Hollands Dagboek: Joost Reintjes

Wie Joost Reintjes (44), Nederlands ambassadeur in Bagdad. Reintjes is getrouwd met Korien en heeft drie kinderen die de afgelopen jaren in Amman in Jordanië woonden.

Waarom Na drie jaar Bagdad nam Reintjes deze week afscheid als ambassadeur. Hij krijgt binnenkort een andere standplaats.

Schrijft `Restaurants, bioscopen, winkels, een wandeling, het is allemaal te gevaarlijk voor ons.'

Dinsdag 2 augustus

,,Thank you sir, have a nice day!'' Met ernstige blik controleert de marinier mijn pasje. Met gepantserde auto en persoonsbeveiligers maak ik om zeven uur 's ochtends mijn dagelijkse gang naar de fitnessruimte van de Amerikaanse ambassade in de zogenaamde Groene Zone van Bagdad. In dit relatief veilige gebied zijn nogal wat Iraakse regeringsinstanties gevestigd en enkele ambassades. Daarnaast wonen er natuurlijk veel Irakezen. Op een stuk van 400 meter worden we vijf maal door Amerikaanse militairen en Nepalees bewakingspersoneel gecontroleerd. Grote borden geven aan dat het ernst is: Deadly force is authorized.

Na een uur roeien en fietsen en een snelle douche kom ik om precies 9 uur aan bij een veiligheidsbriefing van de Amerikaanse ambassade. Deskundigen geven praktische adviezen over bepantserde auto's, slagbomen en andere beveiligingsmaatregelen, in Bagdad dagelijkse kost. Hun schets van de algehele veiligheidssituatie is tamelijk optimistisch, al erkennen ze dat de laatste maanden slecht waren.

Drie parlementsleden (sjiiet, soenniet en Koerd) verzekeren mij dat de deadline voor de nieuwe grondwet van 15 augustus wordt gehaald. Opvallend is hoezeer de Irakezen dit op eigen kracht doen; de behoefte aan buitenlandse adviseurs is veel kleiner dan gedacht.

Een beperkte, maar door de Irakezen gewaardeerde bijdrage aan de wederopbouw en democratisering van Irak leverde minister van Staat Max van der Stoel. Hij bezocht Irak vijf keer als onafhankelijk adviseur. Van der Stoel ontmoet vandaag in Noord-Irak de regionale Koerdische president Barzani en lokale politici. Ambassadesecretaris Bonnie Horbach begeleidt hem en zijn Canadese assistent John Packer. Morgen zijn ze in Bagdad.

's Middags doe ik schrijfwerk voor Den Haag en lees Iraakse kranten die zijn blijven liggen. 's Avonds bel ik met minister Van der Stoel over de Koerdische constitutionele eisen betreffende religie, de Koerdische taal, etc. Het kan nog moeilijk worden; de Koerden zijn sterke onderhandelaars.

Woensdag

Terwijl helikopters laag overvliegen, regel ik de laatste afspraken voor Max van der Stoel. President Talabani is echter nog in Saoedi-Arabië na het overlijden van koning Fahd. Na wat visumaanvragen en ander consulair werk handel ik verzoeken af van Nederlandse en Iraakse bedrijven. Een Iraaks bedrijf claimt een flink bedrag van een Nederlandse onderneming vanwege een levering in 1992. Probleem is dat het Nederlandse bedrijf onvindbaar is. Ondanks hoge verwachtingen is onze export naar Irak na de oorlog niet echt gegroeid.

Mijn Iraakse secretaresse neemt vast afscheid. Zij gaat op vakantie naar Syrië. Na de oorlog dacht ze dat alles beter zou worden, maar de slechte veiligheid gooide roet in het eten. Ik wens haar het allerbeste en zeg dat ze optimistisch moet blijven over de toekomst van het olierijke Irak, dat ook een goed opgeleide, hardwerkende bevolking heeft.

Om vier uur landt Max van der Stoels helikopter in Bagdad. Na de eerste gesprekken blijkt dat de Koerdische, soennitische en sjiitische eisen inzake de grondwet nog ver uiteenlopen.

's Avonds bel ik Korien en de kinderen die sinds een week in Groesbeek met vakantie zijn na drie jaar in Jordanië te hebben gewoond, voor mij vanuit Bagdad goed bereikbaar. Voor mijn gezin waren ruim drie jaar Bagdad met evacuaties, bedreigingen en aanslagen zeer belastend. Dan klinkt een luide explosie; ergens in de hoofdstad is weer een bom ontploft.

Donderdag

Vandaag staan er voor Max van der Stoel tien (!) gesprekken op het programma, om veiligheidsredenen binnen de Groene Zone. Na een werkontbijt met VN-vertegenwoordiger Qazi ontvangt president Talabani ons. Talabani is bezorgd over de terreur, maar optimistisch over de constitutie. Positief is dat de soennitische betrokkenheid veel groter is dan bij de verkiezingen afgelopen januari. Laat sluiten we het door Bonnie prima georganiseerde dagprogramma af met een diner bij de Britse ambassadeur.

Vrijdag

Na een geslaagd bezoek vertrekt minister van der Stoel naar Amman. Minder geslaagd is het begin van mijn weekend: vervelende maagklachten. In het Ibn Sina ziekenhuis in de Groene Zone, begin 2003 nog een privé-kliniek voor Saddam c.s., zwaait de Amerikaanse legerarts Bill Smith de scepter. Hij kiest het zekere voor het onzekere: ik word kort opgenomen, gelukkig voor iets onschuldigs.

Enkele Iraakse patiënten gaat het minder goed, zoals de man tegenover me met ernstige brandwonden door een autobom. 's Middags knap ik op, maar ik blijf in bed en lees `Het Dromenpaleis' van de Albanese schrijver Ismail Kadare uit. Lezen, televisie, internet, fitness, zwemmen, veel meer ontspanning heeft het diplomatieke leven in Bagdad niet te bieden. Restaurants, bioscopen, winkels, een wandeling, het is allemaal te gevaarlijk voor ons.

Zaterdag

Na een lange nachtrust ben ik bij de oprichtingsvergadering van de Baghdad Coordination Group, waarin Iraakse ambtenaren, buitenlandse diplomaten en VN-medewerkers overleggen over de Iraakse wederopbouw. Nederland is hier geen belangrijke donor. Minister van Planning Saleh, een efficiënte voorzitter, legt in een uur allerlei werkafspraken vast.

Na een broodje Nederlandse kaas op kantoor ontvang ik drie bezoekers. Een Palestijn vraagt aandacht voor problemen van de 35.000 Palestijnen hier: militante sjiieten vallen (soennitische) Palestijnen lastig vanwege hun vermeende banden met het Baath-regime. De importeur van Frico-kaas komt een douanekwestie bespreken.

Ten slotte neem ik afscheid van ir. Jawad, vertrouwenspersoon van de ambassade die bleef helpen voor, tijdens en na de oorlog. Uitvoerig bedank ik hem: hij recruteerde bewakers, zorgde voor diesel bij schaarste en wist goed uit te leggen wat er onder sjiieten leefde. Uit angst voor ontvoering heeft hij zoals velen zijn gezin overgebracht naar Amman.

Na een uur zwemmen eet ik met lijfwachten Mounir en Niko in het trieste Rashid-hotel. Een Iraakse Nederlander met wie ik heb afgesproken komt niet opdagen, wat door alle controles en omleidingen in Bagdad normaal is.

Zondag

Voor de zoveelste keer hijs ik me in een kogelvrij vest. Overal in de stad zie je controleposten. De rijen voor benzinestations zijn kilometerslang. In een grote tentachtige schuur wordt de twee jaar geleden bij een bomaanslag in Najaf omgekomen ayatollah Mohammed Baker al-Hakim herdacht. Met ambassadesecretaris Martin Koene bezocht ik hem in de heilige stad, vlak voor zijn dood. Zijn broer Abdelaziz is nu de leider van de Opperste Raad voor de Islamitische Revolutie, en hij was lijstaanvoerder van het winnende sjiitische blok bij de verkiezingen.

Met alle egards word ik naar een ereplaats geleid, waar beveiliger Marc zijn wapen moet inleveren. De herdenking lijkt een politieke bijeenkomst waar partijleden boodschappen door de tent schallen: leve Irak van noord tot zuid, weg met de terroristen! Voor in de tent schud ik handen met sjiitische leiders en politici, achterin zitten de vrouwen, maar militairen en politie zijn er overal. Sjaak, leider van het beveiligingsteam, vindt een half uur mooi genoeg.

De rest van de dag bestaat uit het schrijven van een politiek rapport, e-mails en bureauwerk.

Na Studio Sport, zonder problemen in Bagdad te ontvangen, bekijk ik op mijn laptop de nu ongeloofwaardige film `The spy who came in from the cold' uit 1965. Er klinken twee mortierinslagen.

Maandag 8 augustus

Nog drie dagen Bagdad. Buiten is boven de stevige muren met scheermesdraad het ongelooflijke schouwspel te zien van een woestijnwind die de lucht oranje kleurt bij zicht van maar twintig meter. Ons wagenpark is bedekt met oranje woestijnstof, dat doordringt in mijn woon-slaapkamer van drie bij drie. Het openbaar leven ligt vrijwel stil. Onze Iraakse collega's zeggen dit niet eerder te hebben meegemaakt. De satelliettelefoon is uitgevallen, en het Iraakse topoverleg over de grondwet uitgesteld; Barzani kan niet naar Bagdad vliegen vandaag. Afspraken buiten de deur worden afgezegd, zodat ik tijd heb voor instructies aan ambassaderaad Margriet Struijf, die mij vrijdag aflost.

Later klaart het op.

In een vergadering met EU-ambassadeurs spreekt VN-deskundige Fink Haysom over de grondwet. Mijn Britse collega Tim Torlot bepleit dat wij onze Iraakse contacten zoveel mogelijk overtuigen van een Iraakse handtekening onder het VN-folterverdrag. Ik voeg de daad bij het woord bij het afscheidsbezoek aan minister Zebari van Buitenlandse Zaken. Hij erkent dat er nogal wat berichten zijn over mishandeling in politiecellen.

Dan spreek ik nog met de Amerikaanse generaal Petraeus, zoon van een geëmigreerde Friese zeekapitein, die positief is over de Nederlandse inbreng bij de NAVO-training van Iraakse militairen. In de Amerikaanse ambassadekantine eet ik met kolonel Sondag, commandant van de Nederlandse NAVO-militairen, en breng ik Petraeus' complimenten over. Rob Sondag vertelt van een veertienjarige jongen met een zelfmoordvest, die zich heeft aangegeven bij de poort van de Groene Zone. Ook Rob zal Bagdad snel verlaten. Morgen, mijn laatste werkdag, is mijn afscheid van premier Ja'fari. Overmorgen is voor opruimen en inpakken. Geestelijk sta ik al bijna op Schiphol.

Om veiligheidsredenen is van enkele personen alleen de voornaam of een gefingeerde naam gebruikt.

    • Joost Reintjes