Hobbels voor slimme hbo'ers

Het ziet ernaar uit dat de helft van de universitaire master-studenten afkomstig is uit het hbo. Maar veel is onduidelijk bij de overstap.

Toen Nicole Everink (24) begin dit jaar klaar was met haar opleiding Management, economie en recht (MER) aan de Hanzehogeschool in Groningen, had ze geen zin om te gaan werken. ,,Ik had personeelsbeleid gedaan, ik zou waarschijnlijk op een personeelsafdeling terechtkomen. Dat vond ik niet uitdagend genoeg.'' Dus koos Nicole voor een master marketing aan de economische faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen.

Deze faculteit hanteert voor studenten als Nicole een toelatingsprogramma van een half jaar om de overstap van hbo naar wo te kunnen maken. Dus volgde ze de afgelopen maanden zeven dagen per week ,,een heel zwaar programma'' met research methodologie, wiskundig modelleren, statistiek en micro-economie. ,,Allemaal rotvakken'', vindt Nicole, maar ze haalde het wel en begint over een paar weken aan haar master marketing.

Veel afgestudeerde hbo'ers willen hun opleiding voortzetten aan de universiteit. Maar meestal doen ze wat langer over hun overstap naar het wetenschappelijk onderwijs dan Nicole. Universiteiten verplichten deze studenten tot zogenoemde schakelprogramma's of pre-masters die in duur variëren van een half tot anderhalf jaar. De doorstroom van hbo-bachelors naar een wo-master geldt als een van de grote problemen van het bachelor-masterstelsel.

Als dat alles is, kun je denken. Waarom zou je je druk maken over een paar ambitieuze hbo'ers?

Omdat het gaat om meer dan `een paar'. In opdracht van het ministerie van OCW vroeg onderzoeksbureau Choice dit voorjaar aan 20.500 bachelorstudenten of ze van plan waren om een master te gaan volgen. Ja, zei 90 procent van de universitaire studenten. Niet verrassend, want in Nederland wordt een wo-bachelor beschouwd als een onvoltooide opleiding. Maar ook 31 procent van de hbo-studenten wil een master volgen – en dat is verrassend veel. In absolute aantallen gaat het om 20.000 hbo'ers, tegenover 18.000 academici. Niet iedereen zal daadwerkelijk aan een wo-master beginnen. Maar dan nog is bijna de helft van alle universitaire masterstudenten afkomstig van het hbo.

Het bachelor-masterstelsel zorgt voor een ,,opwaartse druk'', denkt Arian van Staa, hoofd van de beleidsafdeling van de HBO-raad. ,,Hbo en wo staan niet langer volledig gescheiden naast elkaar. De slotfase van een universitaire studie kan nu ook de slotfase van een hbo-studie zijn.'' Dat de overstap desondanks zo lastig is, vindt Van Staa onrechtvaardig en onjuist. ,,Voor tweederde van de Nederlandse studenten, de hbo'ers, bestaat geen automatische doorstroom van bachelor naar master. Dat is in strijd met Europese afspraken.'' Liever zou de HBO-raad zien dat hbo'ers kiezen voor een hbo-master, maar daarvan zijn er niet zo veel. Tot groot ongenoegen van de hogescholen worden deze masters namelijk niet betaald door de overheid, met uitzondering van enkele maatschappelijk relevante opleidingen in gezondheidszorg, bouwkunde en onderwijs.

Dat universiteiten een overgangsprogramma hanteren, is niet het probleem. De noodzaak daartoe wordt door alle betrokkenen onderkend. Nou ja, bijna alle betrokkenen. Alleen staatssecretaris Rutte (Onderwijs, VVD) vindt het niet zo nodig. In een reactie op een rapport over bachelor-master van de Inspectie van het Onderwijs schreef hij eind mei aan de Tweede Kamer: ,,Ik merk daarbij op dat voorkomen moet worden dat het beeld ontstaat dat schakelklassen altijd noodzakelijk zijn. Tijdens de hbo-bacheloropleiding kan het curriculum zodanig worden ingericht dat een goede aansluiting op de wo-master wordt bereikt en deficiënties zich niet of nauwelijks voordoen.''

Het probleem is de wildgroei aan schakelprogramma's. Elke universiteit, elke faculteit, elke opleiding verzint eigen toelatingseisen voor hbo'ers. Daar zijn ze heel creatief in en heel eigenzinnig. Van onderling overleg tussen universiteiten is nauwelijks sprake. Van overleg tussen universiteit en de omringende hogescholen des te meer. Hun afspraken gelden uitsluitend voor de eigen studenten, wat een vervolgstudie elders in het land bijna onmogelijk maakt.

Zo heeft de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) een bestuurlijk akkoord gesloten met de Hanzehogeschool in dezelfde stad. George Mulder, hoofd Academische Zaken: ,,Bij de overgang van het tweede naar het derde jaar kunnen hbo'ers aangeven dat ze verder willen. Dan volgen ze de T-stroom, van theorie, met door ons verzorgde onderwijsonderdelen. Zo wordt het schakelprogramma van een jaar opgesplitst: een half jaar binnen het hbo, een half jaar daarna.''

Het programma is niet alleen bedoeld om de deelnemers zich te laten oriënteren, zegt Mulder, maar ook om de universiteit te laten selecteren. Tien à twintig procent van de schakelaars valt af. Vaak geldt voor deelname aan een schakelprogramma ook al een toelatingstoets of andere vorm van selectie.

Dat de overheid de schakelprogramma's niet bekostigt, vindt Mulder ,,niet elegant''. ,,Rutte doet alsof de overgangsproblematiek niet bestaat. Voor de universiteiten is het niet interessant, want ze krijgen er niets voor. Commerciële aanbieders van dit soort programma's springen in het gat, maar het is de vraag of studenten daar veel wijzer van worden.''

Arian van Staa van de HBO-raad ziet een ander nadeel. ,,Omdat de schakelprogramma's zo lang duren, verlies je interessante mensen voor de arbeidsmarkt. Van alle hbo'ers wil een groot deel na vier jaar aan het werk en een klein deel wil absoluut verder studeren. Een derde groep weet het niet en gaat nu maar meteen door met een master omdat ze opzien tegen het tijdverlies later. In het buitenland gaan deze mensen eerst een paar jaar werken en dan pas verder studeren, daar heb je meer aan.''

Hoe groot zijn de verschillen tussen hbo en wo nu werkelijk? Nicole Everink ging van Nederlandse boeken van 200 pagina's naar Engelse boeken van 500 pagina's. ,,Op het hbo had je veel meer overzicht, je wist precies wat je moest leren.'' De colleges waren gezelliger, vindt Nicole, minder massaal en afstandelijk. En de studenten, zijn die anders? ,,Op de universiteit zijn ze arroganter, vooral als ze lid zijn van een vereniging.''

    • Mark Duursma