`Nergens is de rompslomp groter'

De wetenschap is vol grote controverses en kleine irritaties. Deze week Martje Fentener van Vlissingen over papieren tijgers.

`Buitenlandse collega's hebben best met ons te doen. Zij kennen ook hun rompslomp om dierproeven te mogen uitvoeren, maar nergens is het zo erg als in Nederland.'' Martje Fentener van Vlissingen is directeur van het dierexeprimenteel centrum van het Erasmus MC in Rotterdam. Ze zit ook in de Commissie Biotechnologie bij Dieren, de expertcommissie die advies moet uitbrengen aan de minister van Landbouw over aanvragen voor biotechnologische experimenten met dieren. Fentener van Vlissingen staat erom bekend haar mening niet onder stoelen of banken te steken. Ze omschrijft de procedure van de commissie waarvan zij zelf lid is als een bureaucratische nachtmerrie.

Fentener van Vlissingen legt een grote sleutelbos met een lachende knuffelmuis als sleutelhanger op tafel, zucht even en steekt dan van wal. ``Wetenschappers die transgene dieren willen maken moeten daar nogal wat voor doen. De vergunningaanvraag is een procedure van maanden die ook nog eens overbodige eisen stelt. Alle documenten moeten bijvoorbeeld in het Nederlands ingeleverd worden. De meeste onderzoeksvoorstellen zijn tegenwoordig in het Engels dus die moeten eerst vertaald worden. Alle buitenlandse onderzoekers in Nederland moeten dus sowieso al een meeschrijver of een vertaler inzetten.

``Als een vergunningaanvraag is ingediend blijft het meestal langdurig stil. Dan komen er vragen terug, die zorgvuldig beantwoord moeten worden. Vervolgens gaat het advies van de CBD per muilezel naar Den Haag. Dan wordt de aanvraag als een voorgenomen besluit in de kranten gepubliceerd. Belangstellenden kunnen inzage krijgen in de stukken, maar alleen op het ministerie in Den Haag. Een poosje later volgt een openbare hoorzitting, meestal op een doordeweekse avond in een naargeestig zaaltje op het ministerie van Landbouw. Het is bar en boos.''

De inspraakronde mist zijn doel volledig, zegt Fentener van Vlissingen. ``Er komen vette pakketen bedenkingen tegen dierproeven in het algemeen, niet tegen de ethiek van een bepaalde transgene proef. De laatste tijd zijn er ook de bezwaarschriften van mensen die in een moeite door pleiten voor alternatieve geneeswijzen. Daar valt haast geen antwoord op te geven, want dat valt buiten het gangbare terrein van de wetenschap. We spreken verschillende talen. Het maatschappelijk debat over dit onderwerp is gestrand.

``Vergunning-aanvragers worden op zulke avondzittingen geconfronteerd met agressieve tegenstanders van dierproeven die hun bezwaren vaak zeer persoonlijk adresseren. Dat is echt geen lolletje, neem dat maar van mij aan.''

Wat Fentener van Vlissingen nog het meeste stoort, is dat dierproeven met transgene dieren twee keer een ethische toets moeten ondergaan. ``Je kunt je afvragen of er één dier beter door beschermd wordt.'' Sowieso moeten alle dierproeven die in Nederland plaatsvinden vooraf beoordeeld worden door een Dierexperimenten Commissie (DEC). Deze beoordeelt onder meer of de proeven noodzakelijk zijn en of het welzijn van de proefdieren niet in het gedrang komt. Maar als de dierproef daarnaast inhoudt dat er genetische manipulatie aan het dier plaatsvindt, dan moet deze ook nog eens voorgelegd worden aan de Commissie Biotechnologie bij Dieren.

Al deze rompslomp leidt ertoe dat wetenschappers en bedrijven Nederland gaan mijden, denkt Fentener van Vlissingen. Diverse bedrijven verplaatsen hun onderzoek naar het buitenland en hebben in Nederland hun vergunning tot het verrichten van dierproeven ingeleverd. ``We kunnen de door Nederland zo gewenste kennissamenleving dan wel vergeten, en ons maar weer gaan richten op Nederland transportland.''

Maar als het zo belemmerend werkt voor het onderzoek in Nederland, waarom staan de wetenschappers dan niet massaal te demonstreren op het Malieveld? Fentener van Vlissingen: ``Het protest tegen de omslachtige procedures gebeurt in het klein, het is niet zo zichtbaar. We proberen binnenskamers onze invloed aan te wenden. Het is duidelijk dat er iets moet veranderen, maar het moet wel zorgvuldig gebeuren.''

    • Sander Voormolen