Onze verschrikkelijke vakantie (5)

Anna en Erik gaan op vakantie naar Kroatië. Maar het geplande verblijf in het paradijs eindigt in de hel

Achteraf vroeg hij zich af waarom hij op die koude namiddag de Elle niet gewoon in de prullenbak had gegooid. Had hij deze nachtmerrie dan nooit beleefd?

Een vriendelijk ogende man boog zich over hem heen. ,,Gaat het een beetje?'' vroeg de man in onberispelijk Nederlands. Erik knipperde met zijn ogen. De man droeg een net blauw pak en een gespikkelde das. Achter hem stond een vrouw in een wit uniform, ze leek een verpleegster. Waar was hij?

De man-in-pak leek zijn verwarring te begrijpen. ,,Ik ben Paul de la Bretonière, honorair consul te Kroatië. Ik was toevallig in de buurt toen ik hoorde van uw, euh, ongeluk en ik dacht, kom, ik loop even langs.''

,,Langs, langs'', mompelde hij. ,,Ja, u bent in het ziekenhuis van Dubrovnik. U hebt een paar flinke klappen gehad, maar ik mag wel zeggen dat u er wonderwel vanaf bent gekomen'', zei de man-in-pak opgewekt. Nu bewoog een figuur ter rechterzijde van het bed. Het was Anna. ,,Anna'', mompelde hij. Maar ze legde met een resoluut gebaar haar vinger op haar lippen: ,,Ssst, je moet slapen.''

De volgende dag hoorde hij van haar wat er was gebeurd. In het café in Gospic, waar ze om onderdak voor de nacht hadden gevraagd, leek alles goed te gaan – tot hij zei dat ze uit Den Haag kwamen. Daarop was de man met het rotte gebit van zijn barkruk gesprongen en had hem met een welgemikte slag tegen de grond gemept. Ook was hij geschopt, eerst tegen zijn hoofd, later in zijn rug.

Het duurde even voordat de andere mannen in actie kwamen, maar uiteindelijk waren de twee ziedende Kroaten van hem afgetrokken. Anna had hem naar buiten gesleept. Daar ontstond al snel een opstootje en uiteindelijk was er een politieman gekomen, een man met een dikke stierennek en een barse stem. Hij had hen in een auto geduwd en had de chauffeur, die een uur in de wind stonk naar goedkope pruimenjenever, gesommeerd naar Dubrovnik te rijden.

In het ziekenhuis van Dubrovnik was zij op de honorair consul gestuit, aan wie ze snikkend het hele verhaal uit de doeken had gedaan. ,,Hoe kunt u ook zeggen dat u uit Den Haag komt'', had deze verbaasd gereageerd. ,,Den Haag, dat staat gelijk aan het Joegoslavië Tribunaal! Dat tribunaal is weliswaar een internationaal strafhof, maar veel Joegoslaven geloven dat het een Nederlandse rechtbank is. Ze staat immers op Nederlandse bodem.''

,,U heeft toch wel eens van Ante Gotovina gehoord'', had de consul vervolgd. Zij had haar hoofd geschud. ,,Karadzic? Mladic?'' Zij bleef haar hoofd schudden. ,,Dat zijn oorlogsmisdadigers die worden gezocht door het Joegoslavië Tribunaal. Ze houden zich al jaren verborgen, met hulp van de lokale autoriteiten en de bevolking, die hen vereert als helden. Door te zeggen dat u uit Den Haag komt, heeft u zich in het kamp van de vijand geplaatst. En met vijanden maken ze in deze streken korte metten.''

Hij raakte voorzichtig zijn in verband gepakte hoofd aan; diverse bloeduitstortingen en een gebroken neus. Een beschadigde nier en een verschoven wervel. Korte metten, ja, dat kon je wel zeggen.

wordt vervolgd

    • Yaël Vinckx