Representatieve functie is genoeg voor monarch 1

De Lockheed-affaire heeft kennelijk een voorgeschiedenis. Die is gelegen in de ruimte die achtereenvolgende (VVD-)bewindslieden op Defensie aan prins Bernhard hebben gegeven, zodanig dat hij invloed kon uitoefenen op defensieaangelegenheden en zijn netwerk op dat gebied naar eigen believen (en in eigen voordeel) kon uitbreiden en uitbuiten.

De vragen die zich opdringen zijn: welke plek nam het principe van de ministeriële verantwoordelijkheid in binnen het denkpatroon en politieke geweten van deze ministers?

Gaf het zich geliefd maken bij het hoogste establishment (het koninklijk huis) van ons land deze politici (De Koster, Den Toom) wellicht een grotere bevrediging dan het in acht nemen van gezonde democratische regels?

Wat wij moeten beseffen, is het feit dat het politieke handelen van leden van het koninklijk huis zich onttrekt aan het blikveld van het volk en niet onderworpen is aan parlementaire controle.

Dit zou elk lid van dat huis moeten dwingen de neiging te onderdrukken om in politieke zin te handelen (buiten de minister om) of politiek georiënteerde uitspraken te doen. Dat de realiteit anders is, moet ons te denken geven.

Ik vraag me af hoelang we nog moeten wachten, voordat ons volk de graad van rijpheid en volwassenheid heeft bereikt die nodig is om de monarchie vaarwel te kunnen zeggen of op zijn minst de rol van de vorst terug te brengen tot het Zweedse model, waarin de monarch uitsluitend een representatieve functie heeft.