Twee steden, één Surf City USA

Een oude vete tussen Huntington Beach en Santa Cruz dreigt uit te groeien tot een juridische strijd. Welke stad in Californië mag zich Surf City USA noemen?

Wachtend op de beste golf drijven honderden surfers in de zee bij Huntington Beach, even ten zuiden van de Amerikaanse stad Los Angeles. Als zwarte stippen in het door de avondzon rozerood gekleurde water. Her en der zijn op het strand vuurtjes aangestoken. Vlees wordt geroosterd. Handdoeken en wetsuits hangen te drogen op stokken en in het zand zijn surfboards gestoken. Trainingspakken en truien worden over bikini's aangetrokken. Zachtjes klinkt ergens muziek.

De sfeer is gemoedelijk, maar onder de oppervlakte broeit een ruzie met het zeshonderd kilometer noordelijker gelegen Santa Cruz. Beide steden maken aanspraak op de titel Surf City USA, een verwijzing naar de gelijknamige hit uit 1963 van Jan & Dean over het echte surfgevoel. En wat begon als een vriendelijke strijd tussen surfers uit de twee Californische steden, is de afgelopen maanden gegroeid tot een ruzie tussen beide gemeentebesturen, met juridische gevolgen.

Santa Cruz beschouwde zichzelf altijd als dé Surf City, maar eind vorig jaar deponeerde Huntington Beach die naam bij het federale octrooibureau. In een reactie deponeerde Santa Cruz de merknaam `Original Surf City USA'. De onenigheid leek wat gezakt, tot twee weken geleden het toerismebureau van Huntington Beach het nieuwe logo van de stad presenteerde, een surfboard met daarin de pier en de naam Surf City USA. De burgemeester van Santa Cruz, Mike Rotkin, ontstak in woede: ,,Het is overduidelijk dat Santa Cruz altijd Surf City is geweest'', zei hij tegen lokale media. De stad diende een klacht in bij het Amerikaanse ministerie van Handel.

Het is niet zomaar een oude, zomerse vete die uit de hand is gelopen. De surfindustrie in de VS, exclusief kleding en muziek, is jaarlijks goed voor ruim één miljard dollar. En Huntington Beach – dat ooit 300.000 dollar kreeg nadat CocaCola de officiële frisdrank van de stad werd – wil meer; het wil een belangrijke locatie voor strandvakanties worden en concurreren met een stad als Miami Beach.

Het internationale reclameoffensief dat Huntington Beach drie weken geleden begon met stickers, posters en snorkels met de naam `Surf City USA', moet de stad bekendmaken onder toeristen. De elf miljoen bezoekers die nu jaarlijks de stranden aandoen, zijn voornamelijk dagjesmensen. Santa Cruz, dat eveneens adverteert met de naam, hoopt op dezelfde doelgroep en inkomsten.

Historisch gezien kunnen beide steden aanspraak maken op de titel. In het Surfmuseum in Santa Cruz vertellen gidsen dat enkele Hawaïaanse prinsen in 1885 de stad bezochten en zo onder de indruk waren van de golven in kuststrook Steamers Lane dat ze ter plekke surfboards lieten maken. Het was de eerste gedocumenteerde surf aan de kust van het vasteland van de Verenigde Staten. De stad heeft bovendien door de aanwezigheid van onderzeese grotten en daardoor onvoorspelbare golven en stromingen, elf surflocaties van wereldklasse.

Huntington Beach, waar de zee kalmer is, heeft er geen. Maar de stad is wel weer de locatie voor veertig surfwedstrijden, waaronder sinds 1959 de grootste van het jaar, de US Open, die twee weken geleden werd gehouden. Ook de overkoepelende surfbond is in Huntington gevestigd.

Beide steden hebben een eigen surfmuseum en hun eigen surfkledingproducenten. O'Neill komt uit Santa Cruz, concurrent Quicksilver uit Huntington Beach. In Santa Cruz vertellen surfers dat Jim O'Neill de wetsuit bedacht, in Huntington is het verhaal dat Barry Brown de eerste wetsuits heeft gemaakt, voor de mariniers van de nabijgelegen marinehaven Seal Harbor.

,,De vete heeft altijd al bestaan'', vertelt longboard-surfer Gary `da Seahag' Sahagen. In het surfmuseum van Huntington Beach hangt hij een schilderij van de Hawaïaanse surflegende Kahanamoku op. ,,Toen ik in 1984 een wedstrijd in Santa Cruz won, nam ik de prijs namens Surf City in ontvangst. Ik wist niet hoe snel ik van het podium moest gaan, zo'n kabaal maakten ze.''

Sahagen en Chris Cattel, in de jaren zeventig meerdere malen longboard-kampioen, moeten toegeven dat de golven beter zijn in Santa Cruz, maar, zegt Cattel, ,,als die golven er niet zijn is het daar net een meer''. Hij vervolgt: ,,En weet je hoe koud het daar is? Bijna winter! En ze hebben haaien. Wij ook, maar die van hen komen op de zeehonden af en bijten. Bij ons weet je zeker dat je altijd kunt surfen. Huntington is een van de meest constante surfspots in Californië.''

Er is een kans dat de vete buiten de rechtszaal kan worden uitgevochten. Santa Cruz heeft Huntington Beach uitgedaagd voor een surf-off. Maar in Huntington haalt men de schouders op: ,,Dat is typisch Santa Cruz'', zegt Douglas Traub van het toerismebureau. ,,Surf City USA is niet alleen iets voor surfers. Het is een strandstad met zand, zee en vooral plezier. Surf City is een geestestoestand.'' Hij wijst naar buiten, naar de straat waar de gangbare dracht is: shorts, slippers en voor de vrouwen een bikini onder een T-shirt. Zonder enige haast wandelen de inwoners door de Main Street, waar een surfboard onder de arm even normaal als het hebben van een fiets in Amsterdam.

Traub zingt zachtjes enkele regels uit de hit uit 1963 van Jan & Dean: ,,Zie je, ze breken nooit de straat op omdat er altijd iets gebeurt. Surf City, we komen er aan. Weet je, ze zijn óf aan het surfen óf aan het feesten. Surf City, we komen eraan. Voor iedere man zijn er twee hippe meisjes. En alles wat je moet doen, is knipogen. Surf City, we komen eraan.''

Die tekst geeft Huntington Beach zijn grote voordeel boven Santa Cruz: Dean Torrence, de helft van het duo Jan & Dean woont in Huntington en leent zijn naam aan de reclamecampagne van de stad. En hoewel hij niet wil zeggen dat hun nummer werd geïnspireerd door zijn woonplaats, weet hij een ding zeker: ,,Santa Cruz is een coole stad. Maar het is geen surfstad.''

    • Titia Ketelaar