Opperhuid vernieuwt door asymmetrische celdeling

Huidcellen groeien in één richting: van binnen naar buiten. Eén van de delende cellen blijft daarbij stevig verankerd liggen, de andere wordt een huidcel die na een maand verhoornt en niet lang daarna als een huidschilfer verloren gaat. New Yorkse celbiologen ontdekten dat één gen de asymmetrische deling van huidcellen verzorgt. Schakelden ze het gen uit, dan groeiden de huidcellen in muizenembryo's weer alle kanten op. (Nature online, 11 aug)

De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam en biedt bescherming tegen stoffen en ziekteverwekkers van buitenaf. En tegen uitdroging van binnenuit. De buitenste huidlaag, de opperhuid, is minder dan een millimeter dik. De opperhuidcellen (keratocyten) ontstaan in de zogeheten basale laag op de grens tussen opperhuid en de onderliggende lederhuid. Nieuwgevormde keratocyten duwen eerder gevormde exemplaren langzaam naar het oppervlak. Na ongeveer een maand komen de cellen aan het oppervlak, gaan ze dood en verdwijnen als onzichtbaar kleine schilfertjes.

De basale cellen zijn stevig aan een basale membraan verankerd door eiwitten die in de dochtercel ontbreken. Vandaar de term asymmetrische celdeling.

De onderzoekers zagen dat in muizenembryo's van jonger dan 12,5 dagen de opperhuid één cellaag dik is. Nieuwe keratocyten komen eerst ín die bestaande cellaag te liggen. Daarna ontstaat echter de eerste laag bovenop de basaalcellen. De onderzoekers ontdekten dat de spoelfiguur in de basaalcellen daarbij ineens een kwartslag draait. De spoelfiguur is de structuur van twee knopen en aangehechte draden die de chromosomen binden en uit elkaar trekken. De spoelfiguur bepaalt de oriëntatie van de nieuwgevormde cellen. De draai van de spoelfiguur ontstaat door een unieke verdeling van de eiwitten die de spoelfiguur in de cel verankeren. Verstoring van deze verdeling door het uitschakelen van één gen leidde tot chaos: de basale cellen deelden alle kanten op.

    • Huup Dassen