Noodtoestand na moord Sri Lanka

De president van Sri Lanka, Chandrika Kumaratunga, heeft vanmorgen voor onbepaalde tijd de noodtoestand uitgeroepen, na de moord gisteravond op minister van Buitenlandse Zaken Lakshman Kadirgamar. Het leger riep de inwoners van de hoofdstad op vandaag thuis te blijven om zoekacties naar de daders niet te hinderen. De politie verdenkt de militante afscheidingsbeweging Tamil Tijgers.

De 73-jarige minister werd vermoord bij zijn zwaar bewaakte huis. De daders troffen hem in het hart en het hoofd. Hij werd onmiddellijk naar het nationaal ziekenhuis gebracht voor een spoedoperatie, maar was niet meer te redden. Kort na de aanslag hield de politie twee verdachten aan. Over hun identiteit wilde de politie niets zeggen.

Kadirgamar stond bekend om zijn harde opstelling tegenover de Tamil Tijgers. Hij voerde internationaal campagne om de guerillabeweging op de lijst te krijgen van terreurorganisatie. Zelf was hij afkomstig uit de Tamil-minderheid. Hij werd beschouwd als naaste vertrouweling van de president. De president raakte in 1999 zelf zwaar gewond bij een aanslag van de Tamil Tijgers, waarbij 26 mensen om het leven kwamen.

De moord op de minister komt op een moment dat de spanningen tussen regering en rebellen hoog oplopen. Na twintig jaar burgeroorlog waren de partijen in februari 2002 een bestand overeengekomen. Maar het geweld neemt de laatste maanden sterk toe en de partijen betichten elkaar over en weer van vals spel. De incidenten lopen op sinds een splintergroep met 6.000 strijders zich vorig jaar afsplitste van de Tamil Tijgers. De Tamil Tijgers zeggen dat de regering gewapende milities helpt een verhulde oorlog tegen hen te voeren.

De leider van de Noorse waarnemers die toezien op naleving van het bestand, Hagrup Haukland, zei dat de moord op de minister ,,een zeer, zeer grote slag is voor het staakt-het-vuren en het hele vredesproces, wie er ook achter de aanslag zit''