Financiering van hongersnoodhulp deugt niet

Noodhulp voor Afrika komt traag op gang omdat de financiering te lang uitblijft. De Verenigde Naties willen een fonds voor noodhulp.

Stel je voor dat de lokale brandweer elke keer dat ze water nodig heeft om een woekerende brand te blussen, eerst bij de burgemeester moet schooien om geld. Dat is het beeld dat de vice-secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Jan Egeland, verantwoordelijk voor humanitaire aangelegenheden en noodhulp, onlangs op de opiniepagina van de Amerikaanse krant USA Today gebruikte. Hij beschreef daarmee het ,,fatale'' systeem van geld inzamelen bij een crisis: traag, ongericht, niet effectief genoeg.

Een voedselcrisis komt in deze moderne tijd nooit als verrassing. Instellingen zoals het Famine Early Warning Systems Network kunnen precies vertellen waar droogte heerst, waar te veel regen valt en wat het effect zal zijn op de oogsten. Daarbij maken ze gebruik van satellietbeelden en bedienen ze zich van onderzoek ter plaatse. Als het percentage ondervoede kinderen waar ook ter wereld plotseling omhoog schiet, gaat in diverse internationale crisiscentra het alarm af.

Wat er moet gebeuren om een hongersnood te voorkomen is ook genoegzaam bekend. Het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN is gespecialiseerd in het snelle bulktransport van voedsel. Hulporganisaties zijn getraind in distributie, medische bijstand en nazorg. Verlening van noodhulp is een geavanceerde industrie.

Maar elk systeem is zo sterk als de zwakste schakel. En de zwakste schakel bij humanitaire reddingsacties is de manier waarop ze worden gefinancierd. In de praktijk komt het erop neer dat de VN op basis van noodsignalen waarschuwen voor een dreigende crisis. Daarna doen ze een oproep voor financiële steun. Zo ging het ook bij de dreigende hongersnood in Niger. Negen maanden geleden werd de wereld gewaarschuwd. In maart vroegen de VN om 16 miljoen dollar voor crisishulp.

Daarop volgde, in de woorden van Egeland, ,,een oorverdovende stilte''. Half juli hadden de rijke donorlanden pas 3,6 miljoen dollar toegezegd. Inmiddels zijn er mensen van honger gestorven en is er een veelvoud nodig van het oorspronkelijke bedrag om de crisis te bezweren. Nu pas stroomt het hulpgeld binnen.

Zo ging het vorig jaar ook in de West-Soedanese regio Darfur waar de hulpverlening te laat op gang kwam en hulpgoederen in het regenseizoen tegen hoge kosten alsnog per vliegtuig moesten worden aangevoerd. Zo dreigt het dit jaar ook te gaan in een lange reeks andere Afrikaanse landen: Malawi, Zimbabwe, Zambia, Swaziland, Lesotho, Mozambique, Congo, Oeganda, Somalië, de Centraal Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Eritrea, Ethiopië, Soedan, Mali, Burkina Faso, Mali, Mauretanië. Zeker twintig miljoen Afrikanen hebben dit jaar voedselhulp nodig. Van de 270 miljoen dollar die het WFP voor Zuidelijk Afrika nodig heeft, is pas 75 miljoen dollar binnen.

Hulporganisatie en de VN zijn het erover eens: het internationaal financieringssysteem bij humanitaire crises werkt niet. Donorlanden hebben weinig oog voor waar de nood het hoogst is. Bij geldverstrekking laten ze zich in eerste instantie leiden door politieke overwegingen en door de aandacht die in een crisis in de media krijgt. Daarbij zijn ze altijd laat met overmaken. De helft van de mondiale noodhulp wordt verstrekt in het laatste kwartaal. De Britse minister van Ontwikkelingszaken, Hilary Benn, pleitte vorig jaar al voor hervorming van het internationale systeem ,,omdat het huidige systeem niet functioneert''.

Groot-Brittannië heeft 180 miljoen dollar toegezegd voor een nieuw in te stellen noodfonds voor voedselhulp. Een voorstel van VN-chef Kofi Annan om zo'n fonds in het leven te roepen met een jaarlijks budget van 500 miljoen dollar komt volgende maand aan de orde tijdens de VN-top in New York. Dat fonds moet ervoor zorgen dat crises voortaan worden aangepakt voordat ze uit de hand lopen.

    • Dick Wittenberg