Warm bad op De Beschaving

Het kleinschalige muziek- en theaterfestival De Beschaving wil graag het knusse en goedkope alternatief zijn voor de grotere festivals.

In de donkerblauwe schemering staat het silhouet van een stellage waarin vijf badkuipen boven elkaar hangen.. Eén bad wordt gedeeld door twee mensen, uit een ander steken wulps twee vrouwenbenen. Het zijn de tot op hun ondergoed ontklede bezoekers van cultuurfestival De Beschaving die zich tijdens de optredens op het hoofdpodium laven aan de warme baden van de `Badenflat'. Op podia met namen als De Belofte, De Bekroning, De Beleving en De Bestuiving is muziek, theater, dans, film, poëzie en alle denkbare mengvormen.

Het festival ontstond drie jaar geleden uit idealisme, uit ongenoegen van initiatiefnemer André Baars over de massaliteit en de hoge prijzen bij festivals als Lowlands en Pinkpop. Kwaliteit en plezier hoefden volgens hem niet samen te gaan met een onbeperkte expansiedrang. Geholpen door driehonderd vrijwilligers stampte hij dit jaar De Beschaving uit de – natte – grond, bij de Leidsche Rijn. Met een lage entreeprijs, goedkope drank en eten, en een volwassen programmering.

Omringd door de geur van zompig zaagsel en nat stro dat tevergeefs is gestrooid, brengt de populaire reggaeformatie Beef het publiek zaterdag al vroeg in de stemming. Dat publiek is divers, maar kent een groot gedeelte hippe twintigers en dertigers uit provincie Utrecht op sneakers. De baders van de Badenflat zingen Beefs uitsmijter, een Bob Marley-medley, keihard mee. Het blijft droog, maar het publiek staat al tot aan de enkels in de modder, veroorzaakt door de buien van de dag ervoor.

Overdag is er genoeg kwaliteit met de Rotterdamse elektronische formatie Drillem, de aanstekelijke ritmes van Electro Côco en het gitaargeweld van 16 Down. De ontspoorde Vlaamse schoolmeisjes van Maskesmachine zorgen met hun meerstemmige zang, ukelele en sambaballen aanvankelijk voor vertwijfelde blikken in het publiek. Eenmaal gewend aan hun schreeuwliedjes en raps met titels als Plaktang! kan het bekoren. De geluidskunstenaar Eboman verrast door het nummer Heb je even voor mij? van Frans Bauer te samplen en er een dansbaar meesterwerkje van te maken.

Als nevenprogramma kent het festival een luchtig maar educatief debat over het hiv-virus en condoomgebruik. Een tent verder zijn de Changing Soundscapes van Renate Zentschnig en Justin Bennet te horen via koptelefoons. In hun werk gaan ze in op het leven in de `nieuwe stad' Leidsche Rijn, door omgevingsgeluiden te laten horen en meningen van bewoners. ,,Dit is een stad zonder stadsgevoel.''

's Avonds zijn de rauwe stem en meeslepende keyboard- en baspartijen van Coparck te horen en het Utrechtse Dial Prisko, met rommelig melancholische rocknummers. Ook de pianoliedjes van Phinx (Vincent Beijer), met ragtime en soulinvloeden vallen op. De songs van Das Pop staan als een huis. Gekleed in strakke spijkerbroeken en bretels spelen de Belgen veel nieuw repertoire, waarin ze zich los lijken te maken van de jaren-tachtiginvloeden en experimenten van hun eerdere werk. Als ontlading sluit Das Pop af met de instantklassieker You van hun tweede cd. Op de plek waar ooit de grens was tussen het Romeinse rijk en de barbaren aan de andere rivieroever, is De Beschaving een klein offensief tegen de massaliteit van de grote festivals, met bijna vijfduizend bezoekers en een goede sfeer.