Varen als in een jongensboek

Woensdag begint Sail Amsterdam. Een opmerkelijke deelnemer tussen de grote zeiljachten is de bergingsjager annex veerboot Holland.

Vooral de machinekamer van bergingsjager Holland is voor liefhebbers een attractie. Onlangs zat een gepensioneerde zeeman nog zeker een half uur in stille bewondering tussen de stampende cilinders, zuigers en kleppen. ,,Hij was er niet weg te slaan'', herinnert Cor Staal zich, vrijwilliger van de Stichting Zeesleepboot Holland. Een nog werkende tiencilinder Werkspoor-viertaktdieselmotor met 3.100 pk, kenners kunnen ervan genieten. ,,Mensen die zelf gevaren hebben vinden het prachtig als ze de motoren zien draaien. Het is een stukje fijnmechaniek dat we in ere willen houden.''

Bergingssleepboot Holland, roepsein PESK, `Paraat En Start Klaar', werd in 1951 gebouwd en had Terschelling als thuishaven. Indertijd was het een van de snelste bergingsjagers ter wereld. Sinds vorig jaar augustus ligt de boot in Den Helder en staat hij geregistreerd bij het Nationaal Register Varende Monumenten. De Holland is een van de laatst overgebleven varende schepen van een generatie Nederlandse zeeslepers en bergingsboten.

Opmerkelijk is dat de Holland met een dubbele functie werd gebouwd. Behalve als zeesleper deed hij ook dienst als passagiersschip, een uitzonderlijke combinatie. In de zomermaanden zette rederij Doeksen de bergingssleper als extra veerboot in om badgasten van en naar de eilanden te varen. Het schip bezat een tweede en eerste klas betimmerde salon met art deco lampen en met rood fluweel bedekte banken. Begin jaren vijftig voer het schip, toen overigens nog zonder radar, per tocht soms 750 passagiers over. Een deel van de toeristen moest dan op het achterdek staan.

Maar de belangrijkste taak was uiteraard het bergen van in nood geraakte schepen. Tussen 1951 en 1975 bracht de Holland 161 schepen veilig de haven binnen. Zoals in 1962 de Olympic Thunder van scheepsmagnaat Onassis. Die was boven Terschelling in dichte mist in botsing gekomen met een andere tanker. De Holland zette de bemanning over en hanteerde bluskanonnen om de brand op de zwaar beschadigde Griekse boot te blussen.

Vierentwintig uur per dag wachtte een marconist in zijn hut op signalen van in nood geraakte schepen, zodat direct kon worden uitgevaren voor een reddingsactie. Wie het snelste contact legde met het schip en een contract met de verzekeraar wist af te sluiten, mocht het bergingswerk uitvoeren. Snelheid was dus geboden. En snel was de Holland, met zeventien knopen. Het was bovendien het meest noordelijk gelegen bergingsschip van Nederland.

In de jaren zeventig nam het aantal bergingen sterk af, vooral door betere navigatiemiddelen en betere schepen. Bovendien bracht de concurrentie snellere schepen met een veel groter vermogen in de vaart. In 1976 voerde de Holland zijn laatste reddingsactie uit. Daarna huurde Rijkswaterstaat het schip tot 1998 in als onderzoeksschip. Eind jaren negentig werd de Holland van de sloop gered door een aantal liefhebbers die een stichting oprichtten om het schip in authentieke staat te behouden.

De huidige kapitein Bert Vliegers voer 36 jaar op de zeesleper als afloskok, matroos en machinist. ,,Het bergingswerk was avontuurlijk en spannend'', herinnert hij zich maar al te goed. ,,We voelden ons een soort cowboys.'' Bang is hij nooit geweest. ,,De zee wil jouw boot pakken en jouw boot wil die andere boot pakken, die soms al gezonken was.''

Vaak wordt Vliegers gevraagd naar zijn spectaculairste redding. Maar een antwoord op die vraag blijft hij schuldig. ,,Ik vond ze allemaal spannend'', zegt hij bladerend in het boek Holland paraat en startklaar. Lotgevallen van een Terschellinger legende. Maar dan noemt hij toch de zes weken durende berging van de Benarus. Het met bielzen geladen Maleisische motorschip ging begin februari 1971 met brand in de machinekamer voor anker bij Texel. Pas eind maart wist de Holland het schip los te krijgen en naar Amsterdam te slepen. Slecht weer, hoge zeegang, mist, afgewisseld met een lage waterstand maakten het onmogelijk om het motorschip snel los te trekken.

Momenteel maakt Vliegers als kapitein rustiger tochten met zijn schip. De Holland is als partyboot beschikbaar voor feesten en partijen. Vliegers: ,,Je hebt altijd leuk gezelschap en blije mensen aan boord.'' Bezoekers mogen overal een kijkje nemen. Vooral de brug met het gepoetste koper en het houten stuurwiel is in trek. Dertig enthousiaste vrijwilligers vormen de bemanning. Vliegers: ,,Dit is een stukje Hollands glorie. Je vaart er op als in een jongensboek.''

www.zeesleepbootholland.nl

    • Karin de Mik