Nieuwe masters leiden tot nieuw onderwijs

Veel aandacht ging tot nu toe naar het opnieuw inrichten van bacheloropleidingen.

Nu zijn de masters aan de beurt. Zijn de universiteiten er klaar voor, en is een jaar niet te kort?

De Bologna-verklaring, waar het Europese bachelor-master avontuur mee begon, benadrukt de noodzaak voor een betere concurrentiepositie van het Europese onderwijs. ,,We moeten verzekeren dat het Europese hoger-onderwijssysteem een wereldwijde mate van aantrekkelijkheid bereikt vergelijkbaar aan onze buitengewone culturele en wetenschappelijke tradities'', staat in de verklaring van de EU uit 1999.

De inrichting van de masters is lastiger dan die van de bachelors, die drie jaar geleden van start gingen. Veel oude afstudeerrichtingen zijn omgezet in aparte masters, waardoor er veel meer masters dan bachelors zijn. Zo heeft de Universiteit van Tilburg de oude opleiding economie omgezet in een twintigtal masters. Met de transformatie is het aantal opleidingen ongeveer verdrievoudigd.

Maar om de ambities van de Bologna-verklaring waar te maken, is er meer nodig dan een administratieve ingreep, realiseren de universiteiten zich. Waarin gaan de masters verschillen van de slotfase van de oude doctoraalopleidingen? En zijn de masters klaar voor de start in september?

In veel gevallen is het onderwijs vernieuwd. Een aantal universiteiten veranderde niet veel aan de oude afstudeerrichtingen, andere grepen de transformatie aan voor een grondige herziening van het onderwijs.

Een voorbeeld is de master met de voor dit onderwerp toepasselijke naam Innovation Management, die in september van start gaat aan de Technische Universiteit Eindhoven. Studenten leren ,,het afstemmen van de fasen binnen technologische productieprocessen''. Uitgelegd door opleidingsdirecteur Jan Fransoo: ,,Afgestudeerden werken bijvoorbeeld in een fabriek die halfgeleiders maakt. Een innovation manager stemt de eigenschappen van de lens, die voor de productie heel belangrijk is en die bij een ander bedrijf gemaakt wordt, af op de productie van de chip.''

Alle vakken in het programma zijn nieuw, met klinkende namen als knowledge management en alliance management & relationships. ,,Ongeveer 40 procent bouwt voort op vakken uit de doctoraalopleiding Technische bedrijfskunde'', aldus Fransoo. De universiteit heeft zowel de master als de voorgaande bachelor ingericht met meer projectmatig, onderwijs in kleine groepen, ,,het Maastrichtse model''. In die vakken moet er meer ruimte zijn voor academische vorming. Het onderwijs in de masterfase moet beter aansluiten op het werk van de onderzoeksscholen van de universiteit, zodat studenten betere afstudeermogelijkheden en vooruitzichten op een baan in het onderzoek hebben.

,,Ik ben twee keer proefkonijn'', lacht aanstaand innovator Mark Wouters. In 2002 begon hij aan de nieuwe bachelor Technische bedrijfskunde, in september behoort hij tot de eerste lichting van Innovation Management. Volgens Fransoo moet er misschien hier en daar een puntje op de i gezet worden, maar is het onderwijs verder klaar.

Karl Dittrich, voorzitter van de toetsingsinstelling Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) ziet de voornaamste uitdaging bij de inrichting van het stelsel in de geheel nieuwe onderzoeksmasters, bedoeld voor studenten die een loopbaan in het wetenschappelijk onderzoek wensen. De NVAO beoordeelt voor de overheid de basiskwaliteit van de opleidingen voordat zij officieel geregistreerd worden en van start mogen gaan.

,,We staan voor een hele specifieke vraag: hoe leiden we een nieuwe generatie goede onderzoekers op?'', aldus Dittrich. ,,De universiteiten moeten docenten aantrekken die ook zeer goed gekwalificeerd zijn als onderzoeker en daarom duur zijn. De studenten hebben meer begeleiding nodig, er ontstaat soms bijna een leermeester-gezelsituatie.''

Bovendien moet er geïnvesteerd worden in het selecteren van studenten die aan de hoge ingangseisen voldoen. Ze moeten in de bachelor al belangstelling voor het onderzoek getoond hebben, hoge cijfers hebben gehaald en een sollicitatieprocedure doorlopen. ,,Het is een nieuw en intensief proces'', aldus Dittrich.

De nieuwe onderzoeksmasters en masters die zoals Innovation Management voortkomen uit ingenieursopleidingen duren twee jaar. De overige doorstroommasters duren nominaal een jaar. Te kort, vinden de universiteiten. De Onderwijsinspectie deelt die zorg, blijkt uit het in mei verschenen rapport BaMa ontkiemt: ,,Binnen dat ene jaar is er [..] naar het oordeel van de opleidingen onvoldoende ruimte om echte onderzoeksvaardigheden te ontwikkelen, om interessante vakken toe te voegen en om opleidingsonderdelen in het buitenland te volgen''. Bovendien uiten sommige opleidingen de vrees dat de eenjarige master, die internationaal gezien kort is, internationaal niet voor vol aangezien zal worden.

,,Ik heb geen aanwijzingen dat onze vierjarige opleidingen in het buitenland minder gewild zouden zijn'', zegt Dittrich. Volgens hem is het Nederlandse hoger onderwijssysteem ,,een zeven waard'', en daarmee ,,aan de maat''. Halen we daarmee de Lissabon-doelstellingen, het in de EU afgesproken voornemen om in 2010 de meest innovatieve en concurrerende economie van de wereld te zijn? Met andere woorden: hoe worden we een acht?

Dittrich: ,,De vraag is of we dat moeten willen. Veel EU-landen staan voor een veel grotere uitdaging dan wij. Bovendien moeten we niet vergeten dat een groot deel van de plekken in de samenleving wordt ingevuld door mensen die gewoon goed hun vak willen uitoefenen. Die plekken zijn niet afhankelijk van excellente onderzoekers, maar van nette, hardwerkende mensen met een goede opleiding in een verantwoordelijke positie.''

    • Hanneke Chin-A-Fo