Tumpie droomt van een betere wereld

Josephine Baker, de zwarte danserers die beroemd werd in haar bananenrokje, was vooral op zoek naar het goede, las Margot Dijkgraaf in een nieuwe biografie

Het bananenrokje – dertig jaar na haar dood is het nog steeds het handelsmerk van Josephine Baker. Josephine Baker (1908-1975), de ooit wereldberoemde Amerikaanse Black Venus, die in de Roaring Twenties triomfen vierde in de chique Music Halls in New York en in Parijs. Al op haar negentiende ligt het verwende publiek van de beroemde Parijse nachtclub Folies-Bergère aan haar voeten, neemt ze haar eerste lp op en schrijft ze haar eerste autobiografie. Bij een bezoek aan Wenen in 1928 wandelt er een struisvogel voor haar cabriolet uit en veroorzaakt zij met haar minieme outfit een regeringsdebat over de teloorgang van de goede zeden. In Praag heeft ze politie-escorte nodig om haar fans op afstand te houden, in Boekarest persen duizenden mensen zich in een te klein theater.

Over de wereldster die Josephine Baker was, en hoe ze die geworden is, zijn al boeken vol geschreven. Als dochter van een door haar echtgenoot verlaten zwarte moeder uit Californië, wordt ze op haar achtste als dienstmeisje te werk gesteld in een rijk gezin. Ze wordt er mishandeld, belandt in het ziekenhuis en gaat bij haar grootmoeder wonen. Al vanaf haar vierde danst ze op straat `om warm te blijven' en op haar tiende wint ze haar eerste danswedstrijd.

De rassenrellen in St. Louis in 1916 beleeft ze van dichtbij. Ze ziet hoe blanken zwarten in de straat mishandelen, een vriend van haar vader wordt in elkaar geslagen, de buik van een zwangere buurvrouw wordt opengereten. De beelden laten haar niet meer los en voeden haar levenslange strijd tegen het racisme. Op het toppunt van haar roem zal ze eisen dat er ook zwarte danseressen op de planken staan in de cabarets waar ze zingt en dat er zwarte toeschouwers worden toegelaten in de exclusieve clubs waar ze optreedt – een revolutie in het racistische Amerika van toen. Uiteindelijk voert ze de provocatie te ver, jaagt een gerenommerde journalist tegen zich in het harnas en wordt ze in de VS verklaard tot persona non grata.

Weinig aandacht was er tot nu toe voor de andere kant van Bakers persoonlijkheid: die van de vrouw die twaalf wezen adopteerde en hemel en aarde bewoog om hun een onderkomen en een kansrijke toekomst te geven. Maar ook dat boek is nu geschreven – door Michèle Barbier, de vrouw die gedurende korte tijd haar secretaresse was, haar correspondentie verzorgde en aan wie Baker een aanzet tot haar nooit verschenen mémoires dicteerde. Tumpie heet deze biografie, naar de troetelnaam die Baker had als kind.

GEADOPTEERDE WEZEN

Barbier, die Baker voor het eerst in 1968 in Zweden ontmoet, geeft ruiterlijk toe dat zij in eerste instantie viel voor haar beroemdheid. Nieuwsgierig was zij naar de vrouw die omging met de groten der aarde, die mannen verslond als waren het éénhapscrackers (ze trouwde zes keer) en die op de bühne een volstrekt ander mens was dan thuis, in haar nachtpon, met haar voeten op de bank en haar pruik op een standaard in de badkamer. Geroerd ook was ze door de bezorgdheid die Baker aan de dag legde voor haar twaalf geadopteerde weeskinderen, afkomstig uit Japan en Argentinië, uit Israël en Afrika, uit Zwitserland en Algerije. Zonder aarzelen gaf zij haar baan in het onderwijs op voor een avontuurlijk leven in het gevolg van de toen 63-jarige Josephine Baker.

Vier boeken zouden zij samen schrijven, gaf Baker haar secretaresse te kennen: `één over mijn leven, één over mijn carrière, één over mijn activiteiten tijdens de oorlog en de vierde over mijn ideaal van de universele broederschap'. Haar zelfdiscipline schoot tekort, haar financiële zorgen groeiden haar boven het hoofd en de obsessie met haar comeback hield Baker teveel bezig om dit ambitieuze programma te verwezenlijken. Voor haar biografie put Barbier uit haar aantekeningen uit die tijd en schetst ze een persoonlijk portret van de vrouw die haar na een paar jaar uit geldgebrek ontsloeg.

Aan het eind van de jaren zestig is Bakers reputatie tanende. Het aantal contracten dat men haar aanbiedt, daalt en de honoraria dalen evenredig. De kosten voor haar adoptiekinderen zijn hoog en haar impulsieve, extravagante aankopen hebben haar grote schulden bezorgd. Soms voorziet ze in een opwelling haar hele kinderschaar van een nieuwe garderobe om zich daarna te realiseren hoeveel ze heeft uitgegeven; dan moeten de kinderen het maanden zonder zakgeld doen. Vroeg in het jaar laat ze exclusieve, peperdure kerstkaarten maken en vraagt haar secretaresse de eerste lichting te versturen aan de producenten van champagne. ,,Dan sturen ze me met Kerst een paar flessen en hoef ik ze niet meer te kopen. Zo krijg ik ook die dure kerstkaarten er wel uit.''

DROOMKASTEEL

Rond 1970 komt de bodem in zicht. De hypotheek van haar droomkasteel in de Dordogne, Château Les Milandes, wordt sinds geruime tijd niet meer betaald, haar vierde echtgenoot Jo Bouillon gooit het bijltje erbij neer en de schuldeisers zetten Josephine letterlijk op straat. Deze traumatische gebeurtenis dicteert Baker op verontwaardigde toon aan Barbier. Over de hele wereld lezen haar vrienden hoe haar huis werd leeggehaald, hoe het gas en de elektriciteit werden afgesloten en hoe ze op matrassen op de grond moest bivakkeren, vastbesloten als ze was het huis niet vrijwillig te verlaten. Toen ze, naar eigen zeggen, op het punt stond door een knokploeg in elkaar te worden geslagen, kreeg ze een hartinfarct en werd opgenomen in het ziekenhuis. Jarenlang zou ze aan journalisten uit binnen- en buitenland vertellen hoe schandalig het was dat haar kasteel haar afhandig was gemaakt en smeken om een publiciteitscampagne in haar voordeel. Tevergeefs.

Door tussenkomst van prinses Gracia van Monaco wordt Baker en haar kinderen een villa in Roquebrune-Cap-Martin ter beschikking gesteld. Brigitte Bardot organiseert een gala waarvan de opbrengst naar Baker gaat, koning Hassan van Marokko en vele andere vorstenhuizen ondersteunen de ster financieel. Dankzij prinses Gracia stromen de uitnodigingen voor optredens weer binnen – de zalen gaan plat, haar uitstraling is nog even indrukwekkend als vijfentwintig jaar daarvoor. Nu spelen ook haar kinderen een prominente rol. Ze laat zich uitbundig fotograferen met haar Regenboogstam, zoals ze ze noemt – ze heeft er van alle huidskleuren één. Met haar utopische theorie van de Universele Broederschap wil ze aantonen dat er maar één ras bestaat, het menselijke, en dat het mogelijk is om kinderen van over de hele wereld in harmonie te laten samenleven. De vrouw die zelf maar enkele jaren lagere school heeft gehad stelt voor ieder van hen een precies studieprogramma op en bepaalt ook hun toekomstig beroep – zonder overigens de mening van de kinderen zelf te vragen. Als ze wat groter zijn stuurt ze hen, in ieder geval voor een flinke tijd, naar hun geboorteland terug.

OORLOGSJAREN

Trouw aan de plannen van Josephine Baker wijdt Michèle Barbier ook een hoofdstuk aan de oorlogsjaren. Bij de scheiding van haar derde echtgenoot, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, was Baker een wereldster die voor alle recepties, op alle ambassades werd uitgenodigd en omging met staatsmannen en politici. De Franse geheime inlichtingendienst doet een beroep op haar. Zonder problemen circuleert ze in de kringen van Mussolini en noteert informatie op papiertjes die ze onder haar kleren verbergt. En passant fungeert haar kasteel in de Dordogne als een centrum van het Franse verzet. Ze treedt op in Marseille en weet voor veel joden visa te regelen zodat ze via Spanje het land kunnen verlaten. Onder hen een ex-schoonfamilie. Ook treedt ze op voor de geallieerden in Frankrijk en België: ze bedient zelf de stuurknuppel van het vliegtuig dat haar naar de troepen brengt. In 1961 wordt haar, vanwege haar verzetsdaden, het Franse Legioen van Eer toegekend.

Tegenwoordig is Château Les Milandes open voor het publiek. Al Bakers relieken lijken er te zijn: haar hemelbed, de magnifieke mozaïeken in haar koninklijke badkamers, de keuken, die zij beschouwde als het hart van een huis met kinderen en een permanente tentoonstelling over haar leven – en ook haar bananenrokje, in een vergulde uitvoering.

Michèle Barbier: Tumpie dite Joséphine Baker. Uitg. Alain Sutton, 158 blz., €18.

Voor informatie over haar kasteel in de Dordogne: www.milandes.com

    • Margot Dijkgraaf