Poolse chauffeurs besturen Nederlandse wagens

Behalve in de tuinbouw en de bouw doen steeds meer Oost-Europeanen nu ook hun intrede in het wegvervoer. ,,We hebben al anderhalf jaar een stop op Nederlands personeel.''

In de Rotterdamse Waalhaven, weggestopt achter hoge struiken, roestkleurige zeecontainers en truckerscafé Appie Happie, staan ruim veertig Poolse en Russische vrachtwagens op een rij. Op de speciaal voor Oost-Europese vrachtwagenchauffeurs gereserveerde parkeerplaats zit Sawicki Adqm (41) uit Lubin met zijn zoontje Gregor in de cabine van zijn wagen. Wijzend op een landkaart vertelt Adqm, die rijdt voor het Poolse staatsbedrijf Pol Miedz Trans, dat hij al in Hoogeveen, Apeldoorn en Borne is geweest. Breed lachend en in gebrekkig Duits vertelt hij over het goede geld dat een ritje tussen Nederland en Polen hem brengt: ,,42 Euro pro Tag!''

Na de fruittelers, slaplukkers en klusjesmannen betreden ook steeds meer goedkope vrachtwagenchauffeurs uit Polen de Nederlandse arbeidsmarkt. ,,Dat is absoluut een trend'', zegt Mark Dijk van Transport en Logistiek Nederland (TLN), de koepelorganisatie van de helft van alle 12.000 transportbedrijven in Nederland. Volgens Dijk hebben transportbedrijven, die door de haperende economie bezuinigen, steeds meer moeite om Nederlands personeel te vinden dat tegen lagere beloning wil rijden. ,,Terwijl die Polen zo van de tractor op de wagen worden gezet.''

Volgens Dijk is het moeilijk te zeggen hoeveel Poolse vrachtwagenbestuurders er precies in Nederland rondrijden. Verhalen over ,,één op vijf'' noemt hij ,,overtrokken''. Hij denkt meer in de richting van één op twintig, een cijfer dat ook wordt genoemd door hoogleraar Logistiek Walther Ploos van Amstel: ,,Met ruim 90.000 chauffeurs in Nederland komt dat neer op een kleine 5.000.'' De afgelopen anderhalf jaar alleen al heeft het Centrum voor Werk en Inkomen zo'n duizend Poolse chauffeurs een werkvergunning verleend.

Maar vermoedelijk ligt het totale aantal Poolse chauffeurs in Nederlandse dienst een stuk hoger. Steeds meer Nederlandse transportbedrijven openen vestigingen in Oost-Europa, van waaruit door heel Europa wordt gereden. Doordat de chauffeur - anders dan de teler of de klusjesman - dankzij zijn mobiliteit in zijn thuisland geregistreerd kan blijven staan als werknemer, hoeft zijn werkgever geen tewerkstellingsvergunning voor hem aan te vragen in Nederland. Dat betekent dat de chauffeur niet terug te vinden is in Nederlandse tellingen.

Voor aantallen moet dus worden vertrouwd op wat bedrijven zelf opgeven. In een enquête van TLN onder zijn leden verklaart één op de vijf grote transportbedrijven (meer dan vijftig wagens) personeel in dienst te hebben uit de nieuwe lidstaten. 92 procent daarvan zou in het land van herkomst wonen. Op de vraag of transportbedrijven door alle verhalen over slechte arbeidsvoorwaarden voor Oost-Europeanen wel volledige openheid van zaken geven, antwoordt Dijk: ,,Twijfels zijn terecht, maar wij ontkennen natuurlijk dat onze leden de enquête niet volledig invullen.''

Transportbedrijf Vos Logistics in Oss past in het geschetste beeld. Vos, met 3.000 wagens en 3.500 chauffeurs naar eigen zeggen de grootste wegtransporteur in Europa, stapt massaal over op Polen. Het aantal Poolse werknemers bij het bedrijf is in zes jaar tijd gestegen van twintig tot twaalfhonderd. Het aantal vestigingen in Polen steeg de laatste twee jaar van twee naar zeven. Inclusief Tsjechen, Hongaren en Roemenen zit Vos zelfs op vijftienhonderd Oost-Europeanen. Deze chauffeurs rijden door heel Europa, ook Nederland. Directeur Wim Vos geeft volmondig toe dat hij voor Polen kiest uit kostenoverwegingen: ,,Ik betaal ze de helft van wat een Nederlandse chauffeur ontvangt.'' Een Pool krijgt volgens Vos 1.800 in plaats van 3.600 euro. De goedkope bestuurders komen niet naast, maar in plaats van de Nederlanders: ,,We hebben al ruim anderhalf jaar een stop op Nederlands personeel.''

Dat bedrijven die alleen in Nederland rijden minder vaak Polen inhuren, verklaart hoogleraar Ploos van Amstel als volgt: ,,Als je iemand van een haven in Frankrijk naar een opslagplaats in Duitsland laat rijden, maakt het niet uit dat hij geen Nederlands spreekt en de Nederlandse wegen niet kent. Dat is natuurlijk anders als je goederen naar een klant in Nederland moet brengen.''

Wim Vos zegt niet bang te zijn dat zijn chauffeurs onveilige verkeerssituaties veroorzaken door gebrek aan rijvaardigheid of door het ontduiken van de rijtijdenwet, iets waarvan veel Nederlandse chauffeurs hun Poolse collega's beschuldigen. Vos beschikt over een eigen opleidingscentrum voor de nieuwkomers, gelegen in het Ruhrgebied. Controle op inachtneming van de in heel Europa geldende rijtijdenwet, die bepaalt dat iemand per etmaal maximaal negen uur mag rijden en maximaal 4,5 uur achtereen aan het stuur mag zitten, gebeurt door satellietsystemen in de trucks. ,,We zien het meteen als een wagen langer onderweg is.''

John Kusters van de Inspectie Verkeer en Waterstaat plaatst een kanttekening bij deze bewering: ,,Niemand kan controleren of een chauffeur na negen uur zijn wagen aan de kant zet en in een volgende meteen verder rijdt.'' Maar hij erkent dat Oost-Europese chauffeurs bij controles van de rijtijdenwet vorig jaar niet vaker tegen de lamp liepen dan hun Nederlandse collega's: in vier van de honderd gevallen, evenveel als Nederlanders.

Zelfstandig vrachtwagenchauffeur René Sloof (46) vindt dat de Polen de markt ,,verzieken''. Sloof, die in zijn eentje drie klanten bedient, spreekt van oneerlijke concurrentie. ,,Ik begrijp nooit dat zij voor zoveel minder mogen rijden dan wij.'' Sloof, die zegt 40.000 euro netto per jaar te verdienen, vindt dat Polen ,,het niet halen op kwaliteitsniveau''. Maar hij erkent dat ze voor bedrijven aantrekkelijk zijn om ,,van A naar B'' te rijden.

Sawicki Adqm lacht maar eens wanneer hij het verhaal aanhoort. Naar eigen zeggen neemt hij de rijtijdenwet netjes in acht. ,,Waarom zou ik meer rijden als ik al 42 euro per dag plus kleedgeld krijg en bovendien mijn sociale premies worden betaald?'' Net als Wim Vos zegt hij dat Poolse chauffeurs bij Nederlandse firma's de helft verdienen van wat hun Nederlandse collega's krijgen. Niet veel misschien, zegt Adqm, maar altijd nog meer dan bij een particulier bedrijf in Polen. ,,Die betalen 1.000 euro per maand.''

    • Mark Schenkel