Verlangens van de kompel

Als de schoolklas wordt gevraagd wie er een familielid heeft dat nog in de mijnen heeft gewerkt, steken bijna alle leerlingen hun vinger op. Het betreft dan ook een basisschool in het Zuid-Limburgse Landgraaf, niet ver van het mijndorp De Hopel. In De laatste kompels, aflevering 1 van het tweeluik Fabrieksdorpen, wordt De Hopel geportretteerd door Paul Enkelaar. Hij begint bij het begin. Mijnwerkerszoon Wim Nolten laat een bouwtekening zien uit 1907: de directie van de mijn Laura zat zeer verlegen om personeel – ,,de boerenzoons hadden geen zin om in die diepe donkere mijn te gaan werken'', zegt Nolten – en lokte werknemers door hun ,,woningen met licht, lucht en ruimte'' aan te bieden. En met een grote tuin.

Ze kwamen, óók uit het buitenland: Polen, Slovenen, Duitsers. Ze gingen aan de slag in `de Laura', en betrokken de nieuwe huizen van De Hopel. Die waren wit, en moesten elk jaar weer worden gewit, ,,want na een paar maanden waren ze weer zwart'', herinneren oud-mijnwerkers zich in de documentaire. ,,Van mijnstof.'' Wie vlakbij de mijn woonde, hield zijn longen niet schoon. De kompels al helemáál niet. Pep Konte vertelt dat zijn vader – een mijnwerker – in 1951 overleed aan silicose, en dat hij als oudste onmiddellijk na diens dood ,,uit financiële noodzaak'' de mijn in moest. ,,Ik was pas 17, mijn moeder was er eigenlijk behoorlijk op tegen.''

Konte weet ook nog dat hij in de 25 jaar dat hij mijnwerker was ,,grote risico's'' nam. ,,Om een paar wagens met kolen te redden, speelden we met ons leven. Nu denk je: was je toen nog normaal?'' Een mijnwerkersvrouw noemt het werk ,,onmenselijk''. De maker van De laatste kompels wilde een portret tonen van een fabrieksdorp, zoals het Agnetapark midden in Delft of het Batadorp bij Best, waar de arbeiders afhankelijk waren van hun baas.

Maar het tweeluik geeft veeleer een mooi beeld van de historie van kompels. Van de barre werkomstandigheden, maar ook van oude mannen die terugverlangen naar die spannende tijd onder de grond. Aan het einde merkt Konte op dat van het enorme Laura-complex helaas niks meer over is: geen schans, geen toren, geen schoorsteen, zoals bijna niets in Zuid-Limburg nog herinnert aan de mijnen waarvan de laatste in 1974 sloot. ,,Hier is alles opgeruimd, net alsof ze zich ervoor schamen.''

Dokument: Fabrieksdorpen, NCRV, Ned.1, 23.00-23.45u.