India; er zijn geen regels voor.

India is volgens Mukherjee een ingewikkeld land voor een buitenlandse onderneming. De verschillende deelstaten hebben elk hun eigen regels en wetgeving. De overheid zal ook daarom waarschijnlijk de detailhandelsmarkt gefaseerd openstellen – tijdens de eerste fase zullen buitenlandse concerns naar verwachting maximaal een belang van 49 procent mogen nemen in Indiase detailhandelsondernemingen. ,,Buitenlandse bedrijven kunnen dan met een lokale partner een joint venture sluiten. Dat is handig voor ze, want dan hoeven ze zelf niet voor al het papierwerk te zorgen.''

Na drie tot vijf jaar zal de investeringslimiet gewoon worden losgelaten. ,,Die tijd zal je op zijn minst nodig hebben om de hele distributieketen, van producent naar winkelschap, op orde te krijgen. Dat moet je niet onderschatten.''

    • Philip de Wit