Twee veteranen terug in het centrum van de macht

De Linkspartei, onder aanvoering van Oskar Lafontaine en Gregor Gysi, schopt het politieke landschap in Duitsland volledig in de war.

Ze leken uitgerangeerd. Oskar Lafontaine en Gregor Gysi. Geparkeerd op de tribune voor oudere politici, gereduceerd tot kleurrijke commentatoren. Venijnig, maar zonder macht.

In de jaren negentig speelden ze als partijvoorzitter en lijsttrekker een prominente rol. De een in het westen, de ander in het oosten. Lafontaine bij de sociaal-democratische SPD, Gysi bij de ex-communistische PDS. Daarna moesten ze genoegen nemen met de marge. Niet wars van populisme en retorisch hoogbegaafd fulmineerden ze in columns en talkshows tegen de vermeende `neoliberale kilte' van de rood-groene regering-Schröder. Ze waren linkser en puntiger dan de twee oudjes uit de Muppetshow, maar op de bühne speelden ook zij geen rol.

Lafontaine en Gysi zijn terug. Samen leiden ze een nieuwe partij, de Linkspartei, kortweg die Linke, die in recordtempo lijkt uit te groeien tot de derde politieke kracht in Duitsland. In de peilingen is de partij goed voor ruim tien procent van de stemmen en daarmee groter dan regeringspartij De Groenen en zelfs veel groter dan de liberale FDP.

Dit najaar zouden ze de Bondsdag wel eens kunnen binnentrekken met een smaldeel van zeventig parlementariërs. Lafontaine en Gysi schrijven geschiedenis.

De Linkspartei is een curieus en inderhaast samengesteld gezelschap. De kern wordt gevormd door de PDS, de partij die ooit ontstond uit de communistische SED. De PDS, traditioneel sterk in de oostelijke deelstaten maar afwezig in het westen, speelde nationaal vrijwel geen rol meer. In de Bondsdag zaten slechts twee afgevaardigden, te weinig om zich `fractie' te mogen noemen. Vijftien jaar na de Duitse eenwording leek voor de PDS nationaal geen functie meer te zijn weggelegd.

De 60.000 leden van de PDS hebben deze zomer gezelschap gekregen van een verbond genaamd Stemalternatief Sociale Rechtvaardigheid, WASG. Het is een opvangbekken voor boze vakbondsleden, aangevuld met teleurgestelde SPD'ers, linkse querulanten en leden van de antiglobaliseringsbeweging Attac. De WASG telt 9.000 leden, hoofdzakelijk West-Duitsers.

Eigenlijk wilden de linkse wessi's niets weten van de linkse ossi's. Hoewel de PDS al lang salonfähig is en in oostelijke deelstaten deelneemt aan regeringscoalities, riekt de partij in het ogen van West-Duitsers altijd nog een beetje naar de verfoeide DDR. Maar de wetenschap samen sterker te staan en het vooruitzicht van aanzienlijke parlementaire macht dreef de twee groepen naar elkaar. Samen tegen versobering van de verzorgingsstaat, samen tegen het `kartel van de gevestigde partijen'. Leden van de WASG kregen een plek op de kieslijsten van de PDS, een juridisch omstreden constructie, die nog door de Kiescommissie beoordeeld moet worden.

Als Gerhard Schröder niet zou zijn afgekoerst op vervroegde verkiezingen en Oskar Lafontaine bij zijn columns was gebleven, was de samenwerking nooit van de grond gekomen. Nu herverkavelen een minipartijtje i.o. plus een regionale partij onder leiding van twee ervaren politici het politieke landschap. Eén plus één is in dit geval beduidend meer dan twee. Een groter plezier had Gerhard Schröder zijn vroegere strijdmakker en huidige aartsvijand Lafontaine niet kunnen doen.

Het politieke program van de Linkspartei bestaat eveneens uit twee componenten. Het officiële verkiezingsprogramma is geschreven door strategen van de PDS. Het beoogd forse verhogingen van uitkeringen én van belastingen voor hogere inkomens, evenals verbetering van sociale voorzieningen. Ook wil de partij Duitse deelname aan de strijd tegen het terrorisme staken, met het argument dat men daarmee zelf tot doelwit van aanslagen wordt. De Linkspartei is ook tegen snelle uitbreiding van de Europese Unie en toetreding van Turkije.

Boegbeeld Lafontaine voegt, geheel naar eigen inzicht en zonder ruggespraak, bij tijd en wijle een aantal ingrediënten toe. Lafontaine wil onder andere Oost-Duitse kiezers losweken van de extreem-rechtse partijen NPD en DVU die in Saksen en Brandenburg veel aanhang hebben. Daarom fulmineerde hij in Chemnitz tegen ,,Fremdarbeiter'', die de economische existentie van Duitse mannen en vrouwen bedreigen. De term Fremdarbeiter stamt uit het nazi-vocabulaire en doelde op dwangarbeiders. De woordkeus is Lafontaine zwaar aangerekend. De Linkspartei kreeg het etiket populisme, Lafontaine werd vergeleken met Pim Fortuyn. Ook de PDS-aanhang schrok van Lafontaines retoriek.

De Linkspartei is geen bijster stabiele cocktail, maar haar boodschap slaat aan. In het door economische malaise bevangen oosten zou ze goed zijn voor dertig procent van de stemmen. Ze zuigt stemmen weg van Schröders SPD en remt de groei van Merkels CDU: mensen die gefrustreerd zijn over Schröders beleid reizen meteen door naar de Linkspartei. Twee veteranen, Oskar en Gregor, introduceren deze zomer het populisme in Duitsland en maken een goeide kans de machtsverhoudingen in de Bondsdag danig overhoop te gooien.

    • Michel Kerres