Nooit meer een Koersk

Onderwaterrobots waren vorige week snel ter plaatse om een gestrande Russische minionderzeeboot te hulp te schieten. Menno Steketee keek eerder al mee bij een oefening van Ismerlo, de internationale reddingsorganisatie die zulke acties uitvoert.

IN HET WATER van de Golfo di Taranto, tussen de zool en de hak van de Italiaanse laars, is er op 81 meter nog een diepblauw licht. Dieper hoeft de Britse reddingsonderzeeër LR-5 niet. Pal voor de plexiglazen voorruit van de krap bemeten minionderzeeboot doemt de toren van de gestrande Italiaanse onderzeeër Primo Longobardo op. Pilot Ton Heron manoeuvreert de metalen schort onder de LR-5 precies boven het ontsnappingsluik van de Italiaan. Gorgelende pompen trekken het zeewater tussen het luik van de LR-5 en het ontsnappingsluik van de Italiaanse boot weg. Minuten later knarsen de luiken open. ``Longobardo? Longobardo?'' roept Ton door de nog druipende schacht. ``Si!'', galmt het onderin, ``Hier de Longobardo.''

De NAVO hield onlangs in het zuiden van Italië een grote oefening in het redden van onderzeebootbemanningen. Daarbij evacueerde de LR-5 de bemanning van de zogenaamd verongelukte Italiaanse onderzeeboot. Behalve oppervlakteschepen en onderzeeboten van NAVO-marines waren bij de oefening `Sorbet Royal 2005' ook veel andere landen betrokken. Zo waren er Israëlische duikers, een Russisch en een Oekraïens werkschip, en talrijke waarnemers van Japan, Brazilië, Australië, Maleisië en zelfs uit China en Algerije. Ook de Koninklijke Marine was present, onder andere met de onderzeeboot Dolfijn en het torpedowerkschip Mercuur.

`Sorbet Royal 2005' viel vijf jaar na de ramp met de Russische kernonderzeeboot Koersk, die na een explosie van een van de torpedo's met 118 man verging. De coördinatie van die reddingsactie was een droevig voorbeeld van hoe het niet moet. Rusland loog eerst over de ernst van het ongeluk op die 12de augustus en weigerde aanvankelijk ook de hulp van westerse reddingsonderzeeboten in te roepen. Uiteindelijk konden Noorse duikers weken na de catastrofe een klemmend ontsnappingsluik open wrikken – om slechts lijken aan te treffen.

De Russische aanpak van de `Koersk', zegt de Britse vlootbevelhebber, admiraal Sir Jonathon Band bij een briefing in de vlootbasis van Taranto, ``was misschien wel het verschrikkelijkste voorbeeld'' van wat er zoal fout kan gaan. ``Maar dat betekent niet dat we zelf gevrijwaard zijn van ongelukken.''

Als er iets mis gaat met onderzeeboten gaat het ook meestal goed mis. Lekkages vormen niet eens het belangrijkste risico, maar zuurstof verslindende en toxische dampen genererende branden. Nog afgelopen oktober vloog de Canadese onderzeeboot Chicoutimi met bijna zestig man aan boord op de Atlantische oceaan in brand. Daarbij viel een dode. En vorige week raakte een Russische reddingsonderzeeër van de Priz-klasse met zeven bemanningsleden in het Russische Verre oosten in moeilijkheden.

De `Koersk' was volgens admiraal Band voor de NAVO de directe aanleiding om een cascade van maatregelen af te kondigen tegen toekomstige ongelukken met onderzeeboten. De eenvoudigste, maar misschien wel de meest effectieve, was het oprichten van het International Submarine Escape en Rescue Liaison Office, Ismerlo, gevestigd op de grote marinebasis van Norfolk in de Amerikaanse staat Virginia. Op de site van de organisatie (www.ismerlo.org) kunnen marines hun reddingsmaterieel aanbieden en in een chatroom reddingopties bespreken. Komt ergens, waar dan ook ter wereld, een onderzeeër in problemen, dan kan dus met de middelen die bij Ismerlo zijn gestald een snel antwoord worden geformuleerd.

Zo kunnen zogeheten SPAG-teams (Submarine Parachute Assistance Group) met een transportvliegtuig boven de ramplocatie afspringen en op het zeeoppervlak een drijvende eerstehulppost inrichten. De bemanningsleden die via de ontsnappingstorens zijn ontkomen ontvangen daar medische bijstand, in afwachting van marineschepen met reddingsonderzeeboten, diepzeeduikers in stalen pakken, decompressiekamers om caissonziekte te bestrijden en van ander zwaar reddingsmaterieel.

vervoer

Ismerlo beheert ook een databank met beschikbare werkschepen, die zich in de buurt van vliegbases bevinden waar de zwaarste transportvliegtuigen kunnen landen, zoals de Amerikaanse Lockheed C-5 Galaxy of de Russisch/Oekraïense Antonov An-124 Condor. Deze toestellen moeten deze minionderzeeboten, de LR-5, de Italiaanse SRV-300 of de Amerikaanse DSRV, naar zo'n aangemerkt vliegveld brengen. Daarna vervoeren zware trucks de boten naar het meest nabije werkschip dat vervolgens naar de ramplocatie koerst. De LR-5 die meedeed aan Sorbet Royal 2005 opereerde bij het `redden' van de Italiaanse onderzeeër Primo Longobardo vanaf een ingehuurde Finse ijsbreker, de Fennica.

Al deze technieken werden in de warme Italiaanse kustwateren geoefend. De bijna-ramp, vorige week met de Russische minionderzeeboot Priz, bewees het nut van Ismerlo. De organisatie werd binnen een paar uur nadat Rusland de problemen wereldkundig had gemaakt gealarmeerd, waarna internationale specialisten zich snel online aanmeldden. Tot het sturen van Super Scorpio onderwaterrobots die beschikbaar waren in het Amerikaanse San Diego en in Schotland werd, tijdens een chatsessie besloten.

Standaardisatie van al het inzetbare materieel en gehanteerde procedures is volgens admiraal Band een eerste vereiste voor een succesvolle reddingsactie. En daar zit sinds de `Koersk' schot in. ``We gaan in snel tempo naar een wereld waarin alle onderzeebootvloten dezelfde reddingsmethodes hebben en zich houden aan dezelfde, noem het verkeersregels.''

Uitgerekend de Russische marine loopt bij die standaardisatie achteraan. Tot ``teleurstelling'' van NAVO-officieren liet het Russische marinehoofdkwartier de NAVO pas in maart weten alleen een werkschip te laten deelnemen en waarnemers te sturen. Het plan om een kleine reddingsonderzeeër bemanningsleden van de Nederlandse Dolfijn te laten evacueren, ging dan ook niet door. En dat terwijl technische papieren al waren uitgewisseld en aan de ontsnappingstoren van de Dolfijn al kleine modificaties waren aangebracht. ``De Russen kwamen niet'', weet een Britse marineofficier, ``omdat ze hun eigen systemen nog niet aan het NAVO-materiaal hadden aangepast''. Reden: geen geld. Dat de Russische marine vijf jaar na de ramp met de Koersk zelfs voor het inzetten van de relatief simpele Super Scorpio was aangewezen op het buitenland spreekt boekdelen.

Welke actie Ismerlo bij een ongeluk met een onderzeeboot onderneemt hangt, vanzelfsprekend, helemaal af van de ernst van dat ongeval. Indien de onderzeeboot, bijvoorbeeld door een mankement met de motoren, alleen maar verlamd op de bodem ligt, is er volgens commandant Erik van Driel aan boord van de Dolfijn, weinig haast met evacuatie. ``In de praktijk zou de bemanning dan gewoon rustig wachten tot een mini-sub ze komt oppikken.''

Maar dat kan volgens Van Driel alleen in een ideale situatie. En aan worst case scenario's is in de onderzeebootwereld geen gebrek. ``Je mag in je handen knijpen als de boot die op de bodem ligt niet is scheefgezakt. Dan kunnen de dieselmotoren namelijk van hun sokkels scheuren en redders de doorgang blokkeren en kan het zuur uit de accu's lopen.'' Wanneer het accuzuur zich vermengt met zeewater ontstaat chloorgas.

Je mag zelfs van geluk spreken áls er al onder een zinkende onderzeeboot een bodem is die boven de zogenoemde crushing-depth ligt. Mocht dat niet het geval zijn, stelt Van Driel gerust, dan verkreukelt de boot niet als een colablikje, zoals in slechte films is te zien. ``Het staal dat in onderzeeboten zoals de Dolfijn is gebruikt, is niet erg elastisch. Het zou onder grote druk versplinteren. Ongeveer zoals een autoruit.''

Wanneer een onderzeeboot gedoemd is tot versplintering, toxische gassen zich verspreiden of de zuurstof te snel opraakt om kalmpjes op een reddingsonderzeeboot te wachten, dan rest er maar één ding: je moet er zo snel mogelijk uit. Dat kan met een speciaal ontsnappingspak. Daarvan heeft de Dolfijn er per bemanningslid minstens twee aan boord, eentje achterin bij de Dual Escape Tower, DET, en eentje in de boegbuiskamer, voorin de boot, bij de Single Escape Tower, SET.

In afwachting van een demonstratie van zo'n Escapex of ontsnappingsoefening legt sergeant-majoor Rob Hoekstra de werking van zo'n pak uit. De verslaggever mag het ook best even aan doen. ``Voor je erin stapt, moet je eigenlijk eerst een grote luier aan. Als je boven bent, dan kan het wel even duren voor er hulp is dus dan heb je zo'n ding nodig.''

Het pak, zegt hij, kan nog tot tweehonderd meter diepte worden gebruikt, dus bij een druk van twintig maal die op zeeniveau. Dat kost je je longen en je oren, maar het alternatief is erger.

doorademen

Het pak, dat officieel een Steinke Hood heet, verschilt niet veel van een dik regenpak, maar dan één waaraan de laarzen vastgelijmd zitten. Aan een mouw zit een geel ventiel dat in een luchttoevoer in de wand van de ontsnappingstoren moet worden geklikt. De ontsnappingstoren is een buisvormige `sluis' van circa twee meter hoog die een bemanningslid kan gebruiken om vanuit de onderzeeër naar buiten te gaan. Je krijgt een kap over je hoofd – de `Hood' – waarin zich een luchtbel vormt die groot genoeg is om je de hele weg naar het oppervlak te laten doorademen.

Hoekstra: ``je stapt vervolgens in de toren en de rest doen wij of gaat vanzelf.'' De `rest', dat is het sluiten van het benedenluik van de buis, waarna deze volloopt met zeewater. Wanneer de binnendruk even groot is als de buitendruk, opent automatisch het luik in de drukhuid aan de bovenkant en borrel je pijlsnel naar het zeeoppervlak.

Helaas staat het ministerie van Defensie het burgers niet toe uit om uit onderzeeërs omhoog te bruisen. Dat mag alleen marinepersoneel zelf. Vanuit een zodiak is de ontsnappingsoefening even later toch goed te volgen. De Dolfijn, op twintig meter onder de rubberboot, laat via de onderwatertelefoon weten dat een bemanningslid in de escape tower van de onderzeeboot is geklommen en dat de druk nu langzaam toeneemt.

Dan laat de Dolfijn weten dat het luik is opengegaan. Even is het alsof iemand een reusachtig bruistablet in zee heeft gegooid, waarna een oranje Michelin-menneke door het oppervlak breekt. Hij wordt opgevangen en in vliegende vaart met de zodiak naar het Oekraïens werkschip Kremenets gebracht voor medisch onderzoek.

Blijft de vraag of al die nieuwe technologie en procedures die bij Sorbet Royal werden geëtaleerd, de mannen in de Koersk hadden kunnen redden. ``No way'', zegt de Amerikaanse waarnemer, captain Chris Murray, chef van een duikteam van de US Navy. ``Mijn team was binnen een uur na de explosie al standby. We wisten toen al dat de explosie erg heftig was geweest. Dat bleek later ook. Voor de mannen in de Koersk was er geen redden meer aan.''

    • Menno Steketee