Verzetshelden, geen terroristen

Op de madrassa van Jamat-Ud-Daawa bij Lahore leren de studenten de koran uit het hoofd. Maar ze worden ook voorbereid op de strijd in Kashmir. `We steunen geen terroristen maar wel vrijheidsstrijders.'

Op de bovenlip van Shamim glinsteren zweetdruppeltjes tussen donshaartjes. Shamim is achttien, maar met zijn baardgroei wil het nog niet zo vlotten. Dat is een teleurstelling voor hem, want in zijn omgeving zijn lange baarden de standaard. Het is bloedheet in de bakkerij van de madrassa, de islamitische school, waar Shamim in zijn vrije tijd werkt. Hij heeft wel een beetje gezien, studeren aan de madrassa. Gelukkig hoeft hij nog maar twee jaar, zegt hij lachend.

En dan? Gaat hij werken of verder studeren? ,,Dan ga ik naar Kashmir, om te vechten. Schieten op hindoes'', antwoordt hij.

De achteloosheid waarmee hij het zegt, is veelzeggend. Hij heeft het ook niet over Indiase militairen in Kashmir, die meestal het slachtoffer zijn van aanslagen van separatisten in Kashmir, maar over hindoes. In één adem vervolgt hij enthousiast: ,,Wilt u zien hoe de oven werkt?''

Shamims dagelijks leven speelt zich af op de Jamat-Ud-Daawa madrassa, een koranschool van een gelijknamige organisatie die voorheen bekend stond onder de naam Lashkar-e-Toiba (Leger van de Zuiveren). De militante vleugel is berucht om zijn aanslagen in Kashmir en elders in India. Volgens India zat Lashkar-e-Toiba eind 2001 bijvoorbeeld achter de aanslag op het Indiase parlement in New Delhi. Vlak daarna zette de Pakistaanse president Pervez Musharraf Lashkar-e-Toiba en een nog een handjevol extremistische groeperingen op de lijst van verboden terreurorganisaties. Vandaar de naamsverandering.

In Muridke, een dorp op zo'n dertig kilometer afstand van Lahore in het oosten van Pakistan, ligt de uitgestrekte campus – in totaal 80 hectare – van Jamat-Ud-Daawa. Een slagboom en een bewaker met kalashnikov in de hand scheiden de buitenwereld van de instelling, waar bijna 1.500 koranstudenten rondlopen. De hoofdweg op het terrein voert bezoekers langs rijen goed onderhouden gebouwen van rood baksteen; de madrassa's aan de linkerkant, de hogere school en internaten aan de rechterkant. Er is een ziekenhuis, een viskwekerij en een pension voor gasten. Er zijn woonhuizen voor docenten, rijstvelden en groentetuinen.

Bijna 80 procent van de studenten is intern. Na elke maand krijgen zij drie dagen vrij voor familiebezoek. Het enige wat niet gratis is op dit instituut, zijn de schoolboeken.

Voor de moskee is een groot plein. Aan tientallen kabels hangen ventilatoren om de hitte tijdens het massale gebed enigszins te vedrijven. In de moskee zelf zitten tientallen jongens van rond de tien jaar op de grond. In groepjes van vijf zitten ze achter lage tafeltjes. Sommigen kijken verveeld rond, anderen lachen. Wie niet oplet, moet oppassen. Mentoren met stokjes in de hand laten bij tijd en wijle het bamboe op de handen van de jongens neerkomen of knijpen hen stevig in de neus. Hun hoofden gaan op neer terwijl ze teksten van de koran uit het hoofd reciteren, in het Arabisch, een taal die ze niet verstaan. Ze doen dit zo'n vijf tot zes uur per dag, totdat ze de koran uit het hoofd kunnen voordragen. Dat kan één tot drie jaar duren.

De Jamat-Ud-Daawa werd in 1985 (toen nog onder de naam Lashkar-e-Toiba) opgericht door Hafiz (`hij die de koran uit zijn hoofd kent') Mohammed Saeed, hoogleraar Islamitische Studies aan de technische universiteit in Lahore. In India wordt hij `professor terreur' genoemd en beschouwd als het brein achter de gewapende vleugel van de instelling. De laatste bestaat nog steeds onder de naam Lashkar-e-Toiba, maar formeel heet het dat de banden met de Jamat-Ud-Daawa zijn verbroken.

President Musharraf liet Saeed in december 2001 arresteren, op verdenking van betrokkenheid bij terrorisme. Maar een jaar later kwam Saeed alweer op vrije voeten, nadat Jamat-Ud-Daawa met succes de aanhouding had aangevochten bij het Hooggerechtshof in Lahore.

Op het hoofdkantoor van Jamat-Ud-Daawa in Lahore wordt Mohammed Saeed als een filmster behandeld nadat hij klaar is met het leiden van het middaggebed – Amerika en terrorisme waren vandaag onderdeel van zijn preek. Er ontstaat een rugbyscrum rond Saeed van mannen met baarden, die allen gekleed zijn in de Pakistaanse traditionele dracht, de shalwar kameez, met lange shirts die tot de knieën reiken met bijpassende broek. Iedereen wil zijn hand schudden.

,,Musharraf heeft mij laten arresteren onder druk van India omdat ik betrokken zou zijn bij aanslagen in Kashmir, maar hij heeft geen bewijs kunnen vinden'', steekt Saeed, begin zestig, van wal als hij zich heeft teruggetrokken in zijn kamer. Hij zit op de grond met elf volgelingen, op een crèmekleurig tapijt met rozenmotief. Saeed past tegenwoordig op zijn woorden, om te voorkomen dat hij weer in de cel belandt. Maar met India en hindoes heeft hij weinig op. Bij de bloedige deling van India en Pakistan in 1947 kwamen veertig van zijn familieleden om, de meesten vermoord door hindoes.

Saeed zegt dat zijn organisatie gekant is tegen het plegen van bomaanslagen op burgers. ,,Wij keuren de aanslagen in Londen af'', zegt hij ongevraagd. Maar als de terroristische aanslagen in Kashmir te sprake komen, waarvan vaak ook burgers het doelwit zijn, laat hij een andere kant zien. ,,Als jihad (heilige oorlog) voortkomt uit verzet, dan mag het. En dat is het geval in Kashmir. Wij steunen moreel de militanten die in Kashmir vechten, het zijn vrijheidsstrijders.''

Dat geldt volgens hem ook voor de strijd in Afghanistan en Irak. ,,Amerika heeft helemaal geen recht om Afghanistan of Irak te bezetten. Daar wordt verzet tegen gepleegd. Er is nooit bewezen dat de Talibaan in Afghanistan betrokken is geweest bij terrorisme. Op dit moment willen ze gewoon Afghanistan bevrijden van de Amerikanen.''

Jamat-Ud-Daawa is een organisatie volgens de ultraconservatieve richting van het wahabisme in de islam, afkomstig uit Saoedi-Arabië. Sinds de jaren tachtig is er vanuit Saoedi-Arabië veel geld gedoneerd in Pakistan voor het opzetten van dergelijke madrassa's. Jamat-Ud-Daawa zelf telt in de provincie Punjab veertig madrassa's, twee universiteiten, 147 klinieken en 85 ambulances.

Volgens sommigen heeft de Osama bin Laden financieel bijgedragen aan de oprichting van Jamat-Ud-Daawa. Maar daar wil men op het hoofdkantoor van de organisatie niets van weten. Ooit is er geld ontvangen uit Saoedi-Arabië, ,,maar nu zijn we volledig afhankelijk van Pakistaanse donoren'', zegt Saeed.

En dan geeft hij een seintje. Het is tijd voor de lunch.

    • Philip de Wit