Topvijf

Ik ben natuurlijk niet de eerste die zich met woordinfecties bezighoudt. De Duitser W. Förstemann heeft zich er in 1852 als eerste in verdiept en hij is ook degene die het woord volksetymologie – zoals taalkundigen dit verschijnsel noemen – heeft verzonnen. Sinds Förstemann zijn er internationaal tientallen publicaties aan gewijd. De vroegste Nederlandse publicatie dateert van 1881. De afgelopen decennia heeft vooral de Amsterdamse etymologe Marlies Philippa zich met deze materie beziggehouden.

Philippa onderscheidt drie hoofdgroepen: woorden waarbij alleen de vorm verandert, woorden waarbij uitsluitend de betekenis verandert en woorden waarbij zowel de vorm als de betekenis verandert. Een goede indeling is lastig te maken, want er zijn raakvlakken met hypercorrectie (beeldhouder voor beeldhouwer), met contaminaties (optelefoneren uit opbellen en telefoneren), met malapropismen (onbewuste verhaspelingen van het type de veroordeelde ging in castratie) en misverstane liedteksten of mondegreens (onlangs geïnventariseerd door het genootschap Onze Taal).

Ik ga u hier verder niet lastigvallen met die theoretische aspecten, maar ik besef dat sommige voorbeelden in diverse rubrieken passen. Het enorme voordeel voor de hedendaagse onderzoeker is trouwens dat hij internet en digitale krantenarchieven tot zijn beschikking heeft. Met name in de oudere literatuur duiken steeds dezelfde voorbeelden op. Dankzij die digitale bestanden zijn nu veel nieuwe voorbeelden te vinden. Bovendien kun je veel beter nazoeken hoe vaak ze voorkomen en waar. Deze week de topvijf.

Op de eerste plaats staat vooralsnog intergreren. Die extra r zullen we te danken hebben aan de vele woorden die beginnen met inter-. Intergreren is op internet goed voor ruim 30.000 vindplaatsen. Intergratie doet het ook heel goed, zowel in de kranten als op internet.

Op de tweede plaats, met ruim 26.000 vindplaatsen, staat de papagaai. Veel kinderen hebben het aanvankelijk over papagaai, maar kennelijk zijn er een hoop mensen die dit nooit corrigeren. Ook in de kranten wemelt het van de papagaaien. We vinden tevens samenstellingen als papagaaiengedrag, papagaaienopvang, Papagaaiweg. Minder frequent voorkomende dieren zijn de aanscholver, de schilpad en de Prins Bernhardhond. De koeveuze, de padstelling en de slampanter (slampamper) laat ik hier buiten beschouwing.

De derde plaats wordt ingenomen door miniscuul en miniscule. Iets wat klein is, is mini, dat weten we allemaal, vandaar ook ,,miniscule deeltjes'', ,,miniscule gaatjes'', ,,een miniscule hoeveelheid'' – op internet kunt u genieten van ruim 20.000 voorbeelden. De invloed van mini komen we ook tegen in minitieus voor minutieus.

Een vaste verbinding die heel vaak misgaat is na aanleiding van. Met ruim 16.000 voorbeelden op internet staat deze op de vierde plaats. Maakt u zich geen illusies, ook in kranten is dit honderden keren te vinden. Na aanleiding van is een goede bekende van werkgevers – veel sollicitatiebrieven beginnen zo. Bijgesloten is vaak het curriculum vitea (in plaats van vitae). Minder frequente verbindingen zijn naar loop van tijd en het logische loon na werken (in plaats van loon naar werken).

Ruim boven de 12.000 vindplaatsen scoort membraam voor membraan – goed voor een vijfde plaats. Luidsprekers hebben een membraan, maar doorgaans lees je dit woord in een medische context. Op medisch gebied moeten er heel veel voorbeelden van woordinfectie zijn. Een kleine greep: aanbei (voor aambei), ademsappel (adamsappel), bloedtransplantatie (bloedtransfusie), borstkast (borstkas), chloresterol (cholesterol), homopathie (homeopathie), immuum (immuun), trombrose (trombose), wroetvrouw (vroedvrouw) en zeropositief (seropositief). (Wordt vervolgd)

Reacties naar sanders@nrc.nl

    • Ewoud Sanders