Probeer te blijven praten met Iran

Dreigen met bombardementen zal Iran er niet van weerhouden om kernwapens te maken. Wie dat wil voorkomen, kan beter opnieuw proberen met de mullahs te onderhandelen, vindt Fareed Zakaria.

Twee dingen, zo heeft de speltheoreticus Thomas Schelling eens opgemerkt, zijn heel kostbaar in de internationale politiek: dreigementen die mislukken en beloften die worden nagekomen. President Bush lijkt deze lessen te gaan leren. Toen Iran vorige week besloot zijn nucleaire programma te hervatten, was Bush' reactie dat ,,alle mogelijkheden openstaan'' om de nucleaire ontwikkeling van Iran een halt toe te roepen. Hij liet ook doorschemeren dat als Israël een aanval zou doen op Irans nucleaire installaties, de Verenigde Staten dat zouden steunen. Dit zijn, helaas voor Bush, loze dreigementen die vermoedelijk vooral de geloofwaardigheid van Amerika in de wereld aantasten. (Binnen enkele uren na de verklaring van Bush maakte bondskanselier Gerhard Schröder duidelijk dat hij een dergelijk optreden tegen Iran niet zou steunen.)

Het zou zeer onverstandig zijn luchtaanvallen uit te voeren op Iran. Het militaire effect zou minimaal zijn: de installaties liggen verspreid, zijn tamelijk goed verborgen en zouden binnen enkele maanden kunnen worden gerepareerd. Nu de aardolie 66 dollar per vat doet, zwemmen de mullahs in het geld. (Er is een nauw verband tussen de hoge olieprijs en het lef van Iran.) Belangrijker nog is dat een militaire aanval van buitenaf de binnenlandse steun voor het nucleaire programma zou vergroten en de positie van het impopulaire regime zou versterken. Iran heeft een sterke nationalistische traditie – het is een van de oudste naties ter wereld.

Nu er 150.000 Amerikaanse militairen in Irak en Afghanistan gelegerd zijn, kan Teheran na een Amerikaanse aanval op allerlei manieren terugslaan. Vorige week somde de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld op welke omstandigheden de Amerikaanse troepen de gelegenheid zouden bieden om Irak te verlaten. Hoog op zijn lijst stond de vraag of de Iraanse overheid behulpzamer zou worden bij het creëren van stabiliteit in dat land. Ik vermoed dat bombardementen op Iran de hulpvaardigheid aan die kant niet ten goede komen.

Een ander mogelijk wapen zijn economische sancties. Die hébben de Verenigde Staten al tegen Teheran in stelling gebracht – het effect is gering – en veel mogelijkheden om ze uit te breiden zijn er niet. Voor brede sancties tegen Iran zou instemming van Rusland en China vereist zijn. Maar Moskou helpt bij de bouw van een van de kernreactoren in Iran, en China is druk aan het onderhandelen om er aardolie en aardgas te kopen. Beide landen zullen het optreden van Iran veroordelen, maar hun economische betrekkingen met het land zullen ze niet verbreken.

Vele Iraniërs geloven dat zij een kernmogendheid moeten en zullen worden. Ik sprak laatst met een Iraanse balling in Londen die tijd, geld en moeite heeft gestoken in acties tegen het regime. Voor het eerst koos hij in een gesprek met mij de kant van de mullahs. ,,Ik zou precies hetzelfde doen als zij'', zei hij. ,,Strategisch gezien heeft Iran een nucleaire optie nodig. Kijk waar het ligt, met buurlanden als China, Rusland, Israël en Pakistan – stuk voor stuk machtige staten met kernwapens.''

Vorig jaar betoogde Ardeshir Zahedi, die onder de sjah minister van Buitenlandse Zaken is geweest, dat Iran kernwapens behoort te krijgen, en dat Iraanse kernwapens onder een ander regime niet gevaarlijker zouden zijn dan die van Groot-Brittannië. Irans kernwapenprogramma is trouwens in het begin van de jaren zeventig door de sjah gestart, met Amerikaanse hulp.

Maar hoe Teheran er ook tegenaan kijkt, een nucleair Iran zou de veiligheidssituatie in het Midden-Oosten drastisch veranderen. Dan zouden ook Saoedi-Arabië en Egypte zich op hun veiligheidsbehoeften bezinnen, met als mogelijk gevolg een nucleaire wapenwedloop. Redenen genoeg om – op een verstandige manier – te proberen het Iraanse programma tot staan te brengen, of althans te vertragen.

Met dreigementen zal het niet lukken. De regering-Bush heeft in haar tweede ambtstermijn weliswaar haar Iranbeleid verzacht, maar ze weigert nog steeds te praten, laat staan te onderhandelen, over substantiële zaken. Net zoals in het geval van Noord-Korea is de verschuiving naar een minder vijandig beleid zo miniem dat die onmogelijk succes kan hebben. Ik vraag me zelfs weleens af of dit nieuwe, `zachte' beleid soms is bedacht door vice-president Cheney: bedoeld om te mislukken en ieder uitzicht op onderhandelingen weg te nemen, waarna een terugkeer volgt naar het oude beleid: niets doen en hopen dat het regime ten val komt (zoals de neoconservatieven nu al vijftien jaar lang voorspellen).

Mohamed ElBaradei, de directeur-generaal van het Internationaal Atoomenergie Agentschap, en de enige die langdurig met de Iraniërs heeft onderhandeld, vertelde een paar maanden geleden dat Teheran een brede overeenkomst probeert te bereiken: een algehele normalisering van de betrekkingen met het Westen, in ruil voor concessies op nucleair gebied. Iran zal zijn recht op een nucleair programma nooit opgeven, betoogde hij, maar het zou wel toelaten dat zo'n programma onder toezicht wordt geplaatst om te verzekeren dat het niet in een wapenproject omslaat. Maar wat Iran bovenal nastreeft is betere betrekkingen met de Verenigde Staten. ,,Daar gaat het hun uiteindelijk om'', zei ElBaradei.

Er zijn tal van redenen om Iran met achterdocht te bezien. Maar uiteindelijk draait alles om de vraag: willen wij voorkomen dat het land de nucleaire weg inslaat? Waarom zouden wij dan deze mogelijkheid niet onderzoeken? Washington zou de Europese onderhandelaars kunnen machtigen om onder voorwaarden bepaalde voorstellen te doen, en kijken hoe Teheran daarop reageert. Het ergste wat er kan gebeuren, is dat het niet lukt tot overeenstemming te komen en dat Teheran zijn nucleaire activiteiten hervat. Zover zijn we nu ook.

Fareed Zakaria is commentator van Newsweek. © Newsweek

    • Fareed Zakaria