Omstreden project in Kosovo van start gegaan

In Kosovo is een begin gemaakt met het omstreden decentralisatieproject, ondanks het verzet van de Kosovo-Serviërs en de Servische regering. Larry Rosin, de plaatsvervangende chef van UNMIK, het VN-bestuur in Kosovo, ondertekende zaterdag een decreet waardoor het project op gang kwam. Dat meldden dit weekeinde de Servische media.

Het plan voorziet in de vorming van vijf nieuwe gemeenten met nieuwe grenzen: Gračanica (ten zuiden van de hoofdstad Priština), Partes (nabij de stad Gnjilane), Djeneral Janković, Junik en Mamuša. Door die nieuwe grenzen wordt in deze vijf gemeenten de etnische samenstelling van de bevolking gewijzigd; de wijziging van de grenzen moet het isolement waarin de Kosovo-Serviërs zich bevinden, tot op zekere hoogte opheffen. Bovendien krijgen de gemeenten een grote mate van zelfbestuur. Dat althans is de bedoeling.

De Kosovo-Serviërs hebben het aanvankelijke decentralisatieplan afgewezen; vorige week wezen ze ook een aangepast plan – plan B – van de hand. Volgens de Serviërs verliezen ze in de betrokken gemeenten de etnische meerderheid die ze hadden en werkt decentralisatie alleen als alle gemeenten in Kosovo ervan profiteren. Toch is dat plan B door de handtekening van Larry Rosin in werking getreden.

De internationale gemeenschap prees gisteren het decentralisatieproject. Kai Ede, de Noorse diplomaat die in opdracht van de VN de hervormingen in Kosovo moet beoordelen voordat later dit jaar het overleg over de staatkundige toekomst van Kosovo moet beginnen, sprak van een ,,belangrijke stap voorwaarts'', zo meldde de Servische televisie; de Amerikaanse diplomatieke vertegenwoordiger in Priština riep de Serviërs op aan het project mee te werken omdat ,,afzijdig blijven problemen schept'' en de Franse vertegenwoordiger in Priština liet zich in dezelfde zin uit.

De Serviërs blijven echter bij hun verzet. In Belgrado zei de Kosovo-adviseur van de Servische premier Koštunica tegen de Servische televisie dat ,,het project niet wordt uitgevoerd, voor zover het de Servische gemeenschap betreft'', omdat ,,het de Serviërs niets biedt''. De Kosovo-gezant van de Servische regering, Nebojša Čović, meldde ,,onaangenaam verrast'' te zijn over het decreet van UNMIK.

Een parlementariër van de Kosovo-Serviërs, Vesna Jovanović, zei gisteren dat het overleven van de Kosovo-Serviërs door het project ,,in gevaar komt''. Zij zei tegen de Servische televisie dat in Partes en Gračanica de Servische meerderheid verdwijnt nu er Albanese dorpen bij de gemeenten worden gevoegd; in de nieuwe gemeente Graˇ­canica maakt de Servische bevolking nog maar 45 procent van de totale bevolking uit. ,,Plan B zal de Serviërs ertoe brengen hun bezit te verkopen en hun woningen te verlaten.'' Andere woordvoerders van de Kosovo-Serviërs kondigden een ,,Plan C'' aan en stelden dat Plan B ,,een onmenselijk project is dat direct beoogt Centraal-Kosovo etnisch te zuiveren van Serviërs''.